Kies op maat

Inloggen Menu

Ontwikkelingsstimulering en Opvoedingsondersteuning

De focus van de minor ligt op het ondersteunen bij opvoeden en opgroeien. Hierbij gaat het vooral over het pedagogisch werk dat zich richt op lichte opvoedingsproblematiek waar ondersteuning aan het kind, de jongere en/of de (beroeps)opvoeders geboden wordt in de natuurlijke omgeving zoals gezin, school, voorschoolse voorzieningen, buurtwerk etc. De minor sluit daarbij aan bij huidige ontwikkelingen in het pedagogische werkveld die door de transitie jeugdzorg, passend onderwijs en de WMO een groter accent heeft gekregen op preventie, eigen verantwoordelijkheid en vroegtijdige zorg, dicht bij huis en vormgeving van de pedagogische civil society.


Deze minor is daarmee ook zeer geschikt voor (bijvoorbeeld social work-)studenten die interesse hebben in het werken met jongeren/jongerenwerk.

Leerdoelen

Na het volgen van deze minor is de student in staat om op basis van kennis een visie te ontwikkelen rondom thema’s binnen de nulde- en eerstelijns pedagogisch setting en daaruit voortvloeiend beleid en weet preventie en begeleiding (zowel gericht op kin deren als op (beroeps)opvoeders binnen de nulde en eerstelijns pedagogische zorg vorm te geven en uit te voeren.

Vertaald naar subdoelen betekent het dat de student na het volgen van de minor in staat is om:

  1. Te analyseren hoe preventie- en ondersteuningsprogramma’s ingezet en opgezet kunnen worden.
  2. Te beschrijven en te verantwoorden welke ondersteuning kinderen en jongeren nodig hebben bij hun ontwikkeling en hoe (beroeps)opvoeders daarbij ondersteund/gecoacht kunnen worden.
  3. Belemmeringen in de ontwikkeling en problemen in de opvoeding vroegtijdig signaleren.
  4. Kennis en vaardigheden van de pedagoog te benoemen en in te zetten bij de begeleiding van opgroeien.
  5. Kennis en vaardigheden van de pedagoog te benoemen en in te zetten bij de begeleiding van opvoeden.
  6. Ontwikkelingen en nieuwe organisatievormen op het gebied van opvoeden en opgroeien (wijkteams, jeugdteams, CJG, kindcentra, brede school) te beschrijven.
  7. Vanzelfsprekendheden, vooroordelen en generalisaties in het handelen van de(beroeps)opvoeder te herkennen.
  8. Een actuele ontwikkeling op het gebied van pedagogische preventie te vertalen naar instellingsbeleid.
  9. Een pedagogische context te analyseren vanuit het perspectief van ontwikkelingskansen voor kinderen en aan te geven welke mogelijkheden er zijn om de ontwikkelingskansen te optimaliseren.
  10. De rol van de verschillende overheden te beschrijven en de manier waarop verschillende instellingen, met name op gemeentelijk niveau, samenwerken.
  11. Communicatie af te stemmen op het kind en (beroeps)opvoeder.
  12. Te beschrijven welke trends rondom opvoeden zijn te herkennen en hoe daarop ingespeeld kan worden.
  13. Kritisch te reflecteren op het eigen handelen m.b.t. leeftijdsspecifieke communicatie en m.b.t. opvoedingsondersteuningsgesprekken.      
  14. Te beschrijven welke trends rondom opgroeien zijn te herkennen en hoe daarop ingespeeld kan worden.

Bovenstaand doel is vertaald naar gedragsindicatoren voor de 9 beschreven beroepscompetenties op het tweede en derde beheersingsniveau (beslissen en ontwikkelen).

Aanvullende informatie

Bij het aanmeldingsformulier moet een bewijs van het volgen van een opleiding binnen het sociale domein worden meegestuurd + een bewijs van de gevolgde stage/werkervaring. Als niet volledig aan de voorwaarden wordt voldaan, wordt de student uitgenodigd voor een intakegesprek.

Ingangseisen

De student volgt bij voorkeur een opleiding binnen het sociale domein en heeft ervaring in het werken met de doelgroep.

Bij twijfel over toelating kan contact gezocht worden met de minorcoördinator.

Toetsing

Integrale opdrachten (integratie vaardigheden en kennis). Gekoppeld aan praktijk.

Literatuur

Dit wordt bekend gemaakt bij start van de minor.
Aanvullende informatie, op aanvraag.

Rooster

De minorlessen worden gepland op maandag, dinsdag en/of woensdag.

Meestal zijn 2 van die dagen verplichte lesdagen. De rest van de week werkt de student (individueel of in een groep) aan een integrale opdracht.