Kies op maat

Inloggen Menu

Manuele Vaardigheden

Inhoud minor

Tijdens de minor Manuele Vaardigheden ga je vooral praktisch aan de slag met hands-on vaardigheden die belangrijk zijn voor het fysiotherapeutisch onderzoek en behandeling van patiënten met musculoskeletale klachten. Binnen deze minor leer je diagnostische- en therapeutische manuele vaardigheden bij musculoskeletale gezondheidsproblemen van de wervelkolom en de extremiteiten beargumenteerd op gevorderd niveau toe te passen.  

In de minor leer je niet alleen manuele vaardigheden te beheersen, maar vooral ook wanneer moet je deze nu wel of wanneer juist niet inzetten bij een patiënt? We combineren in de minor het oefenen en aanleren van vaardigheden met kritisch denken en beslissingen nemen op basis van Evidence Based Practice.  

Je bekwaamt jezelf in het beschrijven en analyseren van gezondheidsproblemen vanuit een biopsychosociale visie op gezondheid en ziekte (en tegen een voortdurend veranderende achtergrond van wetenschappelijke, maatschappelijke en technologische ontwikkelingen.) Je beoordeelt in welke mate biopsychosociale factoren, met daarin bijzondere aandacht voor stoornissen in functie, gerelateerd zijn aan het bewegend functioneren van een patiënt. Karakteristiek voor de minor zijn de veelomvattende diagnosestelling en het toepassen van specifieke mobilisatietechnieken aan gewrichten van de wervelkolom en extremiteiten die in bepaalde contexten van meerwaarde kunnen zijn. 

Waarom zou je deze minor volgen? 
  • Als je als aankomend fysiotherapeut of paramedische zorgprofessional je manuele vaardigheden verder wilt ontwikkelen voor het onderzoeken en behandelen van patiënten met musculoskeletale klachten.  

  • Als je jezelf vooral wilt verdiepen in het werken met patiënten met musculoskeletale klachten in de onderste en bovenste extremiteit en wervelkolom.  

  • Als je interesse hebt in de manuele therapie als vervolg Masteropleiding. 

  • Als je een minor wilt volgen waarbij je veel praktijklessen hebt en praktische aan de slag wilt gaan. 

  • Als je manuele vaardigheden volgens de laatste ‘state of the art’ wilt kunnen uitvoeren en toepassen binnen jouw fysiotherapeutisch handelen. 

Leerdoelen

Beroepsrol: Zorgverlener 
  1. 1.1: De fysiotherapeut i.o. screent (met behulp van rode vlaggen, een gerichte [hetero]anamnese, zo nodig aangevuld met lichamelijk onderzoek) om te besluiten of de hulpvraag van de patiënt met (neuro)musculoskeletale gezondheidsproblemen van de wervelkolom en extremiteiten(*1 met lage tot middelbare complexiteit(**) tot het vakgebied van de fysiotherapeut hoort en er sprake is van een indicatie voor fysiotherapie. 

  2. 1.2: De fysiotherapeut i.o. inventariseert en analyseert met een gerichte (hetero)anamnese en lichamelijk onderzoek de hulpvraag van de patiënt met (neuro)musculoskeletale gezondheidsproblemen van de wervelkolom en extremiteiten extremiteiten(*) met lage tot middelbare complexiteit(**), om te komen tot de fysiotherapeutische diagnose, waarbij de invloed van stoornissen in arthrogene-, neurodynamische en musculaire disfuncties in relatie tot de functionele gezondheid expliciet worden gewogen in relatie tot de overige domeinen binnen de ICF. 

  3. 1.3: De fysiotherapeut i.o. stelt, op basis van een afweging vanuit wetenschappelijk evidentie, klinische expertise, contextuele factoren en de voorkeuren van de patiënt (en/of zijn/haar naaste[n]), een behandelplan op, met als doel de hulpvraag van de patiënt met (neuro)musculoskeletale gezondheidsproblemen van de wervelkolom en extremiteiten(*) met lage tot middelbare complexiteit(**) te beantwoorden, het bewegend functioneren te bevorderen en het zelfmanagement van de patiënt waar nodig te ondersteunen. Hierbij vertoont de fysiotherapeut i.o. verdiepende kennis ten aanzien van het indiceren van stoornis gerichte manuele technieken (t.w. gewrichts-, zenuw- en musculaire mobilisaties) binnen een ICF breed behandelplan. 

  4. 1.4: De fysiotherapeut i.o. voert, in samenspraak met de patiënt, het behandelplan uit, met als doel de hulpvraag van de patiënt met (neuro)musculoskeletale gezondheidsproblemen van de wervelkolom en extremiteiten(*) met lage tot middelbare complexiteit(**) te beantwoorden, het bewegend functioneren en het zelfmanagement van de patiënt te bevorderen. Hierbij vertoont de fysiotherapeut i.o. verdiepende kennis en vaardigheden ten aanzien van het uitvoeren van stoornis gerichte manuele technieken (t.w. gewrichts-, zenuw- en musculaire mobilisaties) binnen een ICF breed behandelplan. 

  5. 1.5 De fysiotherapeut i.o. heeft kennis van relevante klinimetrie om de behandelresultaten en de ervaringen van de patiënt met (neuro)musculoskeletale gezondheidsproblemen van de wervelkolom en extremiteiten (*) met lage tot middelbare complexiteit (**) te meten.  

Beroepsrol: Samenwerkingspartner
  1. 3.1 De fysiotherapeut i.o. kan gericht en beargumenteerd doorverwijzen naar andere gespecialiseerd fysiotherapeuten binnen het (neuro)musculoskeletale domein, t.w. de manueeltherapeut, de bekkenfysiotherapeut, de sportfysiotherapeut, de orofaciaal fysiotherapeut.  En kan gericht en beargumenteerd doorverwijzen naar andere zorgverleners rondom patiënten met (neuro)musculoskeletale gezondheidsproblemen van de wervelkolom en extremiteiten (8)met lage tot middelbare complexiteit (**) 

Beroepsrol: Reflectieve professional
  1. 5.1 De fysiotherapeut i.o. kent en erkent de grenzen van het persoonlijk en (inter) professioneel handelen en kan deze benoemen en aangeven.

  2. 5.2 De fysiotherapeut i.o. is zich bewust van de zin en onzin van het inzetten van hands on technieken en handelt ook daarnaar. 

  3. 5.3 De fysiotherapeut i.o. kan feedback ontvangen en reflecteren op zijn attitude als toekomstig zorgprofessional en stelt een verbeterplan op met als doel zichzelf continu te ontwikkelen als fysiotherapeut i.o. 

  4. 5.4 De fysiotherapeut i.o. kan beargumenteerd feedback geven aan andere studenten.

Beroepsrol: Innovatieve professional
  1. 6.1 De fysiotherapeut zet zorgtechnologie in, met als doel de zorg beter en/of doelmatiger te maken waarbij de fysiotherapeut samen met de patiënt een weloverwogen keuze maakt of en in welke vorm zorgtechnologie zinvol kan worden toegepast. 

  2. 6.2 De fysiotherapeut i.o. leest en interpreteert vakinhoudelijke en wetenschappelijke informatie relevant voor het toepassen van manuele vaardigheden binnen (neuro)musculolskeletale domein en past deze, waar relevant, toe, met als doel de fysiotherapeutische zorgverlening te allen tijde zo actueel, efficiënt en doelmatig mogelijk vorm te geven.

Beroepsrol: Communicator
  1. 7.1 De fysiotherapeut i.o. verzamelt tijdens een anamnese, gebruikmakend van op maat gesneden gespreksstructurerende en regulerende technieken (o.a. actief luistergedrag, doorvragen en parafraseren), gegevens voor het verkrijgen van diagnostische informatie bij patiënten met (neuro)musculoskeletale gezondheidsproblemen van de wervelkolom en extremiteiten(*) met lage tot middelbare complexiteit(**). 

  2. 7.2 De fysiotherapeut i.o. verzamelt en verstrekt tijdens behandelingen, gebruikmakend van op maat gesneden vraagstelling en voorlichting (gebaseerd op bestaande en uitlegbare didactische principes), gegevens teneinde doelmatige fysiotherapeutische zorg bij patiënten met (neuro)musculoskeletale gezondheidsproblemen van de wervelkolom en extremiteiten(1* met lage tot middelbare complexiteit(**) te verlenen. 

  3. 7.3 De fysiotherapeut i.o. is in staat – volgens de laatste wetenschappelijke inzichten - de effectiviteit en werkingsmechanismen van manuele verrichtingen uit te leggen en heeft daarbij oog voor het voorkomen van nocebo’s. 

     

(*) Beschrijving regio:  

Module 1: 10 weken onderste kwadrant (LWK en onderste extremiteit) 

Module 2: 10 weken bovenste Kwadrant (CWK en bovenste extremiteit) 

(**) Beschrijving complexiteit:  

*Laag complex: Enkelvoudig, veel voorkomend gezondheidsprobleem met een voorspelbaar verloop en prognose, richtlijnen/ protocollen aanwezig voor fysiotherapeutisch handelen  

*Midden complex: Regelmatig voorkomend gezondheidsprobleem of er zijn 2 problemen of aandoeningen binnen de biologische, psychologische en/of sociale context die elkaar beïnvloeden. Beloop is redelijk voorspelbaar, maar minder zekere prognose. Voor diagnostiek en behandeling zijn verschillende richtlijnen, protocollen en bronnen nodig, soms herziening behandelplan nodig.  

*Hoog complex: Weinig voorkomend gezondheidsprobleem of er zijn 3 of meer problemen of aandoeningen binnen de biologische, psychologische en/of sociale context die elkaar beïnvloeden. Het beloop is sterk wisselend met onzekere prognose. Voor diagnostiek en behandeling kan meestal niet worden behandeld volgens richtlijnen/protocollen. 

Ingangseisen

Alleen studenten van de opleiding Fysiotherapie en leerroute Interprofessionele Paramedische Zorg (IPZ) kunnen deelnemen aan deze minor. De student is in bezit van propedeuse en tenminste 40 studiepunten uit de hoofdfase.

Literatuur

Literatuurlijst, documenten en powerpoints beschikbaar via Brightspace.

Rooster

Rooster beschikbaar via rooster.hva.nl, zodra de inschrijving gereed is en de roosters voor het volgende semester beschikbaar zijn.

Contacttijd: 

De minor heeft per week de volgende contacttijd:

1e 10 weken: Onderste Extremiteit:

  • Week 1-4: 7 lessen van 100 minuten per week
  • Week 5: 1 uur assessment
  • Week 6-9: 7 lessen van 100 minuten per week
  • Week 10: 1,5 uur assessment

2e 10 weken Bovenste Extremiteit:

  • Week 1-4: 7 lessen van 100 minuten per week
  • Week 5: 1 uur assessment
  • Week 6-9: 7 lessen van 100 minuten per week
  • Week 10: 1,5 uur assessment

Toetsing

Modules

De minor Manuele Vaardigheden bestaat uit twee modules van 10 weken:

Week 1 tot en met 10: Onderste Kwadrant (15 ECTS)

Week 11 tot en met 20: Bovenste Kwadrant (15 ECTS)

Toetsing binnen de minor 

Tijdens de minor manuele vaardigheden werk je als student aan je ontwikkeling en bekwaamheid t.a.v. de geformuleerde leeruitkomsten op de beroepsrollen uit het beroepscompetentieprofiel. Tijdens de minor werk je aan het opbouwen van je portfolio. In je portfolio komen de bewijsstukken die je ontwikkeling op de leeruitkomsten ondersteunen, in de vorm van datapunten, feedback (dmv rubrics) en reflecties hierop. Dit moet een helder beeld geven van je ontwikkeling en behaalde niveau binnen de minor op de verschillende beroepsrollen.  Je portfolio gebruik je om tijdens een eind-assessment gesprek aan te tonen dat je beschikt over de vereiste competenties en leerdoelen van het blok binnen de minor.   

Herkansingen: 

Wanneer een student een onderdeel niet succesvol heeft afgerond in de onderwijsperiode waarin zij het onderwijs van de minor heeft gevolgd dan kan de student alsnog de minor afronden tijdens volgende onderwijsperiode(n) van de betreffende minor.

Wordt een minor niet meer aangeboden of is de inhoud van de minor herzien, dan biedt de opleiding in het daarop volgende studiejaar nog tweemaal de gelegenheid tot het afronden van de minor.

Aanvullende informatie

Questions about the minor?
Contact Patrick Koekenbier, p.l.koekenbier@hva.nl

Questions about the Kies op Maat procedure?
Contact Niermela Chote-sobha, n.chote-sobha@hva.nl

Let op: De inschrijfperiode voor HvA-studenten is eerder dan de inschrijfperiode voor niet-HvA-studenten. Dit kan tot gevolg hebben dat de minor al vol is voor de inschrijfperiode via Kies op Maat start. De minor komt in dat geval te vervallen.

Aanmeldingen worden op volgorde van binnenkomst ondertekende leerovereenkomsten in behandeling genomen.