Kies op maat

Inloggen Menu

Dier en Samenleving

Dieren in onze samenleving
Mensen gaan op allerlei verschillende manieren met dieren om. We eten ze, drinken hun melk, gebruiken hun huid voor schoenen of warme jassen. We vernietigen ze als we ze vies of lastig vinden, of als ze een bedreiging voor ons vormen. We richten ze af, laten ze voor ons werken, of nemen ze in huis alsof het gezinsleden zijn. We verjagen ze, pikken hun leefgebied in, of we besteden veel geld en energie om ze te beschermen.

Wat bepaalt nu hoe we met dieren omgaan? Waarom behandelen we de ene soort anders dan de andere? Waarom gaat de ene mens anders met dieren om dan de andere? Zit dat in het dier? In de mens? In ons karakter, in de manier waarop we zijn opgevoed, in de cultuur waarin we ons bevinden?

En wie bepaalt wat een goede manier is om met dieren om te gaan? De mensen zelf, de maatschappij, de wetten en regels? En als je wilt dat mensen veranderen, hoe pak je dat dan aan?

Aan het werk
In de minor Dier en Samenleving is de relatie tussen mensen en dieren, en dan vooral het gedrag van mensen, het centrale thema. Je maakt kennis met beroepen bij de overheid of bij organisaties op het gebied van dier, natuur en milieu waar deze vraagstukken spelen. Als beleidsmedewerker bij de overheid werk je bijvoorbeeld mee aan het aan banden leggen van de internationale handel in bedreigde diersoorten, als projectmedewerker bij een dierenwelzijnsorganisatie zet je je in om mishandeling van huisdieren tegen te gaan, als communicatiemedewerker bij een natuurorganisatie bied je mensen de kans zich te verwonderen over de natuur.

Wat heb je daarvoor nodig?
Daarvoor heb je eerst en vooral kennis van dieren nodig; deze kennis is een voorwaarde om deel te kunnen nemen. Je krijgt nu methoden aangereikt om je meer te verdiepen in specialistische thema’s.

Daarnaast heb je kennis nodig van mensen. Van individuele mensen, als het gaat om motieven voor bepaald gedrag. Van groepen mensen, als het gaat om communicatie, om politieke denkbeelden, om de manier waarop mensen elkaar beïnvloeden en zich organiseren. En van de hele maatschappij, als het gaat om hoe wet- en regelgeving tot stand komt, hoe verschillende partijen samenwerken of elkaar tegenwerken, hoe thema’s op de agenda komen, hoe de overheid werkt.

Soms is die kennis beschikbaar, soms moet je daar zelf onderzoek voor doen. In de major is veel aandacht voor het zelf doen van onderzoek, bijvoorbeeld om problemen te analyseren, doelgroepen te onderzoeken, of om gekozen beleid te evalueren.

Vier modules
De minor bestaat uit vier modules van 7 EC, aangevuld met een extra opdracht van 2 EC.
In elke module is aandacht voor beleid, communicatie, onderzoek, ethiek/psychologie en wet- en regelgeving, maar per module verschilt het thema en het werkveld.
LDM3S1 Strategische communicatie voor NGO’s
In Nederland zijn talloze NGO’s werkzaam op het gebied van Dier, Natuur en Milieu. Voor het professioneel managen van zo’n NGO is kennis nodig van onder andere financiën, wet- en regelgeving, beleid, donateurs-communicatie, filantropie, vrijwilligersbeleid. Veel NGO’s werken nauw samen met andere NGO’s in het werkveld. Een gedegen kennis van de werkveldkaart is daarvoor een voorwaarde.
Om de beleidsdoelen te kunnen realiseren, maken NGO’s vooral gebruik van communicatie. Voor een goede communicatiestrategie is niet alleen kennis nodig van communicatietheorieën, maar je moet ook de doelgroep goed kennen. Daarvoor gebruik je kennis van de psychologie en ook gegevens die je zelf verzamelt door (kwalitatief en kwantitatief) onderzoek.
Het thema binnen deze module is de consumptie van dierlijke producten. Waarom vinden consumenten varkens in de intensieve veehouderij zielig, maar gaan ze wel voor de kiloknallers? Waarom stellen zo weinig consumenten vragen over de herkomst van het bont op hun winterjas? Waar wordt gedrag door bepaald en kun je dat eigenlijk wel beïnvloeden als NGO?
In deze module laat je zien dat je je kennis van NGO management kunt toepassen in een praktijksituatie en dat je aan een NGO een advies kunt uitbrengen over een te volgen communicatiestrategie op basis van een doelgroeponderzoek.

LDM3S2VN Dierbeleid van de overheid
Plaagdieren vormen voor overheden vaak een probleem - of het nou marters zijn die autokabels doorknagen of meeuwen die vuilnis verspreiden. In deze module schrijf je een gedegen beleidsplan voor een plaagdiersoort die voor een overheid een complex probleem vormt.
Voor het maken van beleid van overheden is het nodig dat je weet in welke bestuurlijk-juridische context dat beleid terecht komt. Daarom wordt de staatsinrichting van Nederland, maar ook de inrichting van Europa behandeld, omdat de EU bepalend is voor veel van de Nederlandse regelgeving. Ook de politieke achtergronden bij dier- en natuurbeleid worden behandeld en de ontwikkelingen daarin.
Daarnaast moet je voor goed beleid het probleem én het werkveld goed kunnen doorgronden. Goed kwalitatief onderzoek is daarvoor nodig. Je leert, onder meer via uitgebreid literatuuronderzoek en kort onderzoek ter plekke, een degelijke probleemanalyse en stakeholderanalyse te maken. Omdat het maken van beleid bij overheden een bijzonder proces is (iedereen vindt er wat van en wil er invloed op uitoefenen), leer je ook over agenderen en beleidsbeïnvloeding en de totstandkoming van beleid in de verschillende overheidslagen én over de rol van psychologie bij gedrag(sverandering) van doelgroepen. Goed beleid is duurzaam: je leert vragen stellen en zoeken naar alternatieven om te komen tot een duurzame oplossing.

LDM3S3VN Internationale dier – en natuurbescherming
Beleid en juridische regels voor de bescherming van dieren en natuur worden voor een groot deel internationaal afgesproken, in bijvoorbeeld de Europese Unie, maar ook in internationale conventies en in VN-verband (bv CBD, RAMSAR, CMS, CITES, IWC). Als je straks in het werkveld aan de slag wilt, is het belangrijk dat je weet hoe het werkt: de totstandkoming van internationaal beleid en de doorvoering en handhaving ervan in de lidstaten.
Bij beleid staat de inhoud voorop! Een goede beleidsmedewerker kan zich in een korte tijd de dieper liggende inhoud van zijn vakgebied eigen maken. Daarom duik je in deze module diep in de inhoud van internationale natuurbescherming. Vervolgens doe je onderzoek naar de essentiële gegevens van en meedenken over de meest efficiënte manier om internationale conventies in te zetten om deze te beschermen. Daarnaast moet je natuurlijk weten hoe de belangrijkste internationale diergerelateerde wetten, conventies en samenwerkingsverbanden tot stand komen. Beheersing van het Engels is een belangrijke voorwaarde om in dit werkveld te functioneren. Minstens zo belangrijk is het, om te weten hoe je een effectieve strategie opzet om het beleid zó te buigen dat het voor jouw land of NGO ook hout snijdt – dat ga je dus oefenen in een nagespeelde setting van een internationale conventie, waar alle belangrijke partijen door studenten vertegenwoordigd zijn.

LDM3S4 Portfolio
Binnen het portfolio kun je je volledig richten op een thema naar keuze. Je onderzoekt zelfstandig alle ins en out van je thema, van probleemanalyse en stakeholderanalyse tot mogelijke oplossingen, en je neemt een professioneel standpunt in. Daarbij leg je ook bezoeken in het werkveld af. Je laat zien dat je je gedetailleerd in een bepaalde casus kunt verdiepen, dat je weet hoe het werkveld in elkaar steekt, dat je je eigen onderbouwde oordeel kunt geven, en dat je over de juiste vaardigheden beschikt om als professional aan de slag te gaan.

LDM3X0 Aanvullende opdracht
In overleg met de minorcoördinator wordt voor elke student een individuele opdracht vastgesteld, gekoppeld aan persoonlijke leerdoelen.

Leerdoelen

Leerdoelen
De student
• kent de belangrijkste aspecten van het managen van een NGO en kan deze toepassen in een praktijksituatie;
• kent het NGO werkveld in de sector;
• kan een doelgroepanalyse maken op basis van eigen onderzoek en dat van anderen ten behoeve van een communicatieadvies;
• kan op basis van een bestaand beleidsplan een NGO adviseren over de communicatiestrategie.
• kent de belangrijkste aspecten van (onderzoek ten behoeve van, formulering en uitvoering van) diergerelateerd overheidsbeleid en kan deze toepassen in een praktijksituatie;
• kent de bestuurlijk juridische en psychologische context van diergerelateerd overheidsbeleid en kent de belangrijkste spelers in dit veld;
• kan een probleem en zijn dierkundige en maatschappelijke context herkennen en analyseren op basis van eigen onderzoek en dat van anderen ten behoeve van een beleidsplan;
• kan een (vanuit o.m. onderzoek, psychologie en recht) onderbouwd beleidsplan schrijven voor een overheid met een duidelijke strategie.
• kent de belangrijkste aspecten van internationaal dier- en natuurbeschermingsbeleid en kan deze toepassen in een praktijksituatie;
• kent de bestuurlijk juridische en diplomatieke context van diergerelateerd internationaal beleid en kent de belangrijkste spelers in dit veld;
• kan een dierprobleem in internationale context op zijn dierkundige en maatschappelijke context herkennen, onderzoeken en analyseren ten behoeve van voorstellen voor internationaal beleid;
• kan een (vanuit o.m. conservation biology, international law and diplomacy en negotiating) onderbouwde strategie om te komen tot gewenst internationaal dier- en natuurbeschermingsbeleid ontwikkelen en beschrijven voor een overheid of een NGO die opereert binnen een internationale conventie;
• kan bovengenoemde strategie met behulp van opgebouwde inhoudelijke deskundigheid, communicatie en onderhandelingen tot een overtuigende lobby voor zijn/haar doel in internationale context omzetten.
• kent het werkveld en de actuele thema’s van de major Dier en Samenleving;
• kan op basis van zelfstudie een thema analyseren en daarbij zijn of haar eigen positie bepalen;
• beheerst professionele vaardigheden die essentieel zijn binnen het werkveld Dier en Samenleving.

Aanvullende informatie

Bij weinig aanmeldingen bestaat er een kans dat de minor niet doorgaat. Na het sluiten van de inschrijfperiode word je hierover zo spoedig mogelijk geïnformeerd (uiterlijk 7 juni 2019).

Ingangseisen

Propedeuse van een relevante HBO- opleiding, werk- en denkniveau 3e jaar HBO.

Documenten aanleveren voor ingangseisen: Verklaring behaalde propedeuse.

Toetsing

LDM3S1VN tentamen (NGO management) (individueel) cijfer, weging 3, slagingsgrens 5,5
LDM3S1VN assessment (communicatieadvies)(groep) cijfer, weging 4, slagingsgrens 5,5
LDM3S2VN tentamen (individueel) cijfer, weging 2, slagingsgrens 5,5
LDM3S2VN beleidsplan (groep) cijfer, weging 5, slagingsgrens 5,5
LDM3S3VN tentamen (individueel) cijfer, weging 2, slagingsgrens 5,5
LDM3S3VN strategy report (groep of individueel) cijfer, weging 5, slagingsgrens 5,5
LDM3S4VN assessment (op basis van portfolio) (individueel) cijfer, weging 1, slagingsgrens 5,5
LDM3X0VN verslag O/V, weging 1, slagingsgrens V

Beoordelingsschaal minor: Cijfer

Literatuur

wordt bij aanvang van de minor bekendgemaakt. 

in LDM3S4VN zit een excursie naar Den Haag en Brussel, studenten betalen zelf de reis en een overnachting.

Rooster

150 uur - hoor- en werkcolleges
360 uur - groepsopdrachten
080 uur - excursie en werkveldbezoeken
250 uur - individuele opdrachten en zelfstudie

Er wordt uitgegaan van fulltime beschikbaarheid in verband met groepsopdrachten.