Kies op maat

Login Menu

Stilstaan bij gedrag

​Wie met mensen werkt, heeft te maken met gedrag. Van zichzelf en van de ander. In deze minor wordt onderzocht hoe de interactie tussen mensen in een (professionele) context goed kan gaan en hoe soms interacties voor problemen zorgen. De minor wordt zowel in periode AB als in periode CD aangeboden. In het eerste blok van een periode gaat het om stilstaan bij gedrag. Welke visies op gedrag zijn er en op welke wijze bepaalt een visie het handelen in de praktijk? Wat zijn eigen constructen? Hoe bepaalt communicatie en groepsdynamiek eigen gedrag en het gedrag van de ander?
Het tweede blok van een periode gaat over interventies. Op welke wijze wordt richting gegeven aan gedrag? Waar is de beweging? Wat zijn gepaste interventies? Er wordt ingegaan op interventieniveaus, interventieplanning, de koppeling tussen de visies uit het eerste blok en soorten interventies, en op interventies passend bij bepaalde doelgroepen en bij bepaalde probleemgebieden.
'Stilstaan bij gedrag' houdt in dat de student onderzoek doet naar, en vorm geeft aan genoemde onderwerpen op een manier die voor hem/haar betekenisvol is. Naast passende aansluiting bij de eigen praktijk, doet de student inspiratie op bij onbekende andere praktijken. Er wordt een kader geboden waarbinnen veel aandacht is voor de vragen en inbreng van de student. Voortdurend is er afstemming met medestudenten en met de docent. Voor iedere student levert het stilstaan bij gedrag een eigen beweging op. 
  

Leerdoelen

​Het doel van deze minor is:

- Stilstaan bij en zicht krijgen op gedrag van zichzelf en van de ander in interactie in een systeem.
- Betekenis geven aan relevante en unieke combinaties van theorie, praktijk en persoon.
- Reflectie en feedback organiseren en benutten voor ontwikkeling van professioneel handelen.  

De volgende competenties worden tijdens de minor ontwikkeld:  
Preventief werken:
de student leert problemen in eigen en andermans gedrag bespreekbaar te maken om problemen te voorkomen of om samenwerking te verbeteren.    
Voorlichten:
de student leert voorlichting te geven over gedrag d.m.v. diverse presentaties    
Signaleren:
de student leert signalen te herkennen van probleemgedrag en deze op een adequate wijze te hanteren.    
Analyseren:
de student leert beleid en interventies te herkennen in de praktijk en te plaatsen binnen de verschillende visies op gedrag. Ook leert de student de eigen praktijk mbt observeren en handelingsplanning kritisch onder de loep te nemen. 
Samenwerken:
de student werkt gedurende de minor in een leerteam en andere subgroepen samen met diverse andere studenten en maakt hiermee opdrachten.    
Reflecteren:
de student leert te reflecteren op het eigen gedrag waardoor de student bewust wordt van zijn/haar eigen invloed op het gedrag van anderen.  
Evalueren:
de student evalueert de samenwerking.  
Praktijkgericht onderzoeken:
de student onderzoekt de eigen beroepspraktijk of een betekenisvolle andere praktijk op basis van eigen leervragen gedurende 2 dagdelen per blok. Methoden van onderzoek kunnen zijn: observeren, vraaggesprekken, enquêtes, bronnenonderzoek.

Aanvullende informatie

Leerovereenkomsten door ons ontvangen
      - voor 1 juli 2018, voor minors die starten in september 2018,
      - voor 1 december 2018, voor minors die starten in februari 2019, worden in behandeling genomen.

Leerovereenkomsten worden in volgorde van binnenkomst afgehandeld. 

Als inschrijfvoorwaarde (anders dan de ingangseis!) aan de HU geldt dat de propedeuse is behaald. Dit vanwege instroom in de hoofdfase.

Ingangseisen

Geen.

Toetsing

​Als richtlijn voor de toetsen wordt de Piramide van Miller gebruikt

1.     Theorietoets (Visies op gedrag (A1), Zicht op interventies (B1))
De student bestudeert de opgegeven theorie en maakt daarover een toets tijdens de bijeenkomst. De (open) vragen zijn deels kennisvragen, deels toepassingsvragen. Doel van toets A1 en B1 is ‘weten’ en ‘weten hoe’.

2.     Prestaties (Communicatie en groepsdynamica (A2), Interventies (B2))
De student schrijft een verslag (zie bijlage 4) waaruit blijkt dat theorie in de praktijk is uitgevoerd en geëvalueerd. Tevens vergelijkt de student de uitgeprobeerde aanpak met de wijze waarop dezelfde of juist een andere aanpak, in een andere praktijk wordt uitgevoerd  

Doel van toets A2 en B2 is ‘weten’ en ‘weten hoe’. Daarnaast toont de student dat het ‘weten’ en ‘weten hoe’ een plek krijgt in de praktijk en dat ervaringen in de praktijk vanuit theoretisch perspectief een nieuwe betekenis krijgen.  

3.     Bodemtoetsen (Presentie en presentatie (C1), Visie en ontwikkeling (C2))
De student toont aan een bodem te leggen onder huidige en toekomstige ontwikkeling. De student wordt beoordeeld op aanwezigheid in en bijdrage aan de bijeenkomsten en de wijze waarop hij/zij opgedane kennis en vaardigheden presenteert.
Visie en ontwikkeling’ (C2) is een eindtoets waarin de student terugblikt en vooruit kijkt. Als alle andere onderdelen zijn afgerond, wordt deze eindtoets gemaakt.  Het is een weergave van de eigen visie op gedrag zoals die is gegroeid tijdens de minor. Welke ontwikkeling heeft de student daar in doorgemaakt?

Doel van de toetsen C1 en C2 is alle vier de niveaus van de piramide van Miller in samenhang te benutten met als zwaartepunt het zijn/doen (hoogste niveau). Met name in C2 toont de student hoe de eigenheid of authenticiteit als professional in de minor is toegenomen.

Literatuur

​Verplichte literatuur:

Touw, H. & Beukering, van, T. (2009) Werkboek professional in de Spiegel,

Celestin-Westreich, S. & Celestin, L. (2012). Observeren en rapporteren. Amsterdam: Pearson  

Daarnaast literatuur in afstemming met de student op basis van een leerplan.

Rooster

​Elke dinsdag- en donderdag van 9.00-12.30 uur en van 13.00-16.30 uur.
Studenten worden 2 dagdelen op 2 verschillende dagen in de week verwacht.