Kies op maat

Inloggen Menu

Dier en Samenleving

Mensen gaan op verschillende manieren met dieren om. We eten ze, drinken hun melk, gebruiken hun huid voor schoenen of warme jassen. Ze worden beschermd, bedreigd en geknuffeld. Waarom behandelen we de ene diersoort anders dan de andere? Wie of wat bepaalt eigenlijk hoe we met dieren omgaan? En als je dit wilt verbeteren, hoe pak je dat aan?

In de minor ‘Dier en Samenleving’ staat het gedrag van mensen naar dieren centraal. Je zet je bijvoorbeeld in voor het verbeteren van dierenwelzijn of voor natuurbescherming, maar vanuit de maatschappij. Behalve dierenkennis is dus mensenkennis van belang.

Zo zie je dat mensen soms emotioneel reageren, bijvoorbeeld wanneer een walvis is aangespoeld of het om de zorg voor huisdieren gaat. En soms lijkt de samenleving juist onverschillig of onvoldoende op de hoogte van de problemen. Denk aan het verdwijnen van weidevogels of welzijnsproblemen bij sommige ‘trendy’ rassen.

De kennis in deze minor kan voor verschillende functies betekenis hebben. Als beleidsmedewerker bij de overheid kun je bijvoorbeeld de illegale internationale handel in bedreigde diersoorten bestrijden, als projectmedewerker bij een dierenwelzijnsorganisatie kun je een campagne opzetten om mishandeling van huisdieren tegen te gaan, als communicatiemedewerker binnen een natuurorganisatie begrijp je waar de emoties rond wilde dieren vandaan komen en kun je omwonenden van een natuurgebied voorbereiden op de komst van grote grazers.

In de minor (twee modules van 7 EC, een module van 14 EC en een extra opdracht van 2 EC) is aandacht voor beleid, communicatie, onderzoek, ethiek, (sociale) psychologie en wet- en regelgeving. En voor het gedrag van mensen of groepen binnen de samenleving naar dieren. Hoe ontwikkel je dan een goede communicatiestrategie vanuit een organisatie zoals de Dierenbescherming of Wakker Dier? Wat zijn de drijfveren van verschillende doelgroepen? Welke factoren beïnvloeden het gedrag van mensen naar dieren? En hoe kun je dat gedrag veranderen als dat gewenst is?

Drie modules
De minor bestaat uit twee modules van 7 EC en een module van 14 EC, aangevuld met een extra opdracht van 2 EC.
In elke module is aandacht voor beleid, communicatie, onderzoek, ethiek, (sociale)psychologie en wet- en regelgeving, maar per module verschilt het thema en het werkveld.

LDM3S1 Strategische communicatie voor NGO’s
In Nederland zijn talloze non-gouvernementele organisaties (NGO’s ) werkzaam op het gebied van Dier, Natuur en Milieu. Denk aan de Dierenbescherming, Faunabescherming, Stichting ARK of WakkerDier. In deze Module leer je (i) hoe dergelijke organisaties functioneren en (ii) ontwikkel je een onderbouwde communicatiestrategie voor één bepaalde NGO.

Voor het professioneel managen van een NGO is kennis nodig van onder andere financiën, wet- en regelgeving, beleid, donateurs-communicatie, filantropie en vrijwilligersbeleid. Hier krijg je dan ook uitgebreid les in. NGO’s maken daarnaast vaak gebruik van externe communicatie om hun doelen te bereiken. Denk aan campagnes om mensen bewust te maken van bepaalde problemen of om hun omgang met dieren te beïnvloeden. Voor een goede communicatiestrategie moet je theoretische kennis hebben, bijvoorbeeld over de relatie tussen communicatie en gedragsverandering. Maar je moet ook de doelgroep voor je campagne goed kennen (wat weten zij al? wat drijft hun? voor welke boodschap zijn zij gevoelig?)

Binnen deze Module ontwikkel je een communicatiestrategie die gericht is op studenten. Je organiseert een focusgroep (=groepsinterview) rond een vooraf gekozen onderwerp, zoals de consumptie van dierlijke producten. Op basis van de focusgroep en een literatuurstudie ontwikkel je stapsgewijs een communicatiestrategie, die is afgestemd op de missie/visie en doelen van een bepaalde NGO.

LDM3S4 Portfolio
In deze Module staan maatschappelijke discussies rond (wilde en gehouden) dieren centraal. Je mag zelf een onderwerp kiezen waar je je in wilt verdiepen. Denk aan het gebruik van dieren voor vermaak in de toeristensector, de online handel in trendy ‘huisdier’-soorten, het wel/niet opvangen van gestrande zeezoogdieren (zoals walvissen of zeehonden), of het lijden van grote grazers in natuurgebieden. Maatschappelijke discussies over dergelijke onderwerpen gaan vaak met veel emoties gepaard. Groepen in de samenleving kunnen lijnrecht tegenover elkaar komen te staan. Dit komt niet alleen door een verschil in (of gebrek aan) kennis, maar vooral ook doordat mensen vanuit heel verschillende ethische visies naar dieren kunnen kijken.

In deze Module leer je dergelijke discussies beter begrijpen. Je brengt in kaart welke standpunten worden ingenomen rond jouw onderwerp (door groepen burgers maar ook door organisaties binnen het werkveld). Je verzamelt feitenkennis om deze standpunten te kunnen beoordelen, bijvoorbeeld door experts te interviewen en betrouwbare literatuur te verzamelen. Maar belangrijker: je analyseert ook welke ethische vragen ten grondslag liggen aan het debat en welke ethische visies conflicteren. Dit dwingt je ook om na te denken over je eigen normen en waarden: hoe kijk jij zelf aan tegen dieren? Wat zijn jouw drijfveren? En in hoeverre matcht dit met de visie van partijen uit het werkveld? (Hierbij gaan we, waar mogelijk, op excursie naar Den Haag en Brussel)

Uiteindelijk kom je tot een weloverwogen oordeel over je gekozen onderwerp (op basis van gevoel, feitenkennis én ethische principes). Dit vertaal je naar een aantal producten, waaronder een schriftelijk betoog en een opzet voor echte dialoog over de maatschappelijke omgang met dieren. Opdrachtgever hierbij was vorig jaar het Centre for Sustainable Animal Stewardship (CenSAS) van de Universiteit Utrecht en het Kenniscentrum voor Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN). Ook in 21/22 is de bedoeling dat je voor een echte opdrachtgever aan de slag gaat.

LDM2SBA Strategisch beleidsadvies (voorheen LDM3S2VN Dierbeleid van de overheid en LDM3S3 Internationaal dier- en natuurbeleid)
Dieren als wolf, steur en monniksparkiet worden in Nederland op heel verschillende manieren benaderd door allerlei verschillende stakeholders – van gemeente tot rijk, van dierenbescherming tot handelaar. Internationaal zijn deze soorten tegen handel (die hun voortbestaan bedreigt) beschermd onder CITES (Convention on International Trade in Endangered Species). Maar binnen Nederland kunnen ze bijvoorbeeld wel fors overlast geven of juist gekweekt of gehouden worden. In het eerste deel van deze module ga je (rollenspel) zelf deelnemen aan beleidsvorming in Nederland èn de beïnvloeding ervan in een zogenaamd ‘Interbestuurlijk overleg’. In het tweede deel van de module ga je proberen je doelen internationaal te bereiken voor deze dieren in een CITES-conferentie.
Als beleidsmedewerker bij een van de stakeholders in Nederland en schrijf je een beleidsadvies voor je baas: hoe kan hij je achterban betrekken bij dat interbestuurlijke overleg (participatie) en wat moet de strategie zijn van je organisatie in het overleg? Wat wil jouw organisatie met die  diersoorten en hoe zou je dat kunnen bereiken?
Als lid van een CITES-delegatie van een land of NGO schrijf je een advies voor de minister of je baas over wat je wilt bereiken (doelen) en hoe je dat gaat aanpakken (lobby, onderhandelingsstrategie) bij de besluitvorming over de soorten in CITES. Als de besluiten genomen zijn op Conference of Parties is het tijd om je te verantwoorden naar je baas toe: wat was ons doel, hoe hebben we onze strategie aangepakt en wat is er goed en minder goed gegaan (verantwoordingsrapport).
Om goed beslagen ten ijs te komen bij de rollenspelen krijg je in het begin veel colleges: over (internationaal) recht, dieren, onderzoek, psychologie, participatie, staatsinrichting, politiek, CITES, enzovoort. Maar… we gaan ook 2 dagen op excursie naar Den Haag en Brussel om te zien hoe beleid over dieren gemaakt en beïnvloed wordt bij politiek, overheden en NGO’s.

LDM3X0 Aanvullende opdracht
In overleg met de minorcoördinator wordt voor elke student een individuele opdracht vastgesteld, gekoppeld aan persoonlijke leerdoelen.

 

Meerwaarde:
De minor vormt een goede aanvulling op je eigen opleiding/major, als je je later bezig wilt houden met beleid en/of communicatie in de groene sector. Er is bijna geen baan te vinden waarin je niet met mensen werkt. Voorbeelden:

Diermanagement met major Wildlife Management: als je je kennis van het (wilde) dier en ecologie wilt combineren met beleid en communicatie, bijvoorbeeld als beleidsmedewerker bij de overheid of bij een natuurbeheerder

Diermanagement met major Dier en Bedrijf: als je je kennis over (huis)dieren en het bedrijfsmatig houden van dieren wilt combineren met beleid en communicatie, bijvoorbeeld als adviseur in de huisdierenbranche, projectmedewerker bij een dierenwelzijnsorganisatie of beleidsmedewerker op het gebied van (gemeentelijk) dierbeleid

Andere groene opleidingen, waaronder dier- en veehouderij, milieukunde, kust- en zee management, bos- en natuurbeheer: als je verbeteringen in je eigen sector door wilt voeren met behulp van beleidstools en inzet van communicatie, en je het interessant vindt om een uitstapje te maken naar de sector non-productiedieren

Leerdoelen

De student
• kent de belangrijkste aspecten van het managen van een NGO en kan deze toepassen in een praktijksituatie;
• kent het NGO werkveld in de sector;
• kan een doelgroepanalyse maken op basis van eigen onderzoek en dat van anderen ten behoeve van een communicatieadvies;
• kan op basis van een bestaand beleidsplan een NGO adviseren over de communicatiestrategie.
• kent de belangrijkste aspecten van (onderzoek ten behoeve van, formulering en uitvoering van) diergerelateerd overheidsbeleid en kan deze toepassen in een praktijksituatie;
• kent de bestuurlijk juridische en psychologische context van diergerelateerd overheidsbeleid en kent de belangrijkste spelers in dit veld;
• kan een probleem en zijn dierkundige en maatschappelijke context herkennen en analyseren op basis van eigen onderzoek en dat van anderen ten behoeve van een beleidsplan;
• kan een (vanuit o.m. onderzoek, psychologie en recht) onderbouwd beleidsplan schrijven voor een overheid met een duidelijke strategie.
• kent de belangrijkste aspecten van internationaal dier- en natuurbeschermingsbeleid en kan deze toepassen in een praktijksituatie;
• kent de bestuurlijk juridische en diplomatieke context van diergerelateerd internationaal beleid en kent de belangrijkste spelers in dit veld;
• kan een dierprobleem in internationale context op zijn dierkundige en maatschappelijke context herkennen, onderzoeken en analyseren ten behoeve van voorstellen voor internationaal beleid;
• kan een (vanuit o.m. conservation biology, international law and diplomacy en negotiating) onderbouwde strategie om te komen tot gewenst internationaal dier- en natuurbeschermingsbeleid ontwikkelen en beschrijven voor een overheid of een NGO die opereert binnen een internationale conventie;
• kan bovengenoemde strategie met behulp van opgebouwde inhoudelijke deskundigheid, communicatie en onderhandelingen tot een overtuigende lobby voor zijn/haar doel in internationale context omzetten.
• kent het werkveld en de actuele thema’s van de major Dier en Samenleving;
• kan op basis van zelfstudie een thema analyseren en daarbij zijn of haar eigen positie bepalen;
• beheerst professionele vaardigheden die essentieel zijn binnen het werkveld Dier en Samenleving.

Ingangseisen

Propedeuse van een relevante HBO- opleiding, werk- en denkniveau 3e jaar HBO.

Documenten aanleveren voor ingangseisen:

Verklaring behaalde propedeuse.

Literatuur

Wordt bij aanvang van de minor bekendgemaakt.

Rooster

150 uur - hoor- en werkcolleges
360 uur - groepsopdrachten
080 uur - excursie en werkveldbezoeken
250 uur - individuele opdrachten en zelfstudie

Er wordt uitgegaan van fulltime beschikbaarheid in verband met groepsopdrachten.

Toetsing

LDM3S1VN tentamen (NGO management) (individueel)         cijfer, weging 3, slagingsgrens 5,5

LDM3S1VN assessment (communicatieadvies)(groep)             cijfer, weging 4, slagingsgrens 5,5

LDM3S4VN assessment (op basis van portfolio) (individueel)  cijfer, weging 1, slagingsgrens 5,5

LDM2SBA strategisch beleidsadvies (groep) (groep)                  cijfer, weging 5, slagingsgrens 5,5

LDM2SBA verantwoordingsverslag (incl beleidsadvies) (groep) cijfer, weging 5, slagingsgrens 5,5

LDM2SBA rollenspel (voorbereiding en vaardigheden) (individueel) cijfer, weging 4, slagingsgrens 5,5

LDM3X0VN verslag                                                                      O/V, weging 1, slagingsgrens V

Beoordelingsschaal minor: Cijfer

Aanvullende informatie

In LDM2SBAVN zit (indien mogelijk) een excursie naar Den Haag en Brussel, studenten betalen zelf de reis, en een overnachting