Kies op maat

Login Menu

Bewegingsonderwijs

De minor bewegingsonderwijs maakt deel uit van een groter traject: de post-initiële opleiding ‘Leergang vakbekwaamheid bewegingsonderwijs via Pabo’. Met ingang van het schooljaar 2001 - 2002 bieden alle pabo’s op het gebied van bewegingsonderwijs een smal programma aan; dat wil zeggen een opleidingsprogramma dat zich louter richt op het jonge kind (groep 1 en 2). De betreffende leergang richt zich op de volledige bevoegdheid in het geven van bewegingsonderwijs tot en met groep 8. Deze leergang bestaat uit drie blokken onderwijs. Met de minor bewegingsonderwijs kan een student daarvan reeds twee blokken behalen tijdens de Pabo-opleiding. Het doel van de leergang en deze minor is via het opleiden van gekwalificeerde leerkrachten bewegingsonderwijs, de praktijk van het bewegingsonderwijs in het primair onderwijs een kwaliteitsimpuls geven.

Zoals aangegeven bestaat de minor uit twee blokken van ieder 7.5 ects, die gericht zijn op het voorbereiden, uitvoeren en evalueren van lessen bewegingsonderwijs aan de groepen 3 t/m 8 binnen het basisonderwijs. Het eerste blok richt zich voornamelijk op het aanbieden van bewegingsactiviteiten zodat iedere leerling mee kan doen. Het tweede blok richt zich voornamelijk op het begeleiden en bieden van leerhulp als dat niet het geval is. Naast deze twee blokken bestaat de minor ook nog uit een blok ‘vrije ruimte’ van 15 ects. Daarin kan de student activiteiten zelf ontwikkelen en realiseren, als deze maar gericht zijn op en te maken hebben met het bewegingsonderwijs aan de groepen 3 t/m 8 uit het basisonderwijs.

Leerdoelen

Het volgen van de minor en het behalen van de certificaten geeft een voordeel op de arbeidsmarkt (civiele effect), aangezien een Pabo-afgestudeerde nog niet bevoegd is in het geven van bewegingsonderwijs tot en met groep 8. Basisscholen geven bij gelijke kwalificatie de voorkeur aan iemand die dan reeds een groot deel van de leergang heeft behaald.

Aanvullende informatie

Naast één dag op de opleiding, geeft de student bewegingsonderwijs op een leerwerkplek in het basisonderwijs. In blok 1 dienen tenminste 15 lessen bewegingsonderwijs gegeven te worden, verdeeld over de groepen 3 t/m 8. In blok 2 dienen tenminste 20 lessen bewegingsonderwijs gegeven te worden, verdeeld over de groepen 3 t/m 8. Dit aantal lessen komt neer op tenminste een dag in de week stagelopen. In het kader van de vrije ruimte is het mogelijk het aantal lessen uit te breiden en daarmee ook het aantal dagen in de praktijk van het onderwijs.

Ingangseisen

Er zijn vier voorwaarden voor toelating geformuleerd:

1. Propedeuse van de pabo behaald

2. Werkplekassessment uit het tweede studiejaar van de pabo behaald

3. Toetsonderdelen bewegingsonderwijs uit het tweede studiejaar van de pabo behaald

4. Positief advies van de opleiding naar aanleiding van een intake (eigen vaardigheidstoets en motivatiegesprek)

Toetsing

1. Werkplekassessent

Wegingsfactor: 40%

Bodemcijfer: 5,5

2. Overalltoets 1

Wegingsfactor: 15%

Bodemcijfer: 5,5

3. Overalltoets 2

Wegingsfactor: 15%

Bodemcijfer: 5,5

4. Logboek 'studie'

Wegingsfactor: 10%

Bodemcijfer: 5,5

5. Logboek 'stage'

Wegingsfactor: 10%

Bodemcijfer: 5,5

6. Stationsproef

Wegingsfactor 10%

Bodemcijfer 5,5

Rooster

Eén dag in de week van 09.00u tot 16.15u op de opleiding. Daarnaast zelf te organiseren contactmomenten op de leerwerkplek (tenminste één dag per week).