Werken met het speciale kind in het (speciaal) onderwijs
Onze minor Werken met het speciale kind in het (speciaal) onderwijs is er voor studenten die verder willen kijken dan gedrag alleen. Je leert kinderen begrijpen vanuit meerdere perspectieven: dat van het kind, van professionals én van ouders, die vaak een complexe weg afleggen binnen onderwijs en zorg. We nemen je mee in de wondere wereld van het speciaal onderwijs, maar de inzichten zijn waardevol voor iedereen die geïnteresseerd is in kinderen met speciale ondersteuningsbehoeften — óók vanuit andere opleidingen.
We geven je de kans om op een breed scala aan gespecialiseerde scholen een kijkje te nemen en diverse gastsprekers komen je vanuit hun expertise of ervaringen verrijken.
Je verdiept je o.a. in stoornissen en beperkingen, ontdekt het belang van executieve functies en leert herkennen welke behoeften schuilgaan achter gedrag. Je onderzoekt zorgstructuren en complexe toeleidingstrajecten, vormt een onderbouwde visie op inclusief onderwijs en leert wat dit betekent voor kinderen, ouders en scholen.
Daarnaast staat jouw persoonlijke ontwikkeling centraal: je werkt bewust aan persoonlijk leiderschap, onderzoekt je eigen overtuigingen, vergroot je handelingsrepertoire en leert omgaan met het ongemak dat bij écht professioneel leren hoort.
Het hoogtepunt is het intensief volgen van één kind en het ontwerpen van een belevingscircuit, waarbij je anderen laat ervaren hoe het is om in diens schoenen te staan. Theorie, praktijk en persoonlijke groei komen samen, zodat jij uitgroeit tot een empathische, nieuwsgierige en professionele begeleider die écht het verschil kan maken.
Leerdoelen
De leeruitkomst bestaat uit vier onderdelen, die per onderdeel samengevat het volgende inhouden:
Onderdeel 1: de zorgstructuur, toeleidingstrajecten en thuiszitters
-
Je onderzoekt hoe kinderen theoretisch én in de praktijk worden toegelaten tot het speciaal (basis) onderwijs, inclusief twee complexe trajecten van jouw stageschool en mogelijke verbeterpunten. Je analyseert de zorgstructuur op de school, de betrokkenheid van ouders en leerlingen, en waar deze zorg beter kan. Ook beschrijf je waarom thuiszitters ontstaan en wat de gevolgen zijn. Tot slot bestudeer je vijf stoornissen/beperkingen en pas je die kennis toe op twee leerlingen uit jouw stageklas.
Onderdeel 2: je focuskind
-
Je volgt één kind twee volledige dagen in school- en thuissituaties, je onderzoekt de weg naar het speciaal onderwijs en breng je brengt diens ecologie in kaart. Je beschrijft diens stoornis, ziekte of beperking en wat dat betekent in het dagelijks leven, met aan dacht voor executieve functies en het perspectief van ouders. Je verwerkt je inzichten in een beeldende presentatie waarmee je anderen laat ervaren hoe het is om in de wereld van dit kind en zijn ouders te leven.
Onderdeel 3: het belevingscircuit
-
Je legt uit met welke stoornissen of beperkingen het gevolgde kind te maken heeft en hoe dit verschilt van de ontwikkeling van kinderen zonder beperking. Vervolgens ontwerp je een belevingscircuit dat deelnemers via zintuiglijke opdrachten laat ervaren hoe dit kind de wereld beleeft. Je onderbouwt je keuzes theoretisch en benadrukt de specifieke ervaringen van dit kind, inclusief vooroordelen en ongemakken.
Na afloop hebben deelnemers een helder, invoelbaar beeld van het dagelijks leven van het kind en zijn ouders.
Onderdeel 4: je persoonlijke ontwikkeling
- Je onderzoekt en presenteert je startpunt rond het speciaal onderwijs, je eigen overtuigingen en je persoonlijke ontwikkeling tijdens de minor. Je neemt actief verantwoordelijkheid voor je leerproces, zoekt ongemak op en verwerkt wat je leert uit bijeenkomsten, gastlessen, schoolbezoeken en stage.
- Je laat zien hoe nieuwe kennis je blik en handelen heeft veranderd en toont aan dat je activiteiten of lessen kunt voorbereiden, uitvoeren en evalueren in het speciaal onderwijs. In een presentatie maak je jouw ontwikkeling zichtbaar en schriftelijk lever je jouw POP en drie uitgevoerde lessen (of een alternatief) aan.
Ingangseisen
Het is een pabo-minor, maar ook studenten vanuit een andere opleiding, die interesse hebben in speciale kinderen en het speciaal onderwijs zijn welkom.
Je loopt (minimaal) een dag in de week stage op een gespecialiseerde school (so, sbo, vso), deze dag mag je zelf kiezen, op woensdag verzorgen we onderwijs op de Hogeschool Leiden of gaan we op scholenbezoek. Op de andere dagen werk je aan de voorbereiding van de bijeenkomsten en aan opdrachten voor de LU. Als je dit kunt regelen, kun je de minor volgen.
De student is bij de start van de minor (1 september 2026) in het bezit van de propedeuse.
Literatuur
Literatuur is flexibel, want afhankelijk van de keuzes van de student. We werken niet met verplicht aan te schaffen literatuur of leermiddelen. We doen wel aanbevelingen.
Rooster
Iedere woensdag van 9.00 tot 15.00 uur in semester 1 (periode 1 + 2).
Dat zijn (ongeveer) 20 bijeenkomsten van 6 uur, dus 120 uur.
Toetsing
De leeruitkomst bestaat uit vier onderdelen, die alle vier voor 25% meetellen:
- Onderdeel 1: verslag
- Onderdeel 2: presentatie
- Onderdeel 3: belevingscircuit
- Onderdeel 4: presentatie