Kies op maat

Inloggen Menu

Bewegingsonderwijs

Pabostudenten kunnen zich d.m.v. deze minor ontwikkelen tot specialist bewegingsonderwijs voor het primair onderwijs. Deze minor staat gelijk aan nascholing: "Leergang Vakbekwaamheid bewegingsonderwijs". De volledige bevoegdheid kan behaald worden wanneer deze minor positief wordt afgesloten. Qua weekbelasting heb je 2 dagen les op de opleiding en loop je samen met een medestudent 2 dagen stage bij een vakleerkracht voor bewegingsonderwijs.
Maximaal 48 studenten zijn te plaatsen.

Leerdoelen

Deze doelen (certificeringeisen) zijn conform de landelijke eisen van de “leergang vakbekwaamheid bewegingsonderwijs via Pabo”.

De student is in staat om:
o lessen bewegingsonderwijs voor te bereiden en uit te voeren met een concreet lesdoel, waarbij er rekening wordt gehouden met de aanwezige situaties, de kinderen, de veiligheid en de materialen.
o zodanig klassikale en/of groepsinstructie te geven dat de groep vlot aan het werk is, gepaard gaand met voorbeelden op alle niveaus.
o ‘Klassikale’, ‘vrije’ en ‘werken in groepen’- lessen te geven.
o de lessen b.o. zo te organiseren dat elk kind mee kan blijven doen.
o adequaat te reageren bij ongewenst/storend gedrag van de kinderen.
o leerhulp te bieden bij risicovolle situaties.
o te observeren of de lesdoelen behaald worden.
o zodanig te reflecteren op de lesdoelen en de persoonlijke leerdoelen dat hij/zij nieuwe doelen voor de komende lessen kan formuleren.
o zich positief te presenteren naar collega’s op het gebied van bewegingsonderwijs, waarbij hij/zij open staat voor kritiek.
o  om leerstof te gebruiken voor kinderen voor het primaire onderwijs, waarbij er sprake is van inzicht en kennis van de in de bewegings-onderwijsliteratuur gangbare vaardigheden.
o leer- + reguleringsdoelen te formuleren voor verschillende niveaus en aldus deze doelen middels een gedifferentieerd leeraanbod te concretiseren in efficiënte arrangementen binnen de les bewegingsonderwijs.
o de juiste leerhulp te kunnen bieden.
o om te gaan met de (on)mogelijkheden van de in de bewegingsonderwijswereld gangbare materialen.
o goede afspraken met de kinderen te maken binnen het gedifferentieerde bewegingsaanbod, maar ook bij het opbouwen en afbreken van de situaties.
o adequaat groepen te formeren en te wijzigen.
o zodanig bewegingsgedrag te observeren, dat de lesdoelen geëvalueerd kunnen worden en er niveauverschillen kunnen worden aangegeven.
o een subgroep relevante leerhulp te bieden terwijl het overzicht van de gehele groep gehandhaafd blijft, ook als het gaat om leerhulp in risicovolle situaties en bovendien aan kunnen geven welke leerhulp effectief was en welke niet.
o bewegingsvoorbeelden te geven op het niveau 1 + 2 uit het ‘Basisdocument voor Bewegingsonderwijs’
o zodanig alle kinderen hun leerproces aan te kunnen geven dat er daadwerkelijk geleerd wordt.
o te beoordelen welke leerdoelen nog aan bod moeten komen.
o leerresultaten te kunnen vastleggen in een leerlingvolgsysteem.
o een voor de kinderen en collega’s acceptabele lesgeefstijl te benutten, waarbij er tijdens de les en bij de reflectie sprake is van kennis en inzicht in motorische processen.
o lessen bewegingsonderwijs te organiseren waarbij er lange termijndoelen zijn gehanteerd, die deel zijn het institutionele leerproces en hierbij rekening houdt met jaarplanningen.
o lessen bewegingsonderwijs te ontwerpen vanuit meerdere vakconcepten / methodes, waarbij men tijdens de activiteit ook leerhulp kan bieden vanuit diverse concepten.
o bewegingsonderwijsactiviteiten te organiseren in verschillende bewegingsruimten.
o een bewegingsles organiseren waarin grote niveaudifferentiatie mogelijk is zonder dat dit storend werkt op het bewegen van de betere en de mindere bewegers en hier ook op in kan spelen door te wijzigen tijdens de activiteiten. (dit geldt ook voor de zogenaamde reguleringsdoelen)
o met complexe bewegingsactiviteiten om te gaan, waarbij de veiligheid steeds voorop staat.
o een eenvoudig observatie-instrument te hanteren, zonder dat de les of het overzicht van de gecertificeerde daardoor gestoord wordt.
o individuele leerhulp te bieden zonder dat het de andere kinderen of de les hiervan hinder ondervindt.
o op een vertrouwde en veilige manier bewegingshulp te bieden bij complexere activiteiten.
o rekening te houden met de verschillen in leeraanpak (leerstrategieën) en hier adequaat op in te spelen.
o verschillende reguleringsdoelen te hanteren voor verschillende leerlingen.
o te beoordelen of de ontwerpregels adequaat waren en verbetering behoeven.
o te beoordelen of bepaalde leerlingen in aanmerking komen voor speciale hulplessen.
o activiteiten te organiseren vanuit 6 bewegingsthema’s voor de beste bewegers uit groep 8
o zelf tenminste 4 bewegingsthema’s uit te voeren op niveau 3 van groep 8
o tussendoelen te formuleren per bewegingsthema
o onderscheidend per leerlijn niveauverschillen te typeren op basis van bewegingsprincipes, daarbij rekening houdend met het feit dat er ook kinesiologische basiskennis en principes van belasting en belastbaarheid van toepassing kunnen zijn.
o kernactiviteiten te analyseren vanuit het perspectief van niveauverschillen
o bewegingsverhinderingen van leerlingen te duiden in relatie tot leerlijnen.
o op basis van bewegingsobservatie (wel of niet gerelateerd aan het lesgeefgedrag van de leraar) verschillen te beschrijven los van daarvoor beschikbare instrumenten
o bewegingssituaties te ontwerpen waarbij bewegingsgedrag op kwaliteit kan worden beoordeeld.
o in staat zodanig leerhulp te geven aan de betere bewegers dat zij ook komen tot niveaudoorbraken.
o grote niveauverschillen in een groep zodanig naast elkaar te laten functioneren dat de kinderen daar onderling geen last van hebben.
o stromingen in het basisonderwijs en het mogelijke effect op het vakconcept
o bewegingsonderwijs te duiden.
o kennis omtrent gezondheid en bewegen aan te geven.
o drie vakconcepten te benoemen, waaronder sportoriëntatie.
o methoden te kunnen beoordelen op het onderliggende bewegingsconcept.
o om jaar- en periodeplannen op te stellen.
o realistische keuzes te maken tussen de onderwijskundige inzichten rond adaptief onderwijs en de sportcultuur.
o het vermogen een gidsfunctie naar kinderen te vervullen met betrekking tot de sportcultuur.
o Verwijzingsmogelijkheden te benoemen naar andere instanties met betrekking tot houdingsafwijkingen, stoornissen van senso-motorische aard of gedragsproblemen

Ingangseisen

Alleen voor Pabostudenten.
Een fysieke test maakt deel uit van de toelatingseisen. De uitslag hiervan moet voldoende zijn. Minimaal 18 pt. Voor de test.

Toetsing

Schriftelijke toets 1:
het basisdocument, aanbieden van activiteiten, volgorde van leerlijnen en differentiatie.

Schriftelijke toets 2:
Leerdoelen + leerhulp, ongevallen en veiligheid en EHBO.

Schriftelijke toets 3:
Inspanningsfysiologie, anatomie.

Assessement
Verdediging van ingeleverde zaken
-       Portfolio (Onderzoek, stagelessen, opdrachten en artikelen)
Video (leerhulp), +motorisch leren (Pijning) brede zorg

Literatuur

Aan te schaffen:
-   Het Basisdocument Bewegingsonderwijs (Chris Mooij e.a., Jan Luiting Fonds, Zeist 2004 ISBN: 90 72335 36 8)
-   Reader “Leergang bewegingsonderwijs” PAB078 (in readershop)
-   Eerste hulp bij sportongevallen - H. Langenhorst, Thieme/Meulenhoff, Utrecht/Zutphen. ISBN: 978 90 06 92082 6 (25e druk)
-   Oranje Kruis boekje – W. Henny, Thieme/Meulenhoff, Utrecht/Zutphen. 
ISBN: 978 90 06 92067 3 (2e druk)

Te raadplegen literatuur
-   Motoriek en Leerpsychologie:  H.F. Pijning,  Tirion Uitgevers mei 1993, isbn  9060763629
- 2 eigen gekozen methodes i.v.m. het vergelijkend methode onderzoek

Rooster

Geheel semester 7 van de opleiding. 
Weekrooster:    2 dagen van 5 ½ uur les
                        2 dagen stage
                        1 dag zelfstudie