Kies op maat

Inloggen Menu

Werken in het beroepsonderwijs

De minor Werken in het Beroepsonderwijs (incl. VMBO) biedt studenten van de tweede graads lerarenopleidingen, studenten van de pabo en studenten van de lerarenopleiding gezondheidszorg en welzijn de mogelijkheid tot een zeer aantrekkelijke specialisatie. De minor is bij uitstek geschikt voor studenten die willen kiezen voor het uitstroomprofiel Beroepspraktijkvorming waarmee zij zich voorbereiden op een functie in het (voorbereidend) beroepsonderwijs. Binnen deze minor leren de deelnemers de leerinhouden uit de schoolvakken te integreren met de leerinhouden uit het toekomstig beroep van leerlingen. Als student ga je in de praktijk  aan de slag met onderwijsactiviteiten binnen de beroepspraktijk. Je wordt hierbij begeleid door docenten in het werkveld.

Leerdoelen

De (V)MBO-docent is iemand die kiest voor de leerling, die zijn vakkennis met behulp van veel enthousiasme, creativiteit, innovatie- en improvisatietalent kan vormgeven en combineren en kan koppelen aan de praktijk van alledag, die kijkt naar de toekomst van de leerling en zijn vak kan zien in relatie tot de toekomstige activiteiten van de leerling en de leerstof daardoor voor de leerling toegankelijk maakt. Maar ook iemand die de ontwikkelingen in het onderwijs volgt, innovatie en/of onderzoeksprojecten kan en durft op te zetten en steeds op zoek is naar het beste in de leerling.

In de minor wordt gewerkt aan:
-       de competenties van de startbekwame leraar, met name vakinhoudelijk didactisch (competentie 3) en samenwerking met de omgeving (competentie 6)
-        extra aandacht wordt besteed aan competenties en vaardigheden die specifiek gevraagd worden van een (v)mbo- docent. Bij het bepalen van deze competenties wordt gebruik gemaakt van het competentieprofiel van de Rotterdamse VMBO-docent en (onderzoeks)literatuur van (V)MBO-scholen.
-       het vergroten van kennis, vaardigheden en kwaliteiten op het gebied van:

  • Vakinhoudelijke aansluiting in de beroepskolom
  • Pedagogisch didactisch handelen, beroepsgerichte didactiek
  • Samenwerken met de omgeving (ook bedrijfsleven)
  • Onderzoeksvaardigheden
  • Onderwijsontwikkeling, kennis van innovaties in het beroepsonderwijs

-       de algemeen geldende Dublin descriptoren voor HBO bachelors en masters voor wat betreft ‘Kennis en inzicht’, ‘Toepassen van kennis en inzicht’, ‘Oordeelsvorming’, ‘Communicatie en Leervaardigheden’.

Doel van de minor is leraren opleiden die:
-       kennis hebben van het beroepsonderwijs (opbouw, doorstroom, opleidings- en beroepsmogelijkheden)
-       kennis hebben van beroepsgerichte didactiek
-       hun vak in relatie kunnen zien met de praktijk waarvoor op de beroepsopleiding wordt opgeleid
-       een goed beeld hebben van (enkele van) de mogelijke beroepen waarvoor hun leerlingen/ studenten worden opgeleid in eerste instantie echt leraar willen zijn, maar die ook niet bang zijn om zich als leraar verder te ontwikkelen en daarbij ontwikkelingen en innovaties in de school op te pakken. De minor werken in het beroepsonderwijs is een aanloop tot het volgen van de masteropleiding ‘Leren en Innoveren’ van Hogeschool Rotterdam. Ook doorstroom naar andere masteropleidingen bijvoorbeeld de master ‘Pedagogiek’ van de HR, de master ‘Actief Leren’ van de open universiteit of de master ‘Onderwijskundig ontwerp en advisering’ van de Universiteit Utrecht behoort tot de mogelijkheden.

Ingangseisen

De minor Werken in het Beroepsonderwijs is toegankelijk voor alle studenten van een lerarenopleiding. Van studenten wordt verwacht dat de cursussen waarin onderzoeksvaardigheden worden aangeboden, zijn afgerond. Voor studenten van de LERO betekent dit  dat de cursus praktijkonderzoek (leerjaar 3) is afgerond. Voor studenten van de LGW betekent dit dat de cursus kwalitatief onderzoek (leerjaar 2) is afgerond.

Toetsing

Voor de minor zijn veel studiepunten uitgetrokken. De begeleide tijd is relatief gering in verhouding tot het aantal studiepunten. Die tijd moet dan ook goed besteed worden. Van elke student wordt verwacht dat hij aanwezig is bij de bijeenkomsten.
Een student die minder dan 80% aanwezig is geweest, wordt uitgesloten van verdere deelname aan de minor.
Afwezigheid door ziekte of andere calamiteiten wordt altijd vooraf gemeld aan de contactpersoon van de minor.
De minor is verdeeld in modulen die verzorgd worden door verschillende docenten. Elke module wordt afgerond met een opdracht/ verslag en bewijs van aanwezigheid/deelname. Alle opdrachten worden als bewijs opgenomen in de map ‘minor werken in het beroepsonderwijs’ in het digitaal portfolio.
Hier wordt ook het competentieprofiel voor de (v)mbo docent in opgenomen. De student geeft aan het eind van elk kwartaal aan in hoeverre hij gewerkt heeft aan en gegroeid is in een competentie. Natuurlijk zitten er (verwijzingen naar) bewijzen bij.

Studiepunten voor de minor worden uitgeschreven indien:

  • alle opdrachten voldoende zijn gemaakt en controleerbaar zijn opgenomen in het portfolio.
  1. er ligt een plan van aanpak voor het onderzoek in het kader van de innovatieve opdracht. De set met toepassingsgerichte en innovatieve opdrachten heeft een omvang van 5 studiepunten. Door deze opdrachten uit te voeren en ze te koppelen aan de beroepspraktijk lever je een bijdrage aan de verdere ontwikkeling van het onderwijs op jouw school en leer je het ook beter kennen. Tevens vormen deze opdrachten een goede opstap voor je afstudeeropdracht  ‘Afstuderen uitstroomprofiel’. Deze afstudeeropdracht sluit naadloos aan op de minor en dezelfde docenten zullen je daarbij begeleiden
  • het portfolio is bijgewerkt voor wat betreft het competentieprofiel
  • de student voldoende aanwezig is geweest tijdens de lessen en zich bij afwezigheid heeft afgemeld.
  • het onderzoek binnen het kader van de innovatieve opdracht voldoende is afgerond en gepresenteerd
  • de student een actieve rol heeft gespeeld bij de organisatie van de eindpresentatie van de onderzoeken

Literatuur

Donk en Van Lanen (2009). Praktijkonderzoek in de school. Bussum: Couthino

Glaudé, M. et al. (2011). Pedagogisch-didactisch handelen van docenten in het middelbaar beroepsonder

wijs. Utrecht: ECBO (staat in Natschool)

Klatter, E.B. (2014). Visiedocument. Opleiden, Leren en Examineren in het Beroepsonderwijs. Amersfoort:

Consortium Beroepsonderwijs (staat in Natschool)

Onderwijsraad. (2011). Goed opgeleide leraren voor (voorbereidend) middelbaar beroepsonderwijs. Den

Haag: Onderwijsraad (staat in Natschool)

Artikelen: 

Een  BEROEPSBEELD als HANDVAT VOOR PROFESSIONELE GROEI EN LOOPBAANONTWIKKELING.

https://www.platformsamenopleiden.nl/wp-content/uploads/2019/04/Vakblad-Profiel-02-2019-p12-16.pdf

Katern Samen opleiden in het MBO

https://www.platformsamenopleiden.nl/wp-content/uploads/2018/03/Katern-Samen-opleiden-in-het-mbo.pdf

Beroepsbeeld MBO docent

https://www.platformsamenopleiden.nl/wp-content/uploads/2019/03/Beroepsbeeld-mbo-docent.pdf

Rooster

Blok 1 en 2 van jaar 4. De minor staat ook open voor deeltijdstudenten van IVG. Dit kan betekenen dat de lessen later in de middag aanvangen en doorlopen tot vroeg in de avond.

Tijdsbesteding:
Kennisgestuurd: Blok 1, 224 uur. Blok 2, 196 uur
Praktijkgestuurd: Blok1, 140 uur. Blok 2, 140 uur
Innovatie Opdracht(en): Blok 1, 56 uur. Blok 2, 84 uur

Op maandag ben je aan de slag in het werkveld.