Kies op maat

Login Menu

Mooi Onderwijs maken met Kunst

Het vrijeschoolonderwijs wordt beschreven als een pedagogische kunst. Dat impliceert dat werkers in het vrijeschoolonderwijs pedagogische kunstenaars zijn. Creativiteit en kunstzinnigheid zijn twee kenmerken hierin. Om daar te komen, is het nodig tijdens de opleiding de wegen te openen waarlangs de student dat kunstenaarschap kan verwerven. De student heeft bagage nodig om tot pedagogisch oordelen te komen en pedagogische tact te ontwikkelen. Deze ‘bagage’ wordt in de minor vanuit de kunsten aangeboden.

Korte inhoud:

·       In colleges worden de diverse kunstvormen besproken en in samenhang gebracht met (de ontwikkeling van) de mens. De relatie met de –antroposofische- kijk op en de mens wordt hierin besproken en onderzocht.

·       In werkcolleges worden de aangeboden kunsten onderzocht op hun eigenheid en specifieke werking op de mens

·       In zelfstudietijd worden de kunsten verder praktisch onderzocht en wordt een keuze gemaakt voor een gerichte studie en uitwerking binnen één kunstgebied (beeldend driedimensionaal, beeldend platte vlak, euritmie, spraak/drama, textiel of muziek)

De uitwerking kan gaan in de richting van een verdieping in de kunst of de verbinding naar de pedagogie door het ontwerpen van onderwijs of een combinatie van beiden.

Leerdoelen

  • De student verbreedt en verdiept zijn creatief-kunstzinnige uitgangspunten, om deze in te kunnen zetten bij het ontwerpen van onderwijs.
  • De student verwerft inzichten in de menskundige werking van diverse kunstvormen.
  • De student verwerft inzicht in de pedagogische werking van verschillende kunstvakken.
  • De student bekwaamt zich in een of meerdere zelfgekozen kunstdisciplines.

Aanvullende informatie

Minimaal aantal studenten = 12

Maximaal aantal studenten = 25

Ingangseisen

Opleiding(en): Vrijeschool Pabo, ODDE, ODM, PABO

 

 voltijd

 

Ingangseisen: Start derde of vierde studiejaar (start 3e studiejaar v.w.b. VSPV, ODM, ODDE)

Toetsing

Het uiteindelijke portfolio bestaat uit drie onderdelen:

·       Procesverslag n.a.v. logboek waarin eigen proces wordt beschreven, plan voor het kunstonderzoek is opgenomen en reflectie en verantwoording van de opbrengst in relatie tot de beroepsvorming (kwal.).

·       Essay aansluitend bij hetgeen in de college-uren samen is bestudeerd. Het heeft daarmee relatie met werking van de kunsten, met menskunde en met pedagogie (kwal.).

·       Presentatie in de vorm van expositie, productie, voorstelling of referaat met kunstzinnige verwerking (kwal.).

Alle drie onderdelen worden door twee beoordelaars beoordeeld (kwal.).

Literatuur

Wat betreft literatuur zal worden geput uit de volgende bronnen. Welke hiervan verplicht in het bezit van de student moeten zijn moet nog worden bezien.

  • Biesta,G. 2015. Het prachtige risico van onderwijs. Phrones;
  • Manen, M van. 2014. Weten wat te doen wanneer je niet weet wat te doen. NIVOZ;
  • Steiner,R. (1993) Algemene menskunde als basis voor de pedagogie, Zeist: Christofoor;
  • Steiner,R. Praktijk van het lesgeven, Zeist: Christofoor;
  • Steiner, R. (2001) Kunst en Cultuurvernieuwing, tweede voordracht. Zeist: Vrij Geestesleven;
  • Steiner, R. (2009) Voordracht ‘Het wezen van de kunsten’ uit De spirituele bronnen van de kunst. Zeist: Christofoor;
  • Stevens,L, Bors,G.(red.) 2013. Pedagogische tact. Antwerpen Garant;
  • Tevens zal gewerkt worden vanuit artikelen die samen worden gevonden ter plekke.

Rooster

dinsdag ochtend en middag 

woensdag ochtend en middag

donderdag ochtend en middag