Kies op maat

Login Menu

Ontwikkelingsstimulering

Pedagogen dragen zorg voor het creëren van optimale condities voor kinderen om te kunnen ontwikkelen tot volwassen mensen. In de minor staat daarom de vraag centraal wat nodig is om de ontwikkelingskansen van kinderen te optimaliseren en belemmeringen zo mogelijk te voorkomen. Om dit te kunnen bepalen moet je de invloed van micro, meso- en macrofactoren op de ontwikkeling van kinderen tot volwassen mensen analyseren. Denk bijvoorbeeld aan de invloed van sociale media, beleidsplannen, culturele- en maatschappelijke normen, sociaal-economische  factoren, maar ook kindfactoren zoals leervermogen etc. Deze analyse draagt bij aan adequate signalering van groepen kinderen die kwetsbaar zijn of dreigen te raken. Je leert beschrijven wat kinderen van de omgeving en opvoeders nodig hebben om te kunnen voldoen aan hun ontwikkelingsopgaven. Als je dit kunt vaststellen, ben je in staat om de omgeving zodanig in te richten dat ontwikkeling als vanzelfsprekend optimaal wordt gestimuleerd. Voor bijzondere ‘dreigingen’ en of ‘doelgroepen’ leer je overwegen of, en zo ja, welke preventieve interventies zinvol zijn.

 

Het werkgebied binnen deze minor zijn o.a. peuterspeelzalen, kinderopvang, scholen en welzijnsorganisaties. Dit soort instellingen hebben bijvoorbeeld mogelijk vragen als: Wat draagt bij aan een veilig pedagogisch klimaat? Hoe gaan we om met de impact van sociale media op kinderen? Hoe verhouden we ons tot de eisen die de overheid aan ontwikkeling stelt? Of concreter: welke speelmogelijkheden zijn nodig in deze wijk? Ook kan je denken aan vragen in het kader van ‘voorkomen’, zoals: Wat kunnen we doen om drugsgebruik terug te dringen? En hoe dan? Hoe leren kinderen? Welke factoren spelen daarin een rol. In deze minor krijg je kennis en vaardigheden aangereikt die nodig zijn om te analyseren, af te stemmen en materiaal (activiteiten en of methoden) te ontwikkelen in het belang van ontwikkelingsstimulering.

 

Onderwerpen die in deze minor zeker aan de orde zullen komen zijn:

  1. Welke ondersteuning hebben kinderen en jongeren nodig bij hun ontwikkelingstaken en hoe creëer je een omgeving die stimuleert?

  2. Welke factoren zijn van invloed op de ontwikkeling van kinderen tot volwassen mensen? In het bijzonder zal er aandacht zijn voor factoren die een gezonde leefstijl beïnvloeden.

  3. Hoe zijn kwetsbare doelgroepen en/of belemmeringen vroegtijdig te signaleren, welke trends zijn te herkennen en hoe kan daar op ingespeeld worden?

  4. Wat is/kan de rol zijn van de verschillende overheden en hoe kunnen verschillende instellingen samenwerken? Mede in relatie tot het realiseren van een gezonde leefstijl zodat mogelijke ontwikkelingsproblemen voorkomen worden.

  5. Hoe worden ontwikkelingsstimuleringsprogramma’s opgezet en wie houden zich daarmee bezig?

     

    Onderwijsvormen

     

    Kennislijn ‘Ontwikkeling’

    In deze kennislijn zal aandacht besteed worden aan onder andere de volgende onderwerpen:

  • Leren en ontwikkelen: een theoretisch fundament over leren en ontwikkelen.

  • Ontwikkelingsstimulering en ‘meten is weten’, toegepast op het thema Vroeg en Voorschoolse Educatie.

  • Ontwikkelingsstimulering en inclusie, toegepast op het thema ‘sekse’.

  • Ontwikkelingsstimulering en commercialisering. Toegepast op het thema media.

  • Ontwikkelingsstimulering en de rechten van het kind en juridisering in het onderwijs.

 

Toetsing: het schrijven van een essay (3 ec’s).

 

Kennislijn ‘Preventie’

Er zal aandacht besteed worden aan:

  1. kennis over preventie: beleid, dilemma’s en modellen;

  2. bestaande preventieprogramma’s en betrokken organisaties;

  3. ontwikkelen van een preventieplan met betrekking tot het bevorderen van gezonde leefstijl, ontwikkeling en/of welzijn van kinderen.

     

    Toetsing: het schrijven van een preventieplan (5 ec’s).

     

    Training

Aan het eind van deze training heeft de student de volgende leerdoelen bereikt:

De student:

1.   is in staat een inschatting te maken van het ontwikkelingsniveau van kinderen;

2.   is in staat om communicatie af te stemmen op het ontwikkelingsniveau van kinderen/jongeren;

3.   is  in staat spelmateriaal, literatuur en media programma’s ter stimulering van de ontwikkeling aan te bieden.

Er zal aandacht zijn voor de thema’s spel, media, gesprek pubers, seksualiteit.

 

Toetsing: 100% aanwezigheid en actieve deelname training en per bijeenkomst een opdracht (4 ec’s).

 

Integrale opdracht

De student brengt een thema binnen de ontwikkelingsstimulering praktisch en theoretisch in beeld en kijkt de student kritisch naar de wijze waarop ontwikkelingsstimulering in de praktijk werkt. Ook bepaalt de student hoe hij/zij zich tot het thema verhoudt en benadert dit vanuit verschillende posities. De student ontwikkelt zich tijdens deze integrale opdracht in planmatig en projectmatig werken en ontwikkelt een onderzoeksmatige houding. De p-taak wordt afgesloten met het debat en een verslag waarin de bevindingen vanuit de literatuur en praktijk zijn opgenomen en een advies rondom het thema voor de praktijk waarin de visie van de student geïntegreerd is. Ook schrijft de student een reflectie op zijn/haar ontwikkeling en proces is geschreven.

Leerdoelen

Binnen de minor staan de volgende indicatoren (op hbo-bachelorniveau), die behoren bij de competenties van de opleiding pedagogiek, centraal: 

  • Brengt ontwikkeling van kinderen/jongeren (0-18), zowel individueel als groepsgewijs in kaart en signaleert belemmerende en stimulerende factoren op basis van kennis van ontwikkelingspsychologie en pedagogiek 
  • Onderscheidt in het kader van ontwikkelingsstimulering te beïnvloeden en niet te beïnvloeden factoren
  • Peilt behoeften van individuen, groepen en hun omgeving
  • Analyseert de wisselwerking tussen individu/groep (leeftijd 0-18) en leefomgeving/maatschappij
  • Analyseert uitgangspunten ontwikkelingsstimuleringsactiviteiten aan de hand van leertheorieen en pedagogische visies
  • Maakt analyses die vrij zijn van persoonlijke waarden en normen.
  • Maakt een plan (op micro of mesoniveau) volgens een model passend binnen ontwikkelingsstimulering
  • Past basiskennis op het gebied van ontwikkelingspsychologie (w.o. taal- en motoriekontwikkeling), pedagogiek en methodieken toe bij het opstellen van een plan
  • Verwijst naar of werkt samen met specialisten of organisaties op het gebied van opvoedingsondersteuning, ontwikkelingsachterstanden of afwijkend gedrag.
  • Is congruent met wat hij/zij in het plan beoogt
  • Heeft een pro-actieve houding
  • Motiveert, activeert en steunt het kind (0-18) en diens omgeving om eigen krachten in te zetten voor het bereiken van het doel
  • Beschikt over een repertoire aan activiteiten, expressiemiddelen en spel, dat aansluit bij de ontwikkeling en interesse van het kind/de jongere (0-18)
  • Is in staat om een pedagogisch klimaat beschrijven dat ontwikkelingskansen biedt
  • Maakt een afweging tussen wensen van de cliënt/het cliëntsysteem en mogelijkheden binnen de organisatie
  • Beschrijft randvoorwaarden voor het welslagen van de ontwikkelingsstimulering.
  • Weet het verschil te benoemen tussen primaire en secundaire preventie
  • Motiveert anderen tot een ontwikkelingsstimulerende houding
  • Maakt gebruik van samenwerken met andere deskundigen
  • Begeleidt en coacht bij ontwikkelings-stimulering
  • Doorloopt bij projecten de cyclus ontwikkelen, uitvoeren en evalueren.
  • Vertaalt maatschappelijke trends en ontwikkelingen in operationeel beleid
  • Treedt initiatiefrijk op in het ontwikkelen van operationeel beleid en bij implementatie hiervan
  • Levert een bijdrage aan het opzetten en uitvoeren van een plan voor kwaliteitszorg
  • Reflecteert kritisch op het eigen leerproces.
  • Is in staat tot wederzijds consulteren (in een team) met het oog op kwaliteitsverbetering
  • Benut evaluatiegegevens voor kritische reflectie
  • Stemt af en gaat om met een diversiteit aan waarden en normen
  • Stemt communicatie(middelen) af op de doelgroep.
  • Geeft op basis van nieuwe inzichten uit het vakgebied, gefundeerde aanbevelingen voor verdere ontwikkeling van stimulerings- en preventieprogramma’s
  • Verwoordt gefundeerde eigen visie op ontwikkelingsstimulering.

Aanvullende informatie

De minor gaat door bij minimaal 20 en maximaal 80 studenten

Ingangseisen

Minimaal derdejaarsstudent en een half jaar stage-ervaring.

Veronderstelde voorkennis

Kennis op basis- en gevorderdenniveau is vereist op het gebied van pedagogiek, ontwikkelingspsychologie, leertheorieën, gedragsbeïnvloeding en systeemgericht werken.

 

Toetsing

De toetsvormen bestaan uit: o.a. een eindverslag van de integrale opdracht, een essay, groepsopdrachten en vaardigheids-opdrachten gedurende de training. Verder een Debat, verslag en reflectie voor 18 EC's

Literatuur

Wordt nog vastgesteld

Rooster

Lesdagen (2 of 3 dagen in de week) en daarnaast zelfstandig werken