Kies op maat

Login Menu

Meer Taligheid

Kun jij je in alle talen die je spreekt even goed uiten bij een zorgprofessional? Leer alles over de aspecten van meertaligheid binnen de logopedie.

Bijna iedereen beheerst verschillende talen. Naast de moedertaal spreken de meeste mensen één of meerdere talen. Het beheersen van verschillende talen kan een positieve uitwerking hebben op het denken, de communicatie en het leggen van contacten, maar soms leidt meertaligheid ook tot verwarring, onbegrip en miscommunicatie.

Als logopedist ben je expert in het onderzoeken, diagnosticeren en behandelen van communicatieproblemen. Stoornissen in de communicatie zijn per definitie complex, maar worden nog ingewikkelder wanneer de cliënt meerdere talen spreekt.

Deze minor biedt verdieping in de logopedisch inhoudelijke aspecten van meertaligheid en gaat tevens in op communicatieve vaardigheden en attitudes die nodig zijn om multilinguale en multiculturele gesprekken te voeren.

Bekijk in dit filmpje waarom je voor deze minor moet kiezen.

Leerdoelen

Je levert een bijdrage aan de onderzoekende/innovatieve competentie door in groepsverband een project uit te voeren naar aanleiding van een vraag uit het werkveld, gerelateerd aan meertaligheid.

Kennisniveau:
  • Beschrijft het begrip superdiversiteit en relateert dit aan de logopedische beroepssetting;
  • Beschrijft de begrippen cultuur, cultuurmodellen en cultuursensitief werken;
  • Omschrijft de verschijningsvormen, gevolgen en voordelen van meertaligheid;
  • Beschrijft de relatie tussen taal, cultuur en identiteit;
  • Beschrijft diverse visies op gezondheid en ziekte, vanuit verschillende culturen;
  • Reflecteert op de visie en het handelen van de eigen beroepsgroep ten aanzien van anderstaligen;
  • Beschrijft laaggeletterdheid en lage gezondheidsvaardigheden en relateert dit aan de logopedische setting;
  • Analyseert complexe problematiek aangaande logopedische interventie bij meertalige cliënten;
  • Heeft inzicht in de relatie tussen afasie en meertaligheid;
  • Beschrijft de diagnostische en therapeutische (on)mogelijkheden ten aanzien van afasie bij meertaligen;
  • Verantwoordt keuzes ten aanzien van het logopedisch handelen bij meertalige personen met afasie;
  • Heeft inzicht in verschillende verschijningsvormen van taalontwikkelingsstoornissen in relatie tot meertaligheid;
  • Beschrijft de diagnostische (on)mogelijkheden ten aanzien van taalontwikkelingsstoornissen bij meertaligen;
  • Benoemt behandelmethodes ten aanzien van taalontwikkelingsstoornissen bij meertalige kinderen;
  • Beschrijft de verschillende benaderingswijzen van de logopedist in het begeleiden van meertalige cliënten (en hun omgeving) men met een taalontwikkelingssstoornis.
  • Heeft inzicht in de meertalige aspecten binnen de dovencultuur;
  • Reflecteert op het logopedisch handelen binnen de dovencultuur;
  • Onderzoekt de invloed van diversiteit en meertaligheid op de kenmerken, het onderzoek en behandeling van articulatie en stem;
  • Onderzoekt de invloed van diversiteit en meertaligheid op de kenmerken, het onderzoek en behandeling van stotteren/broddelen en eds;
  • Beschrijft hoe het verschijnsel ‘cutural bias’ een rol kan spelen in het handelen van de logopedist.
Toepassingniveau:
  • Beheerst communicatieve vaardigheden om gesprekken te voeren met anderstaligen;
  • Beheerst communicatieve vaardigen om gesprekken te voeren met behulp van tolken;
  • Reflecteert op interculturele gesprekssituaties;
  • Herkent hoe kenmerken van de eigen cultuur de communicatie met de ander beïnvloeden;
  • Stemt in de communicatie af op een cliënt, rekening houdend met de culturele identiteit. 
Minorproject:

De algemene doelstelling van het minorproject is dat de student aantoont dat hij/zij een
gerichte vraagstelling uit de beroepspraktijk in al zijn facetten (kennis, vaardigheden en
beroepshouding) kan analyseren, beantwoorden en evalueren, waarbij hij/zij er zowel blijk
van geeft zelfstandig te kunnen werken als met anderen samen te kunnen werken.

Ingangseisen

De minor ‘Meer Taligheid’ is toegankelijk voor logopediestudenten. De ingangseis is dat de student minorwaardig is (dat wil zeggen, de student heeft toestemming van de eigen opleiding om een minor te volgen).

Toetsing

Het eerste kwartaal van het inhoudelijke deel van de minor wordt afgerond met een kennistoets (MC) en een minorproduct (interviewrapportage). Aan het einde van het tweede kwartaal bestaat de toetsing uit een tweede minorproduct (interactie-analyse). Hiernaast voer je de gehele minorperiode een project uit in Rotterdam wat gerelateerd is aan meertaligheid. 

Literatuur

Aanbevolen literatuur
  • Bohlmeijer, E., Mies, L. Westerhof, G. (2007). De betekenis van levensverhalen, theoretische beschouwingen en toepassingen in onderzoek en praktijk. Houten: Bohn Stafleu van Loghum
  • Cornips, L. (2012). eigen en vreemd, meertaligheid in Nederland. Amsterdam: Amsterdam University Press
  • Grosjean, F. (2010). Bilingual: Life and Reality. Cambridge: Harvard University Press.
  • Issac, K. (2006). Speech pathology in cultural & linguistic diversity. London: Wuhrr Publishers Ltd
  • Julien, M. (2008). Taalstoornissen bij meertalige kinderen. Amsterdam: Pearson Assessment and Information
  • Kuckert, A. & Stomph, M. (2012). Zorgbasics Diversiteit. Den Haag: Boom Lemma
  • Verhoef, J., Kuiper C., Neijenhuis, K., Dekker- van Doorn, C. & Rosendal, H. (2015). Zorg basics Praktijkgericht onderzoek. Amsterdam: Boom Lemma.
  • Wolffers, I., Kwaak, A. van der, Beelen, N. van (2013). Culturele diversiteit in de gezondheidzorg. Bussum: Coutinho
Diverse aanvullende artikelen