Werken in gedwongen kader (30 EC)
Wat doe je als hulp niet vrijwillig is, maar wel noodzakelijk? In het gedwongen kader werk je met mensen voor wie ondersteuning geen keuze is, maar een verplichting. Dat vraagt om professionele scherpte, reflectie en het vermogen om veiligheid, begrenzing en menselijkheid te combineren. In de minor Werken in Gedwongen Kader (WIGK) maak je kennis met een werkveld waarin jouw handelen er écht toe doet.
Deze minor richt zich op de verschillende aspecten van gedwongen hulpverlening. Hierbij kun je denken aan hulpverlening binnen justitiële kaders, zoals TBS, reclassering en Justitiële Jeugdinrichtingen, maar ook aan kinderbescherming en jeugdzorgPlus-instellingen. Werken in een gedwongen kader vraagt om een specifieke aanpak, die op principiële punten verschilt van werken in een vrijwillig kader. De positie van de professional is wezenlijk anders: naast behandeling en begeleiding spelen ook beveiliging, begrenzing en maatschappelijke veiligheid een belangrijke rol, met als doel re-integratie in de samenleving.
Zowel het Kwaliteitskader Forensische Zorg als de Competentieset Forensisch Sociaal Professional van Movisie bieden houvast voor de inhoud van de minor WIGK. Zoals verwoord op pagina 7 van de Competentieset:
“De kern van het professionele handelen is een combinatie van beschermen, risicobeheersing (controleren, beheren, begrenzen) en ondersteunen van verandering (begeleiden, motiveren of behandelen), met als doel re-integratie in de samenleving, participatie of het verbeteren van de gezins- en opvoedingssituatie.”
Hoewel de competentieset primair is ontwikkeld voor professionals in het forensische werkveld, zijn de competenties ook relevant binnen het civiele kader. Deze kaders sluiten elkaar niet uit, maar raken elkaar juist in de praktijk van gedwongen hulpverlening.
De minor WIGK werkt nauw samen met verschillende partners uit het werkveld, waaronder Justitiële Jeugdinrichtingen, de Raad voor de Kinderbescherming, Reclassering en TBS. Hierdoor krijg je een realistisch en actueel beeld van het werkveld.
Visie
Deze minor vertrekt vanuit de overtuiging dat effectieve hulpverlening binnen een gedwongen kader alleen mogelijk is wanneer de professional veiligheid, begrenzing én verbinding met de cliënt weet te combineren. In een complexe context waarin juridische kaders, maatschappelijke veiligheid en individuele ontwikkeling samenkomen, staat de professional voor de uitdaging om niet alleen te handhaven, maar ook te begeleiden en te motiveren.
De werkrelatie wordt binnen deze minor gezien als een cruciaal instrument. Duurzame verandering is niet mogelijk zonder een professionele relatie waarin ruimte is voor wederzijds respect, duidelijke grenzen en het aanspreken van intrinsieke motivatie en zelfbeschikking. De professional beweegt zich voortdurend in het spanningsveld tussen dwang en vertrouwen, en tussen controle en contact. Het doel is daarbij niet alleen het voorkomen van recidive, maar ook het bevorderen van perspectief en menswaardigheid voor cliënten die (tijdelijk) buiten de maatschappelijke norm zijn komen te staan.
Werken in een gedwongen kader vraagt om voortdurende reflectie op het eigen handelen, de ingezette methodieken en de bredere institutionele context. Studenten ontwikkelen daarom niet alleen kennis van wet- en regelgeving en behandelmethodieken, maar ook een kritische en genuanceerde beroepshouding. Door expliciet aandacht te besteden aan visieontwikkeling worden studenten uitgedaagd hun eigen normen, waarden en werkstijl te verkennen, te bevragen en te positioneren binnen juridische, organisatorische en culturele kaders.
De minor WIGK leidt toekomstige professionals op die zich bewust zijn van hun positie en invloed binnen het gedwongen kader, en die juist binnen deze setting bijdragen aan een veilig, menswaardig en ontwikkelingsgericht leer- en leefklimaat.
Leerdoelen
De professional die werkzaam is binnen het gedwongen kader moet worden opgeleid om professioneel te handelen op het snijvlak van veiligheid, begrenzing en contact. Dit geldt zowel voor werken binnen systemen als op individueel cliëntniveau. Werkalliantie, autonomie en forensische scherpte vormen hierbij essentiële uitgangspunten. Om dit te kunnen realiseren heeft de professional fundamentele kennis nodig, moet deze technisch en instrumenteel de-escalerend kunnen handelen en kunnen optreden als ethisch normatief professional.
Gedurende de minor werk je aan drie leeruitkomsten:
1. Signaleren en analyseren van de complexe context binnen gedwongen kader (10 EC): de professional signaleert en analyseert de complexe context van de cliënt binnen gedwongen kader vanuit verschillende theoretische inzichten en paradigma’s, zoals psychopathologie, criminologie, veiligheidsvraagstukken, bestaande zorgstructuren, wet- en regelgeving, cliëntperspectief en andere relevante invalshoeken. De professional vertaalt de analyse naar onderbouwde keuzes voor professionele praktijkuitvoering.
2. Methodisch en verantwoord signaleren en beheersen van risico’s en begeleiden bij gedragsverandering (10 EC): de professional werkt in complexe praktijksituaties binnen gedwongen kader volgens geldende protocollen en standaarden. De professional ontwerpt en voert op basis van beschikbare informatie een onderzoeksplan uit, waarbij hij passende methoden en informanten inzet om betrouwbare informatie te verzamelen over risico- en beschermende factoren. De professional analyseert en weegt deze informatie kritisch, formuleert een geïntegreerde conclusie. Op basis van deze conclusie beslist en/of adviseert de professional de rechtbank of relevante instanties onderbouwd over interventies die bijdragen aan risicoreductie en preventie van recidive. De professional onderhoudt daarbij een effectieve werkalliantie, combineert risicobeheersing met gedragsverandering, en blijft professioneel en mentaal stabiel handelen in spanningsvolle situaties.
3. Jezelf positioneren als ethisch normatieve professional binnen gedwongen kader (10 EC): de professional binnen gedwongen kader ontwikkelt een beroepsvisie passende bij het beroepsprofiel en de werkcontext. De professional positioneert zich en handelt vanuit gedeelde normen, ethische standaarden en professionele richtlijnen binnen het gedwongen kader, waarbij hij zich bewust is van het beroepsmatig handelen op het snijvlak van veiligheid, begrenzen en contact maken. De professional toont daartoe een reflectieve beroepshouding, handelt binnen wettelijke en organisatorische kaders en legt op transparante wijze verantwoording af aan cliënt, samenleving en rechtstaat, ook in moreel complexe situaties.
Ingangseisen
-
Propedeuse behaald;
-
Praktijkervaring binnen de (gedwongen) sociale zorg is een pré;
- Deeltijd/duale studenten hebben een werkplek in de beroepspraktijk van gedwongen kader.
Kom je van een andere opleiding dan Social Work? Neem dan voor inschrijving contact op met minorcoördinator Adinda Veldwijk om te overleggen of deze minor aansluit op jouw opleiding.
Literatuur
Er is een literatuurlijst waarop aangegeven is welke boeken verplichte lesstof zijn.
Rooster
2 periodes over 1 semester. Informatie over de lesdag volgt zo snel mogelijk.
Toetsing
Toetsing vindt plaats aan de hand van verschillende kennistoetsen, assessments en een portfolio.
Aanvullende informatie
Heb je vragen over (de status van) je inschrijving, het rooster of andere startinformatie? Neem dan contact op met het Bedrijfsbureau Social Work voltijd.