Kies op maat

Login Menu

Omgangskunde

In deze minor zul je kennismaken met het vak (leergebied) Omgangskunde, wat leraarschap Omgangskunde inhoudt, welke vaardigheden je je eigen moet maken, hoe in scholen wordt gewerkt met het vak Omgangskunde, wat de toekomstige werkvelden van de studenten op het MBO inhouden en hoe jij je verhoudt tot deze onderdelen. Je zult kennis verwerven aan de hand van theoretische bronnen en praktische verwerking in de lessen. Tevens ga je aan de slag met werkveldverdieping en vakverdieping in de praktijk. Deze minor vindt plaats in periode 3 en 4. In periode 3 vinden begeleide en onbegeleide bijeenkomsten plaats. In periode 4 vindt met name de werkveldverdieping en de vakverdieping in de praktijk plaats. Intervisie vindt plaats in beide periodes.

 

Deze minor is gericht op actief leren, wendbaar gebruik. Je maakt weliswaar een individueel moodboard, maar je werkt samen in een leerteam. Het functioneren van het leerteam is gebaseerd op het principe van het samenwerkend leren. Ieder groepslid draagt individuele verantwoordelijkheid voor zijn eigen product, maar het leerteam ondersteunt elkaar in het optimaliseren van deze producten. Feedback over elkaars rol in het samenwerkingsproces wordt verwerkt in de opdracht 10 evaluatie leerteam.

We verwachten van de minor student een proactieve en reflectieve houding tijdens deze minor. Dilemma’s worden besproken en opgelost.

 

In dit thema komen de volgende onderdelen aan de orde:

Socialisatie

Practicum coaching

Groepsdynamica

Communicatie

Intervisie

Werkveldverdieping en

Vakverdieping in de praktijk

 

Aan het begin van de minor worden er leerteams gevormd van ongeveer 4 studenten. In dit leerteam zul je veel opdrachten maken, elkaar om feedback vragen en  geven. Het leerteam is de eerste plek waar je terecht kunt met je vragen. Pas nadat je er met je groepje niet uitkomt neem je contact op met de docent. Naast het werken in het leerteam werk je individueel aan opdrachten. De producten van je leerteam en je individuele producten zet je in je leerverslag. Het leerverslag is onderdeel van je digitale moodboard.

Je maakt een digitaal moodboard met tekst over de waarde van deze gevolgde minor voor je verdere beroepsmatige ontwikkeling. In je digitaal moodboard maak je weer de koppeling naar je persoonlijke leerdoelen, gedragscriteria en competenties en je maakt duidelijk wat dit betekent voor je leren in de toekomst.

 

Bij het onderdeel Socialisatie  pas je zelfonderzoek toe. Je onderzoekt jezelf en vraagt je af wie je bent, wat je kunt en wat je wilt. We werken vanuit de positieve psychologie en richten ons op talenten en kwaliteiten. Je verwerkt alles in je leerverslag en je laat zien in je stage dat je gebruik hebt gemaakt van al het geleerde.

 

Het onderdeel Practicum coaching leer je vanuit de blik van een coach kijken naar individuele begeleidingsprocessen maar ook naar hoe kan ik als coach met de groep leren werken.

 

Bij het onderdeel Groepsdynamica werken we met de kennis over de ontwikkeling van groepen. Je gaat in dit onderdeel zelf werkvormen bedenken en uitproberen die het groepsproces verder helpen ook leer je om de groep goed te begeleiding.

 

Bij het onderdeel Communicatie gaan we in de leerteams aan de slag met de theorie en de praktijk van gesprekstechnieken. Je krijgt feedback van je groepsgenoten en van andere studenten omgangskunde.

 

In je leerteam volg je het onderdeel intervisie met elkaar. Je oriënteert je op het begrip reflecteren en leert verschillende reflectiemethodieken te hanteren. Je maakt intervisieverslagen en geeft en ontvangt feedback. Je rondt dit onderdeel af door een eindverslag intervisie te maken.

 

Bij het onderdeel Werkveldverdieping ga je onderzoeken waar omgangskunde in het toekomstige werkveld van de studenten van een mbo school “zit”. Je kiest een opleiding binnen het MBO werkveld uit en verdiept je in de mogelijke werkplekken van de studenten.  Je vormt  je een beeld van werkvelden, beroepen en de belevingswereld van de daarbij horende doelgroepen.

Je onderzoekt dit dmv interviews met mbo studenten en docenten en dmv het bezoeken van werkplekken en het praten met werkplekbegeleiders. Je presenteert je ervaringen in een film. Je mag deze opdracht met een groep, of je leerteam uitvoeren.

 

Onderdeel Vakverdieping in de praktijk geeft je de mogelijkheid om uit te proberen en te experimenteren met thema’s en werkvormen die binnen omgangskunde gebruikt worden. Je mag hiervoor een eigen omgeving kiezen, denk hierbij aan leerlingen VMBO/studenten MBO/of ook een team van collega’s. Ontwerp een serie bijeenkomsten of lessen en een tool voor een eigen gekozen doelgroep waarin je met een omgangskundig thema, in minimaal 3 bijeenkomsten aan de slag gaat. Je vraagt om feedback en schrijft zelf een evaluatie en reflectieverslag over deze opdracht.

 

Didactische aanpak:

Tijdens de werkcolleges wordt inzicht verkregen in het vak omgangskunde, wat docentschap inhoudt, welke vaardigheden je je eigen moet maken, hoe we op onze opleiding werken en hoe men in scholen werkt in het vakgebied omgangskunde. Door het werken met de genoemde competenties en het maken van opdrachten krijg je inzicht in wat er zoal van je wordt verwacht.

 

Werkvormen

werkcolleges

ontwikkelen van een digitaal moodboard

diverse individuele en groepsopdrachten

literatuurstudie

zelfstudie

werken in leerteams

workshop

uitvoerend bezig zijn met vakonderdelen omgangskunde

uitvoerend bezig zijn met de onderdelen werkveld verdieping  en vakverdieping in de praktijk

presenteren

 

De student heeft regelmatig overleg met de begeleidend docent om de vorderingen van het onderwijsproduct te bespreken en tijdig feedback van de docent te ontvangen.

Leerdoelen

Algemene doelstellingen

De student oriënteert zich op opleiding en vak omgangskunde, heeft kennis van de inhouden van het vak, kan het vak positioneren in het tweedegraads werkveld, heeft kennis van de zeven competenties, weet welke rol de zeven competities spelen binnen de opleiding, krijgt zicht op de eigen leerhouding en kan hierop reflecteren, kan feedback geven en ontvangen. De student kan de feedback omzetten naar ontwikkelingsgerichte acties, heeft een houding die gericht is op samenwerkend leren, draagt verantwoordelijkheid voor het maken van effectieve leersituaties, beschrijft de identiteit van het vakgebied omgangskunde, gaat op zoek naar eigen kwaliteiten, creativiteit, energie en inspiratie, heeft een onderzoekende houding ten opzichte van zichzelf (wie ben ik, wat kan ik, wat wil ik), reflecteert door middel van diverse reflectiemethodes en koppelt theorie over reflectie aan de schriftelijke reflectieverslagen, kan een studieplan/pop opstellen.

Doelen van de minoronderdelen

 

Vakonderdelen

Hieronder worden de vijf door de opleiding aangegeven vakonderdelen uitgewerkt. In overleg met de examinatoren kunnen er andere onderdelen gekozen worden.

 

 

Doelen van Communicatie

De student

beschikt over kennis met betrekking tot  methodes van observeren, waarnemen, interpreteren en rapporteren en past deze toe.

beschikt over basiskennis met betrekking tot de communicatie: past deze kennis adequaat toe in verschillende beroepssituaties.

ziet zichzelf als instrument in relaties: past metacommunicatie toe.

verwoordt de eigen conflictstijl en maakt het persoonlijk conflicthanteringgedrag effectiever.

toont zichzelf als lerend persoon.

reflecteert op persoonlijk functioneren tijdens de trainingen.

beschrijft aan de hand van de gegeven feedback de sterke en zwakke kanten van zichzelf en benoemt ontwikkelpunten.

 

Doelen van groepsdynamica

De student

herkent en benoemt groepsdynamische aspecten in het groepsproces van de eigen leer-/studentengroep.

kiest functionele theorie ter verdieping van inzicht in groepsfactoren en het proces van groepsontwikkeling van de leer-/studentengroep.

werkt aan (verdere) kennisopbouw van groepsfactoren en processen van groepsontwikkeling.

kan zichzelf inzetten als functioneel groepslid.

bevordert de groepsontwikkeling van de leergroep.

kan zichzelf inzetten als competente docent/coach met inzicht in groepsfactoren en groepsprocessen.

beheerst vaardigheden en kennis m.b.t. groepsdynamische processen zodanig dat zij/hij leerlingen kan begeleiden bij het ontwikkelen van deze competentie, gericht op het toekomstige beroep van de leerling.

 

Doelen van Socialisatie

De student kan

de eigen socialisatie/ levensverhaal aan de hand van thema’s en ontwikkelingspsychologisch kader in kaart brengen.

de begrippen socialisatieprocessen, rol, sociale klasse, cultuur, biologische factor in socialisatieprocessen, beeldvorming en diversiteit koppelen aan de eigen socialisatie.

de eigen grens stellen met betrekking tot het onderwerp socialisatie.

de eigen socialisatie verbinden met de eigen (toekomstige) beroepspraktijk en beroepshouding.

zichzelf als lerende persoon zien.

zichzelf als instrument zien.

 

Doelen van practicum coaching

De student

kan een onderscheid maken tussen de verschillende begeleidingsvormen.

kan signaleren welke begeleidingsvorm nodig is.

kan een beargumenteerde keuze maken voor de vorm van begeleiding.

kan bewust omgaan met rol en doel van het begeleidingstraject.

ontwikkelt een professionele houding als coach.

ontwikkelt coachingsvaardigheden.

zet adequaat de verschillende coachingsvaardigheden in.

toont zichzelf als lerend persoon.

ziet zichzelf als instrument in relaties en past dit toe in coachingssituaties.

heeft inzicht in de verschillende vormen van begeleiding binnen onderwijs.

kan een individueel-en groepscoachingstraject vormgeven en begeleiden binnen het onderwijs.

 

Doelen van intervisie

De student

ontwikkelt zijn reflectievermogen met behulp van verschillende reflectiemethodes.

ontwikkelt op basis van geformuleerde persoonlijke leerthema’s/leervragen nieuwe perspectieven en komt tot gedragsverandering.

vergroot de eigen deskundigheid en professionaliteit.

ontwikkelt de intervisievaardigheden.

trekt lering uit het herkennen en benoemen van kenmerkende beroepssituaties voor Omgangskunde in de eigen beroepspraktijk/stage.

heeft kennis van minimaal 2 intervisiemethodieken en past dit toe.

 

Werkveldverdieping

Doelen van werkveldverdieping

De student

vormt zich een beeld van werkvelden, beroepen en de belevingswereld van de daarbij horende doelgroepen.

benoemt wat een docent Omgangskunde nodig heeft aan kennis met betrekking tot werkvelden van zijn/haar leerlingen om in het MBO adequaat te kunnen opereren.

 

Vakverdieping in de praktijk

Doelen van vakverdieping in de praktijk

De student

kan zijn/haar huidige passie voor het vakgebied omgangskunde en de ontwikkeling daarin beschrijven.

kan de kenmerken en basisprincipes van vakdidactiek omgangskunde beschrijven, toelichten, toepassen en erop reflecteren.

kan via het principe van samenwerkend leren werken.

kan de positie van het vakgebied omgangskunde in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) beschrijven en toelichten.

heeft kennis van de kwalificatiestructuur van het mbo en kan het begrippenkader omzetten naar onderwijssituaties/lessenseries in het vakgebied omgangskunde.

formuleert een visie op omgangskunde onderwijs in het mbo.

vertaalt de vakinhoud omgangskunde naar (digitale) lessen(series) voor het mbo.

beoordeelt bestaand omgangskunde lesmateriaal.

kan een omgangskundig verantwoorde lessenserie verzorgen en evalueren.

hanteert vakspecifieke leermiddelen en werkvormen.

beoordeelt zichzelf op geschiktheid voor het omgangskunde docentschap.

Ingangseisen

Afstemming met coördinator en docent van de vrije minor over de (individuele)  inhoud en planning van deze minor.

Toetsing

Presentatie d.m.v. een moodboard, wix, schriftelijke rapportage, film

Literatuur

De leermiddelen die we gebruiken kunnen geleend worden in de mediatheek NHL Hogeschool