Orthopedagogiek in gedrag en leren - Enschede
Waarom doet een kind zoals een kind doet?
In deze minor richten wij ons op de ontwikkeling in gedrag & leren van kinderen in de leeftijd van 4 tot 18 jaar. Deze kinderen hebben op de een of andere manier een onderwijsbehoefte waardoor het regulier onderwijs niet vanzelf aansluit bij hun ontwikkelingsmogelijkheden. Er is aandacht voor het kind zelf en de school maar ook de omgevingsfactoren als het gezin en maatschappelijke instellingen die betrokken zijn bij de ontwikkeling van de leerling.
Wat houdt deze minor in?
De minor gaat over kinderen die leren en zich ontwikkelen. Kinderen als alle andere, maar wel met één verschil; deze kinderen hebben op de een of andere manier een onderwijsbehoefte waardoor het regulier onderwijs niet vanzelf aansluit bij hun ontwikkelingsmogelijkheden. Leer- en of gedragsproblemen kunnen deelname aan onderwijs belemmeren en tot slechte prestaties en schoolverzuim leiden. Schoolverzuim en slechte schoolprestaties zijn belangrijke voorspellers van schooluitval (NJI, 2021).
In de minor kijken we vanuit verschillende perspectieven naar de ontwikkeling van kinderen. Er is aandacht voor het kind zelf en de school maar ook de omgevingsfactoren als het gezin en maatschappelijke instellingen die betrokken zijn bij de ontwikkeling van het kind. We kijken naar kinderen vanuit een transactioneel denkkader. En we gaan er vanuit dat kind en omgeving elkaar voortdurend beïnvloeden, maar ook door elkaar worden beïnvloed (Overveld, 2017).
Een brede aanpak-gericht op school, ouders en kind-heeft meer effect dan interventies die zich uitsluitend richten op ouders of kinderen (NJI,2021). Uit onderzoek van o.a. Epstein en Sander (2006) weten we dat kinderen meer leren en zich beter ontwikkelen als ouders, leerkrachten en naasten in de omgeving, samenwerken om de ontwikkeling van kinderen te ondersteunen. Ouders en school hebben verschillende eindverantwoordelijkheden. Ouders blijven eindverantwoordelijk voor de opvoeding van hun kind en voeren daarover ook de regie en de school blijft eindverantwoordelijk voor de inrichting en kwaliteit van het onderwijs. Maar, met als gemeenschappelijk doel de optimale ontwikkeling van het kind, hebben ouders en school een gemeenschappelijke inspanningsverplichting.
Ingangseisen
Doelgroep
Je kunt deze minor volgen als je een Hbo-opleiding volgt en affiniteit hebt met de ontwikkeling van leerlingen met specifieke behoeftes (in de leeftijd van 4 tot 18 jaar) in een onderwijssetting. Studenten zijn vaak afkomstig van de Pabo, lerarenopleiding VO, CALO, Toegepaste psychologie, Social work, Pedagogiek, Hbo-verpleegkunde. Je moet in het bezit zijn van je propedeuse.
In semester 1 (september) draait de minor in Deventer en in Enschede, in semester 2 (februari) alleen in Deventer.
Rooster
Opzet van de minor
De minor is 30 ECT’s en loopt over 2 kwartielen. De minor bestaat uit 6 modulen van 5 studiepunten (maximaal 2 deeltoetsen per module). In totaal besteed je ongeveer 840 uur aan deze minor. De minor is opgebouwd uit een kennis- en praktijklijn. De toepassing van de verworven inzichten vindt plaats in de praktijk.
Activiteiten
Een of twee dagen per week volg je colleges en ga je aan de slag met kennisclips, (internationale) lezingen, werkcolleges, vaardigheidsoefeningen en excursies. Een dag is een zelfstudiedag. Daarnaast loop je twee dagen stage in een onderwijssetting van SBO, (V)SO of praktijkonderwijs. De invulling van deze stage is afhankelijk van jouw voorkennis en leerwensen. Je wordt aan een klas gekoppeld en in overleg kun je ervoor kiezen om mee te lopen met de groepsleerkracht, de intern begeleider, de orthopedagoog, toegepast psycholoog of gedragswetenschapper binnen de school. In de intervisielessen, word je geconfronteerd met andere disciplines en onderwijssettings.
Toetsing
Binnen de minor worden verschillende toetsvormen ingezet denk aan: portfolio’s , schriftelijke kennistoetsen, presentaties, assessments en mondelinge betogen.
De toetsing vinden veelal plaats in week 9 of 10. De herkansingen plannen we in week 6.