Kies op maat

Inloggen Menu

Jongerenwerk in de Grote Stad

Beroep

Jongerenwerkers zijn sociale professionals die de taal spreken van jongeren. Ze geven jongeren een stem en ondersteunen bij het volwassen worden. Dit preventieve onderdeel van Social Work krijgt steeds meer aandacht. Het Parool kopte begin dit jaar: "Gemeente Amsterdam blaast jongerenwerk nieuw leven in. Na eerdere bezuinigingen steekt de gemeente nu 12 miljoen euro in het jongerenwerk." Ook minister Grapperhaus van Justitie riep op om meer te investeren in jongerenwerk om criminaliteit te voorkomen. Het beroep van jongerenwerker gaat over het begeleiden van groepen jongeren in de vrije tijd. Doel is jongeren te laten te participeren in de maatschappij, ze te empoweren en te leren om zich op een effectieve manier te uiten. De Hogeschool van Amsterdam biedt als enige hogeschool een minor Jongerenwerk aan. Het programma is zowel verbredend als specialiserend en heeft zijn basis in de praktijk. De pedagogische opdracht is het centraal thema.

De minor is bedoeld voor (Social Work) studenten die zich willen specialiseren tot jongerenwerker, maar wordt ook vaak gevolgd door studenten die zich na hun studie willen richten op professioneel werk met jongeren, zoals medewerkers bij een jongerenpunt, wijkteam of reclassering, jeugdzorgmedewerkers, schuldhulpverleners, leerplichtambtenaren, jongerencoaches etc.   

Flexibel programma

De minor is de afgelopen jaren steeds vernieuwd en aangepast. Het programma is niet statisch; waar mogelijk wordt er ingespeeld op de actualiteit. Methodisch en theoretisch blijft de minor relevant door de samenwerking met het lectoraat Jongerenwerk, Youth Spot. Inmiddels is er een breed alumni-netwerk van jongerenwerkers die ingezet worden voor gastlessen en praktijkbezoeken. Daarnaast wordt samengewerkt met jongerenwerkorganisaties in Amsterdam en Utrecht voor het praktijkonderzoek.  

Jongeren

In de minor is volop contact met jongeren. Dit kan onder andere in de onderzoekwerkplaats. In het tweede deel van de minor wordt de methodiek Edutainment uitgevoerd met een groep eerste jaars Social Work studenten. Zo kunnen alle mogelijkheden van het jongerenwerk worden ervaren.

Leerdoelen

• Je verdiept je - o.a. door middel van de aangeboden theorie en het praktijkgericht onderzoek - in visie, beleid en methodiek van het jongerenwerk dat in stedelijke gebieden,  nationaal en internationaal plaatsvindt. Op basis hiervan ben je in staat een eigen visie op het  jongerenwerk te verwoorden en te beschrijven.  
• Je hebt na afloop kennis van de leefwereld van de jongeren van nu. Je kan deze uitingen interpreteren en in hun context plaatsen. Daardoor ben je in staat contacten met jongeren te leggen, te onderhouden en vanuit deze relatie agogisch met hen te werken.  

• Je hebt werkzame methodieken bestudeert en kan die gericht inzetten. 

• Je hebt inzicht in en kennis van de pedagogische opdracht van het Jongerenwerk.

• Je kan werken met de geleerde coachmethodiek en weet die met een doelgroep in de praktijk te brengen.
• Je hebt inzicht in het netwerk van organisaties waar het jongerenwerk gebruik van maakt.

Aanvullende informatie

Vragen over de minor
Contact Marco Bijl, m.p.g.bijl@hva.nl

Vragen over de Kies op Maat-procedure?
Contact Liesbeth Steenbeek, e.c.e.steenbeek@hva.nl

Aanmeldingen worden op volgorde van binnenkomst ondertekende leerovereenkomsten in behandeling genomen.

Ingangseisen

Ervaring in het werken met jongeren in de leeftijd van 10 tot 23 jaar, als vrijwilliger of tijdens een stage is aanbevolen. Als deeltijd-student met maar 1 dag beschikbaar voor onderwijs, dien je te beschikken over een relevante praktijk. Indien je daar niet over beschikt, dan moet je het meerdaagse voltijdprogramma volgen.

Toetsing

STUDIEDEEL, AANTAL EC, TOETSVORM:

1.      De collegeserie: 'Leefwerelden van Jongeren' (3 studiepunten); toetsvorm: thuistoets en opdracht
2.      Training: Edutainment-coach (3 studiepunten); toets​vorm: tentamen
3.      Uitvoering Edutainment (4 studiepunten); toetsvorm: uitvoering en reflectie
4.      Het beleid- en methodiekprogramma (6 studiepunten; 3 in kwartaal 1, 3 in kwartaal 2); toetsvorm: tentamen
5.      Serie Good Practices (4 studiepunten; 2 in kwartaal 1, 2 in kwartaal 2); toetsvorm: essay
6.      Onderzoek (10 studiepunten); toetsvorm: onderzoek en presentatie

Onderdeel 4, 5 en 6 kunnen worden samengevoegd met als afsluiting een portfolioassessment.

Wanneer een student een onderdeel niet succesvol heeft afgerond in de onderwijsperiode waarin zij het onderwijs van de minor heeft gevolgd dan kan de student alsnog de minor afronden tijdens volgende onderwijsperiode(n) van de betreffende minor.


Wordt een minor niet meer aangeboden of is de inhoud van de minor herzien, dan biedt de opleiding in het daarop volgende studiejaar nog tweemaal de gelegenheid tot het afronden van de minor.

Literatuur

Verplichte literatuur:

  1. 'Handboek modern Jongerenwerk', Veenbaas, Noorda, Anbaum, VU uitgeverij 2011.
  2. 'Leefwerelden van jongeren', Joke Hermes, Pauline Naber, Arjan Dieleman, Coutinho, 2019 (let op derde druk!) 
  3. 'Talentgericht werken met kwetsbare jongeren. Ontwikkelwerk, erkeningswerk, verbindingswerk.' Abdallah, S., Kooijmans, M., & Sonneveld, J. (2016). Bussum: Coutinho
  4. 'Jongerenwerk Nieuwe Stijl'. Frank van Strijen,  SWP Amsterdam 2012.
  5. 'Kleine stappen, grote overwinningen'. Jongerenwerk historisch beroep en perspectief. Metz, J. Amsterdam: SWP, 2011
  6. 'Praktijkonderzoek in zorg & welzijn'. Cyrilla van der Donk & Bas van Laanen. Coutinho Bussum 2015.

Deze literatuurlijst kan nog worden aangevuld of gewijzigd.

Aanbevolen literatuur:

  1. 'Jongerenwerker'.  Competentieprofiel, Corrie van Dam en Niels Zwikker,  Movisie,  2008 ISBN 978-90-8869-026-6
  2. 'Jeugdbeleid in transitie', Jan Bekker en Toby Witte, Couthino, 2014
  3. 'Een theorie van presentie'. Andries Baart, Boom Lemma, 2014
  4. 'Hoeklijnen, ambulant jongerenwerk', Jan Schellekens, SWP, 1998
  5. 'Respect! 99 tips voor het omgaan met jongeren in de straatcultuur', Hans Kaldenbach, Uitgeverij Prometheus Amsterdam 2006.
  6.  'Kapot moeilijk' Jan Dirk de Jong, Aksant Amsterdam 2007 (download pdf via rebond.nl)
  7.  'Battle zonder knokken' talentcoaching voor risicojongeren, Maike Kooymans. SWP Amsterdam  2009

Rooster

Vaste lesdagen waarvan 1 de gehele dag (VT en DT); daarnaast twee andere dagdelen voor VT. Incidenteel kan ook voor DT op een andere dag een deelprogramma worden aangeboden. Indien je als DT student niet over een relevante praktijk beschikt dan moet je het meerdaagse VT programma volgen.

Minor Jongerenwerk onderwijsdag (VT en DT) 16 x 8 = 128Toetsing 8 x 3 = 24

Edutainment 8 x 5 = 48

Onderzoek 20 x 4 = 80