Kies op maat

Inloggen Menu

Wetenschapsfilosofie (premaster Onderwijswetenschappen)

De centrale vraag in deze cursus is: wat is kennis? Een antwoord daarop is al te vinden in de twee klassieke perspectieven op kennisverwerving: rationalisme en empirisme. U volgt deze twee sporen van de klassieke oudheid tot de moderne tijd, waar u kennis maakt met filosofen als Descartes, Hume en Kant. 

Daarna wordt de vraag verder aangescherpt: wat is wetenschappelijke kennis? U leert hoe in de vorige eeuw is gezocht naar criteria voor een afbakening van het wetenschappelijk domein. In dat kader verkennen we het werk van filosofen als Wittgenstein, Popper, Kuhn, Lakatos en Feyerabend. 

Gedurende die verkenning blijkt dat elke benadering haar merites heeft, maar ook haar valkuilen. Aan het slot van de cursus wordt dan ook de vraag gesteld of zuivere, objectieve wetenschap wel mogelijk is. Juist uit de psychologie leren we namelijk dat het menselijk kenvermogen feilbaar is.l Wat zegt dat dan over het waarheidsgehalte en de beperkingen van de wetenschap?

Deze wisselwerking tussen psychologie en wetenschapsfilosofie is overigens een mes dat aan twee kanten snijdt. Immers, de psycholoog bestudeert de mens en wetenschappers zijn net mensen. Als de psycholoog dus iets zegt over het vermogen van mensen om de wereld te zien, dan zegt dat ook iets over de beperkingen van de wetenschapper, wat op zijn beurt weer implicaties heeft voor de manier waarop de filosoof het wetenschappelijk bedrijf modelleert.

Leerdoelen

Het doel van deze studietaak is dat u een overzicht krijgt van de belangrijkste filosofen uit het
antieke, Griekse tijdperk (ongeveer 600 v.Chr. tot 300 v.Chr.). U leert welke filosofische posities zij
innamen en vooral welke antwoorden zij gaven op de vraag: ‘Wat is kennis? ’ Hiermee leert u hoe in
de Griekse filosofie de fundamenten werden gelegd voor de westerse wetenschapsfilosofie.
Meer specifiek betekent dit dat u na het doorlopen van deze studietaak
 de begrippen metafysica, ontologie en epistemologie kunt definiëren
o kunt uitleggen hoe deze begrippen met elkaar samenhangen
o de verschillen tussen de ontologie van Heraclites en Parmenides begrijpt
o kunt uitleggen welke epistemologie het gevolg is van de opvattingen van Parmenides
o de relativistische positie van Protagoras kunt samenvatten
o de scepticistische positie van Socrates kunt samenvatten
 de rationalistische positie van Plato kunt samenvatten
o diens allegorie van de grot kunt reproduceren en kunt uitleggen
o kunt tonen hoe in deze grot de werelden van Heraclites en Parmenides verwerkt zijn
o kunt uitleggen wat Plato bedoelt met de ‘wereld van de ideeën’
 de empiristische positie van Aristoteles kunt samenvatten
o het peripatetisc h axioma van Aristoteles kunt weergeven
o de rol van intuïtie in de epistemologie van Aristoteles kunt uitleggen
o de rol van de samenleving in de epistemologie van Aristoteles kunt uitleggen
o de vier oorzaken van Aristoteles kunt noemen en toelichten
 de begrippen deductie en inductie kunt definiëren
o de structuur van een syllogisme kunt beschrijven en zelf syllogismen kunt opstellen
o kunt uitleggen waarom bij deductie geldigheid en waarheid niet hetzelfde zijn
o kunt uitleggen waarom deductie niet tot nieuwe kennis leidt
o kunt uitleggen waarom inductie niet tot zekere kennis leidt.

Ingangseisen

U dient ingeschreven te zijn voor PB0702 Literatuurstudie of deze cursus afgerond te hebben voordat u verder kunt met Wetenschapsfilosofie.

Toetsing

Computergebaseerd individueel tentamen (CBI) met meerkeuzevragen en een schrijfopdracht in de vorm van een essay.

Literatuur

De cursusboeken worden meegeleverd bij de cursus.

Rooster

wetenschapsfilosofie is een zogenaamde variabele cursus die u het gehele jaar kunt volgen. Inschrijving is dus niet geboden aan kwartielen maar geheel vrij.