Kies op maat

Login Menu

Strategisch Asset Management in de Gebouwde Omgeving

Algemene doelstelling

Het doel van deze minor is het duurzaam verbeteren van de bestaande gebouwde omgeving ten behoeve van een robuuste stad. Een robuuste en weerbare stad beweegt mee met veranderingen en maakt het mogelijk voor haar gebruikers om daar nu én in de toekomst gezond te kunnen leven. 

De student krijgt inzicht in methoden en technieken om steden weerbaarder te maken en dit op duurzame en innovatieve wijze te managen.

 

Korte weergave inhoud

In de beroepspraktijk wordt de term Asset Management gebruikt om renovatie- en onderhoudsprocessen te sturen en te implementeren. In deze minor leren studenten de principes van Asset Management, onderhoud en renovatie in de gebouwde omgeving toe te passen, waarbij samenwerking, innovatie en integraal denken centraal staan. Daarbij wordt de gebouwde omgeving in brede zin behandeld, ‘van raamkozijn tot hogesnelheidslijn’. De minor richt zich dus op zowel op civieltechnische objecten (kunstwerken) als vastgoed (bouwwerken), en zowel ondergronds als bovengronds.

 

De volgende aspecten zullen centraal staan:

·         Strategic asset management: het kunnen maken van keuzen voor onderhoud, renovatie, herbestemming of sloop met eventuele vervanging voor objecten in de gebouwde omgeving, rekening houdende met bouwtechnische kwaliteit en exploitatieperspectief op lange termijn;

·         Supply chain management: het kunnen duiden van vormen van ketensamenwerking bij renovatie en onderhoudsprocessen en hun voor- en nadelen en toepassingsperspectief – hierbij zal nadrukkelijk aandacht worden besteed aan hoe om te gaan met de huidige gebruikers van de objecten en de gebruiksmogelijkheden van BIM, zowel bij renovatieprojecten als bij langjarige beheerprocessen als principes van LEAN werken;

·         Waardestelling en opnametechnieken: het kunnen maken van een waardering vanuit esthetisch, technisch functioneel perspectief van objecten in de gebouwde omgeving (o.a. volgens NEN2767 en BREEAM);

·         Planning en budgettering: het kunnen uitwerken en afwegen van alternatieve scenario’s voor onderhoud en renovatie;

·         Uitvoeringstechnieken: het kunnen uitwerken van onderhoud- en renovatiestrategieën in concrete uitvoeringsplannen en -technieken op het niveau van definitief ontwerp;

·         Circulaire economie: het duiden en ontwikkelen van toepassingsperspectieven van principes van de circulaire economie bij renovatie en onderhoud in de gebouwde omgeving;

·         Innovatie: het duiden en ontwikkelen van innovatieve benaderingen voor onderhoud- en renovatieprocessen, -materialen en –technieken;

·         Samenwerking: het kunnen werken in multidisciplinaire teams op het gebied van onderhoud en renovatie en het herkennen van overeenkomsten en verschillen van principes van asset management in verschillende sectoren van de gebouwde omgeving.

 

Leerdoelen

Einddoelen / competenties

 

Ontwerpen:

Het ontwerp kan een plan, model, advies, ruimtelijk- of technisch ontwerp zijn. De student maakt het ontwerp op basis van een opgesteld programma van eisen, onderzoekt verschillende oplossingen en varianten en maakt een afgewogen keuze.

 

Specificeren:

De student maakt een specificatie in verband met het formuleren van ambities, randvoorwaarden en haalbaarheden zodanig dat dit richting geeft aan het product;

De student werkt een ontwerp nader uit passend bij de gestelde eisen. Deze eisen zijn specifiek voor de beroepsgroep en behelzen de kwaliteitseisen van het op te leveren product.

 

Beheren:

De student maakt een beheer- en onderhoudsplan voor het behouden van de gerealiseerde kwaliteit, en handhaaft dit plan.

 

Monitoren:

De student is in staat de opgeleverde resultaten objectief te bewaken en beoordelen. Aansluitend hierop kan hij/zij aanpassingen en verbetervoorstellen maken en deze inbrengen.

 

Onderzoeken:

De student is in staat tot het analyseren van een vraagstuk en het identificeren van de vraag. Hij/zij kan praktijkgericht onderzoek opzetten, uitvoeren en beoordelen als een iteratief proces.

 

Communiceren en samenwerken:

De student brengt beroepsgerichte informatie over naar het beroepenveld, collega’s en de vast te stellen doelgroepen (klanten, opdrachtgevers, betrokkenen). De student is in staat zowel intern als extern te communiceren op een, voor de doelgroep, passende wijze. Communiceren bevat het gehele spectrum waarop informatie ontvangen, gegeven en gedeeld wordt. De student is gericht op samenwerken en constructief afstemmen met betrokkenen en de doelgroepen.

 

Managen en innoveren:

De student geeft richting en sturing aan processen, teneinde de doelen te realiseren. De student is zelfsturend en reflectief op het eigen functioneren, is proactief, neemt initiatief en kan buiten kaders denken en werken.

Aanvullende informatie

Doelgroep

Wij richten ons op studenten van alle hogescholen in Nederland die geïnteresseerd zijn om zich te specialiseren in Asset Management, Renovatie en Onderhoud.

Het gaat daarbij om studenten van alle Built Environment opleidingen én Technische bedrijfskunde, Werktuigbouwkunde en Facility Management.

Werkvormen + verdeling van de studielast

De studielast bedraagt 15 ECTS.

We geven studenten van verschillende opleidingen de mogelijkheid om in co-creatie (leerteams) belangrijke aandachtsgebieden uit te werken in 5 deelopdrachten:

-       Onderhoud-, renovatietechniek;

-       Waardebepaling en opname;

-       Supply Chain Management;

-       Strategisch Asset Management;

-       Planning en budgettering.

 

Elk aandachtsgebied wordt in ongeveer twee weken aangeboden en afgerond met een opdracht. Per aandachtsgebied worden lezingen, workshops, excursies en miniprojecten gegeven door partners uit de beroepspraktijk en docenten van de Hogeschool Utrecht, Saxion en de Haagse Hogeschool.

 

Contacturen per week

Gemiddeld 4-8 contacturen per week.

 

Samenwerkingspartners

Deze minor wordt inhoudelijk en organisatorisch gedragen door vier hogescholen in Nederland, te weten de Haagse Hogeschool, Saxion en de Hogeschool Utrecht. Wij hebben als drie hogescholen diverse mogelijkheden en contacten met het beroepenveld (Volker Wessel, Rijkswaterstaat, BAM, ProRail, OnderhoudNL, Aedes, Burgy, Jurriens, DGMR, het Rijksvastgoedbedrijf) en zullen deze dus ook nauw betrekken bij deze minor.

De ontwikkeling van de minor wordt ondersteund door de bijzonder lector Vernieuwend Vastgoedbeheer, lectoraat Nieuwe Energie in de Stad en de achterban van dit lectoraat (van de Hogeschool Utrecht). Samenwerkingsmogelijkheden met de het lectoraat Energie en de Gebouwde omgeving (van de Haagse Hogeschool) worden ook onderzocht.

Minimum- en maximumdeelname

Minimaal 16

Maximaal nader te bepalen in overleg met partners.

Bijzonderheden

Wanneer Asset Management de student aanspreekt, raden wij aan aansluitend aan deze minor de minor Technisch Asset Management (B-HMVT17-TAM) te volgen. In deze minor leren studenten vanuit de principes van Asset Management hoe de bestaande (vooroorlogse) gebouwde omgeving technisch gezien onderhouden en gerenoveerd kan worden. De student gaat hierbij op zoek naar een innovatieve aanpak waarbij ‘Circulariteit in uitvoeringstechniek en materiaal-/grondstofgebruik’ centraal staat. De minor Technisch Asset Management wordt net als de minor Strategisch Asset Management aangeboden in samenwerking met de Hogeschool Utrecht en Saxion.

Hogescholen besteden in hun opleidingen op het terrein van de gebouwde omgeving al veel aandacht aan nieuwbouw en transformatie. Renovatie en onderhoud, waarbij functiebehoud centraal staat, krijgen echter nog maar weinig aandacht.

Er ligt een grote opgave voor onderhoud en renovatie in de gebouwde omgeving. Tegelijkertijd vinden er in de praktijk zeer veel proces- en productinnovaties plaats op dit terrein. Bedrijven in de renovatie- en onderhoudskolom hebben grote behoefte aan hbo-professionals om deze innovaties te adopteren en door te ontwikkelen.

De hogescholen hebben op zichzelf beperkte competenties en docenten in huis op het terrein van asset management in de gebouwde omgeving. Door samenwerking kunnen zij evenwel een volwaardige minor op dit terrein aanbieden en tegemoet komen aan de vraag van het afnemend veld. De samenwerkende hogescholen kunnen zich hierbij profileren als lid van de Premier League van Renovatiehogescholen en hierbij bijzondere (h)erkenning krijgen in het afnemend veld. De hogescholen kunnen hiermee tevens invulling geven aan het de BBE kerncompetentie ‘beheer’.

Ingangseisen

Ingangseisen

De minor is voor derde- en vierdejaars studenten van de Built Environment-opleidingen (Archeologie, Bouwkunde, Civiele Techniek, Ruimtelijke Ontwikkeling, Watermanagement en Built Environment) en de opleidingen Technische Bedrijfskunde, Werktuigbouwkunde en Facility Management.

Bij aanvang krijgen studenten een assessment en gelegenheid om in de eerste twee weken eventuele kennis deficiënties op te vullen. Met dit traject worden verschillen in voorkennis van studenten van de verschillende hogescholen gecorrigeerd, zodat iedereen voldoende basiskennis heeft om als volwaardig teamlid mee te kunnen doen.

Toetsing

De minor wordt individueel afgesloten.

Toetsing vindt plaats op basis van vijf cursussen waarmee in totaal 15 ECTS behaald kunnen worden:

  • Onderhoud-, renovatietechniek;
  • Waardebepaling en opname;
  • Supply Chain Management;
  • Strategisch Asset Management;
  • Planning en budgettering.

De cursussen worden getoetst door middel van opdrachten met een gelijkwaardige weging. Het cijfer bestaat dus uit 5 x 20% per opgeleverd product. (B-HMVT16-SAM)

Aanwezigheid is verplicht bij de excursies, werkcolleges en begeleidingssessies.

De student heeft de minor voldoende afgerond als de student de tussenproducten heeft ingeleverd en het totaalcijfer hoger is dan 5.5.

Literatuur

Nader te bepalen i.s.m. hogescholen en partners uit de beroepspraktijk.