Kies op maat

Inloggen Menu

Business case modelling for society

Steeds meer vraagt de maatschappij (politiek, publieke opinie, financiers, omwonenden, enzovoorts) om een onderbouwing van de ‘business case’ van grote investeringen. Of het nu gaat om een investering in een nieuwe fabriek, een snelweg, een startup, de verduurzaming van een woonwijk of een nieuw voetbalstadion, van belang is te onderbouwen wat de meerwaarde van deze investering is. Daarbij gaat het niet alleen om de financiële meerwaarde in enge zin, maar vooral ook om de maatschappelijk meerwaarde. Levert een investering werkgelegenheid op, biedt zij profijt voor leveranciers, ontstaan er mogelijkheden voor het onderwijs, is er schade voor het milieu, effect op de bereikbaarheid, enzovoorts. Deze vragen gelden voor nieuwe projecten, maar ook grote organisaties hebben hun impact op de omgeving in toenemende mate te verantwoorden. 

Inhoud en programma:
Elk jaar staat in de minor een groot project in Rotterdam centraal, waarbij de minorgroep op zoek gaat naar de impact in Rotterdam en de regio, in opdracht van een echte opdrachtgever. Daarnaast worden kleinere cases uitgewerkt. Werkmethoden zijn deskresearch, praktijkonderzoek, groepsdiscussies, toetsing van de voortgang bij de opdrachtgever en interviews in de praktijk. In nauwe samenwerking met het Kenniscentrum Business Innovation stelt de minor studenten en docenten netwerken ter beschikking voor het vergaren en delen van kennis. Studenten verkrijgen kennis in de vorm van maatwerkworkshops ( wat ter plekke nodig is en op aanvraag van studenten zelf), lezingen en locatiebezoek.

Werkvorm:

Gedurende de eerste 10 weken gaan studenten op onderzoek uit en brengen de casus in beeld en toetsen de bevindingen in een tussentijdse rapportage en presentatie bij de opdrachtgever. In deze fase gaan studenten en docenten op expeditie en vergaren materiaal/ kennis/ informatie. De docent begeleidt en is sparringpartner/ coach voor de studenten in het leren.
Studenten werken met elkaar in een multidisciplinair team vanuit de zelfstuderende team gedachten. Ze zijn verantwoordelijk voor eigen planning, rapportage en resultaat. Studenten delen de uitkomsten in de vorm van een presentatie met de buitenwereld. Zij werken naar een gezamenlijke deliverable toe. (= de maatschappelijke business case).

 

Leerdoelen

1.Vernieuwingsgericht handelen: Studenten en docenten werken samen aan de onderbouwing van een real life maatschappelijke business case.
2.Vraaggericht handelen: Studenten zoeken naar oplossingen voor bekende en onbekende vraagstukken. Dit doen ze door ontdekken, interpreteren, genereren van ideeën, experimenteren en evolueren en kunnen beargumenteren waarom deze oplossingen aansluiten op de huidige ontwikkelingen en mogelijke toekomstige praktijken (inbedding nu/toekomst);
3.Samenwerkend vermogen: Maatschappelijke impact heeft veel perspectieven, onderzoek naar deze impact vraagt dan ook input en denkkracht vanuit meerdere disciplines, kennisvelden of domeinen (synergie);
4.Interactief leervermogen: het ontbreken van pasklare antwoorden vraagt van studenten en docenten allereerst een goede kijk op ‘eigen kunnen en kennen’. Vervolgens vraagt het inzicht, lef en kracht om op zoek te gaan naar de ontbrekende informatie;
5.Vermogen tot kenniscreatie: Het zal tijdens de minor duidelijk worden welke extra kennis de studenten kunnen creëren. Daarmee ontwikkelt elke student zijn of haar eigen ‘kenniscreatieportfolio’.

Ingangseisen

Studenten uit alle mogelijke opleidingen binnen en buiten de hogeschool zijn nodig om samen dit vraagstuk aan te pakken. Mochten disciplines ontbreken dan zorgen studenten, docenten en lectoren gezamenlijk voor het verder uitbouwen van het netwerk om de betreffende discipline(s)/competentie(s) binnen te halen en te benutten. Er is een samenwerking in ontwikkeling met de Rebel Group uit Rotterdam. Dit is een internationaal erkend adviesbureau met veel expertise op het gebied van maatschappelijke kosten- en batenanalyses. Rebel is voornemens in deze minor haar kennis actief met studenten en docenten te delen. 

Toetsing

Toetsvorm:
1. De pre-expeditie fase - waarin de eerste kennis en tools worden verworven en de situatie van de Rotterdamse opdrachtgevers in kaart wordt gebracht;
2. De expeditie fase - waarin onderzoek wordt uitgevoerd en de business case in kaart wordt gebracht. In deze fase gaan studenten en docenten op expeditie in de stad.
3. De post-expeditie fase - waarin verder wordt geleerd en het onderzoek wordt vertaald naar maatschappelijke meerwaarde van de casus.

Gedurende de tweede 10 weken vormt de getoetste materie bij de opdrachtgever de basis voor concrete uitwerking in een eindrapportage en presentatie. In het programma is ruime aandacht voor toegepast onderzoek zoals de verkenning van de probleemstelling, bevragen opdrachtgever, formuleren van de onderzoeksvraag en subvragen en opstellen van het rapport met onderbouwde conclusies en advies.

Leerlijn
Aanbodgestuurde lijn 6 EC
Algemene tools (onderzoek, etc) 3 EC
Keuzegestuurde lijn 6 EC
Projectgestuurde lijn 15 EC

Literatuur

Wordt later bekendgemaakt