Kies op maat

Inloggen Menu

Kinderrechten: Praktische uitdagingen

In deze Minor werken studenten SWE en Hbo-recht in interdisciplinaire teams aan authentieke en complexe casussen. Hiervoor is het nodig dat studenten actuele kennis over kinderbeschermingsmaatregelen, jeugdhulp en jeugdstrafrecht tot zich nemen. Hierbij worden gastdocenten uit de praktijk uitgenodigd, zodat een rijke, betekenisvolle transfer tussen theorie en praktijk kan plaatsvinden. Daarnaast geven studenten elkaar les tijdens werkateliers, over een onderwerp naar keuze. Onderwerpen sluiten aan bij projecten, want parallel aan de kennisoverdracht wordt er in interdisciplinaire groepen project-gestuurd gewerkt aan de hand van levensechte casuïstiek. Dit gebeurt veelal zelfstandig, hoewel de werkateliers begeleid worden door een docent Pedagogiek als ook een docent Rechten.

Er is speciale aandacht voor professionele vaardigheden die nodig zijn voor interdisciplinair samenwerken en voor analysevaardigheden, zoals onderzoek doen. Voor een goede oordeelsvorming moeten de studenten namelijk niet alleen vanuit ethische en juridische, maar ook vanuit pedagogische en educatieve inzichten en perspectieven denken.

Om gedegen te analyseren wordt bij project-gestuurd onderwijs gebruik gemaakt van stappen van de Zevensprong. Hiermee stellen we studenten in staat om binnen hun interdisciplinaire groep zelf te bepalen waar hun analyse op gericht is. De docent heeft in dit type onderwijs meer een coachende rol, dan een sturende rol en heeft hoge verwachtingen van de zelfstandigheid van studenten. Lessen zijn op dinsdagen en donderdagen.

Leerdoelen

Studenten leren samen met een andere discipline uitwisselen en analyseren. Zowel Rechten als Pedagogiek/Social Work hebben elkaar nodig in de praktijk.

Een pedagoog verzorgt bijvoorbeeld voorlichting en scholing op basis van vragen van kinderen, jongeren, ouders, mede-opvoeders en de samenleving. Hierbij is een kennisbasis over wet- en regelgeving cruciaal en inzicht in hoe rechten doorwerken.

Een jurist zal op basis van bepaalde pedagogische inzichten ook diens interpersoonlijke vaardigheden moeten bijschaven, los van de wettelijke kaders.

Beide disciplines zijn erop gericht het belang van het kind centraal te stellen. Het is echter belangrijk om professioneel, systematisch en reflexief te handelen binnen complexe juridische kaders waar kinderen bij betrokken zijn. Binnen deze Minor leer je zowel over de inhoud van de materie als ook over de realiteit. Daarom ook de ondertitel van de Minor, namelijk ‘praktische uitdagingen’.

De zelfstandigheid van studenten neemt toe tijdens het verloop van de Minor, echter geldt er een aanwezigheidsplicht voor de plenaire lessen binnen de diverse contactmomenten. De lessen zijn inhoudelijk op elkaar afgestemd en erop gericht om de eigen kracht en ervaren competentie van studenten te vergroten. Ook is bij sommige onderdelen ruimte voor cocreatie met studenten, bijvoorbeeld door gezamenlijk met de docent beoordelingscriteria op te stellen voor een toetsingsonderdeel.

Er zal op verschillende momenten worden getoetst, waaronder ook een kennistoets over de stof van de aanvullende discipline. Studenten Rechten maken bijvoorbeeld een toets over Pedagogiek en andersom. Bij dit onderdeel kunnen studenten dan ook individueel punten scoren. Doorlopend werken studenten aan een individueel portfolio en voor de rest zijn er groepsopdrachten. Denk hierbij aan een adviesrapport met een infographic voor de Gemeente, een position paper over ‘abortus’ of ‘kinderprostitutie’. Voor de vierde leeruitkomst geldt dat er ook een MootCourt zal worden ingezet als leermoment. Er wordt dan een rechtszitting nagebootst, in het kader van een casus over Familierecht.

Alle toetsen zijn gebonden aan voorwaarden, zoals aanwezigheid, maar ook inspanningsverplichting. Het bijhouden van een bronnen- en activiteitenlogboek is meestal ook een onderdeel van een toetsing, vooral waar het groepsopdrachten betreft.

Een valkuil bij project-gestuurd onderwijs kan zijn dat er in de samenwerking frictie ontstaat en verschil in inzet en kennis. Om studenten te behoeden voor te grote verschillen zijn er dus een paar ijkmomenten waarop de kennis, maar ook vaardigheden van studenten aangetoond moeten worden. Je leert in deze Minor dus ook professionele vaardigheden.

Einddoelen Leeruitkomsten Minor Kinderrechten 

1.     Studenten brengen een advies uit over het belang van het kind binnen juridische en pedagogische kaders aan de hand van complexe casussen

2.     Studenten analyseren en positioneren zich over een specifiek onderwerp gerelateerd aan kinderrechten in nationale en internationale context

3.     Studenten reflecteren op het eigen perspectief ten opzichten van het perspectief van andere disciplines en op het interdisciplinair samenwerken

4.     Studenten wegen belangen af en leren beslissingen rechtvaardigen met oog voor zowel de juridische als de pedagogische belangen van stakeholders

5.     Studenten ontwerpen pedagogisch beleid met juridische onderbouwing

6.     Studenten communiceren professioneel over kinderrechten met oog voor digitalisering en ethiek aan Gemeenten en lokale overheden

Competenties

Passende competenties uit het opleidingsprofiel HBO-rechten zijn: 

-       Juridisch analyseren: formuleren en oplossen van rechtsvragen op basis van analyse van juridisch relevante feiten en juridische bronnen

-       Adviseren: geven van advies op basis van een juridische analyse (Adviseren)

-       Belangen behartigen: behartigen van juridische belangen van anderen door rechtsbijstand te verlenen, te onderhandelen en te bemiddelen

-       Beslissen: vaststellen van de rechtspositie van een of enkele personen binnen juridische kaders met meeweging van juridische argumenten en maatschappelijke factoren. In aanvulling op het Landelijk Opleidingsprofiel uit 2025 is er specifieke aandacht voor lokale, publieksrechtelijke vraagstukken  

-       Verder zijn er elementen uit het Landelijk Opleidingsprofiel 2025 vervlochten geraakt met de opdrachten, te denken aan:
* Oog voor digitale vaardigheden (Legal Tech & AI) 
* Soft skills en ‘de vraag achter de vraag’ kunnen stellen
* Communicatie en een lerende/reflecterende houding  
* Moreel kompas ontwikkelen (ethiek) 
* Professioneel vakmanschap  

Passende opleidingskwalificaties van de opleiding Sociaal werk zijn: 

Leren en ontwikkelen, 

Onderzoeken en innoveren, 

Kritisch en ethisch reflecteren

En tot op zeker hoogte ook kwalificatie 4, namelijk, 

4: Bevorderen van sociaal functioneren in en van gemeenschappen. Dit gaat namelijk over het expliciet bevorderen van waarden die ook aan het IVRK ten grondslag liggen zoals kansengelijkheid, sociale duurzaamheid, sociaal beleid etc. Hier gaat het dus niet om een competentie om het IVRK te begrijpen, maar meer direct om de inhoudelijke competenties die nodig zijn om in de praktijk kinderrechten te bevorderen. 

Passende beroepstaken van de opleiding Pedagogiek zijn: 

BT 7: Positioneren vanuit eigen pedagogisch perspectief, 

BT 6: (Her-)ontwerpen, implementeren en evalueren van pedagogisch beleid 

BT 5: Vragen en interventies afstemmen vanuit een pedagogisch perspectief 

BT 8: Samenwerken met en leidinggeven aan professionals 

Ingangseisen

Hbo-Rechten hebben hun propedeuse en 50% van de vakken uit het tweede studiejaar hebben gehaald wanneer zij starten met de minor. SWE Studenten hebben hun tweede jaar behaald wanneer zij starten met de minor.

Literatuur

Verplichte literatuur:

Pedagogiek in beeld - Van IJzendoorn (Bohn Stafleu van Loghum) Jeugdrecht in de praktijk - Weijers (Uitgeverij SWP)

De effectieve projectgroep - Schermer (Noordhoff)

Reader met essays en artikelen uit onderstaande literatuur:

Hoofdlijnen Nederlands Recht – Loonstra (Noordhoff) Familierecht – Philips (Noordhoff)

Gehechtheid en kinderbescherming – Schuengel (Uitgeverij SWP)

Rapport Wet herziening Kinderbeschermingsmaatregelen - Hoofdstuk 8 (p. 192-223) Vaardigheden voor het samenwerken in teams – Van Oudenhoven (Uitgeverij Coutinho)

Aanbevolen literatuur:

Een goed verhaal: presenteren, praten en pleiten – Gerritsen (Uitgeverij Nieuwezijds) Omringd door idioten: inzicht in de vier gedragstypes – Erikson (HarperCollins Holland)

Rooster

Lintminor (semester 1: periode 1 en 2) van het derde jaar                                        

In blok 1 leveren studenten Onderdeel 1 en 2 in in Brightspace. Dit levert ze totaal 10 EC op bij een voldoende. Parallel werken zij aan Onderdeel 4, 5 en 6.

Halverwege het blok leveren studenten Onderdeel 2 al in.                                                                                                              In blok 2 leveren studenten Onderdelen 3 t/m 6 in. Dan hebben zij totaal 30 EC.           

 SBU

Qua deadlines ligt het zwaartepunt op blok 2, alleen is er in blok 1 meer aandacht voor samenwerking en professionaliteit. De beredenering is dat zodra er goede afspraken en een werkwijze is, de studenten meer zelfstandigheid en vrijheid aankunnen. De uren die wekelijks dienen te worden besteedt komen neer op 1 fte per studenten. Het is mogelijk om naast de Minor een bijbaan te hebben, alleen houdt dit in dat je in de avonden en/of weekenden werk en studie moet combineren.

Totaal 179 uur contacttijd, met soms eén docent en soms twee (zowel van SWE als van Hbo-recht). Daarnaast dus 661 uur zelfstudietijd.

In ieder blok volgen studenten lessen op dinsdag en donderdag, maar er kan sporadisch een les op een andere dag plaatsvinden.

Toetsing

Toetsing en minimumeisen voor een voldoende

Het is een totaal traject (lintminor) die verdeeld is in twee delen. Aan het eind van de minor krijgt de studenten de 30EC, bestaande uit de volgende onderdelen, waarvan onderdeel Toets I en Toets II voorwaardelijk zijn en van formatieve waarde:

De student heeft een V of G nodig op de onderdelen Toets I en Toets II om in aanmerking te komen voor alle studiepunten. Verder is het gewogen gemiddelde van blok 1 én het cijfer voor blok 2 hoger is dan een 5,5 en geen onderdeel lager is dan een 4,5. Toets I en II worden tijdens de onderwijsperiode in blok 1 en blok 2 twee maal aangeboden en kunnen in ieder blok dus ook worden herkanst. Het betreft een MC-toets.

De inleverdatum van de Rapportage Moot Court en Professionalisering I vindt plaats in week 10 van blok 1 en de herkansing is in de 9de week van het volgende blok. De inleverdatum van het Adviesrapport opdrachtgever en Professionalisering II zijn in week 10 van blok 2 en de herkansing is in de 9de week van het volgende blok.

Aanvullende informatie

Aandacht voor project gestuurd onderwijs, onderzoek vaardigheden, professionele vaardigheden en zelfsturing.