PRESS PLAY 2
PRESS PLAY is een verdiepende minor voor studenten die film en bewegend beeld willen inzetten als artistiek én educatief middel. Je ontwikkelt je eigen filmische stem, experimenteert met vorm en inhoud, en verbindt je werk aan actuele maatschappelijke en educatieve vraagstukken. In een intensief traject van maken, onderzoeken en reflecteren werk je toe naar een publiek eindresultaat. PRESS PLAY daagt je uit om positie te kiezen, verhalen te vertellen en film te gebruiken als middel voor dialoog en betekenis.
PRESS PLAY is een verdiepende minor van 30 EC waarin film en bewegend beeld worden benaderd als zowel kunstvorm als educatief instrument. Studenten werken aan filmprojecten waarin makerschap, theorie, reflectie en educatieve toepassing samenkomen. Het leerproces staat centraal: experimenteren, onderzoeken, falen en opnieuw proberen.
De minor vormt één samenhangend leertraject van 30 EC en is administratief onderverdeeld in twee delen m.b.t. inschrijving (zie ingangseisen), die in samenhang worden gevolgd.
De minor combineert praktijk (filmen, monteren, experimenteren met genres en vormen) met theoretische verdieping (filmtheorie, beeldanalyse, embodied cognition, ethiek en burgerschap). Studenten werken individueel en in groepen, krijgen coaching, leren van peers en leggen verbinding met externe doelgroepen en het werkveld. Het traject wordt afgesloten met een publieke presentatie of vertoning.
Leerdoelen
Aan het einde van de minor PRESS PLAY kunnen studenten op hbo-niveau (leerjaar 3) zelfstandig een artistiek en educatief filmproject ontwikkelen, uitvoeren en presenteren. Zij ontwikkelen een eigen artistieke stem in film en bewegend beeld, kunnen dit werk kritisch analyseren en verantwoorden, en weten film doelgericht in te zetten binnen een educatieve en maatschappelijke context.
De minor sluit expliciet aan bij de leeruitkomsten van de opleiding Docent Beeldende Kunst en Vormgeving, waaronder:
• Je ontwikkelt een coherente artistieke visie van waaruit je artistieke processen begeleidt en producten realiseert.
• Je ontwerpt en creëert betekenisvolle leeromgevingen vanuit een coherente artistieke en pedagogisch-didactische visie.
• Je handelt vanuit interpersoonlijke sensitiviteit en verbindt kunsteducatie aan sociaal-maatschappelijke vraagstukken.
Ingangseisen
Doelgroep: Alle opleidingen.
Geen specifieke voorkennis vereist. Affiniteit met film, beeld en educatie is wenselijk.
Deze minor bestaat uit samenhangende onderdelen, die gezamenlijk één minor van 30 EC vormen. Studenten dienen zich gelijktijdig in te schrijven voor zowel deel 1 als deel 2 om de volledige minor (30 EC) te kunnen volgen en behalen.
Literatuur
Aan te schaffen lesmateriaal en bijzondere kosten: Basismateriaal film en montage (eigen apparatuur waar mogelijk). Eventuele kosten voor excursies of gastworkshops.
Rooster
Werkvorm(en): Praktijkgericht film- en beeldend onderzoek, Workshops filmische technieken en analyse, Groepsprojecten en peer-feedback, Coaching en individuele begeleiding, Reflectie, presentaties en eindexpositie/-vertoning
Onderwijscontacttijden: Contacttijden verspreid over de hele week overdag. Mix van begeleide praktijk, zelfstudie en contactmomenten en wekelijkse bijeenkomsten met afwisseling tussen theorie, praktijk en reflectie.
Toetsing
De toetsing binnen de minor PRESS PLAY is opgebouwd uit drie samenhangende domeinen: Project / Makerschap, Vaardigheden en Theorie & Reflectie. De minor kent een doorlopende formatieve leerlijn met meerdere feedbackmomenten en drie summatieve ijkpunten, passend bij het procesgerichte en onderzoekende karakter van de minor.
Portfolio / praktische opdrachten, 10 EC, minimumcijfer 5,5: Ontwikkeling en toepassing van filmische, educatieve en communicatieve vaardigheden. Studenten bouwen gedurende de minor een vaardigheidsportfolio op waarin zij laten zien hoe zij technieken, analyse en overdrachtsvaardigheden inzetten binnen hun project en leerproces. Beoordeeld wordt onder andere: filmische basisvaardigheden, analyse van beeld en montage, werken met doelgroep, communicatie, presentatie en reflectie op vaardigheidsontwikkeling.
Reflectieverslag / theoretische onderbouwing, 5 EC, minimumcijfer 5,5: Kritische reflectie op het eigen leerproces en filmproject, onderbouwd met relevante filmtheorie, educatieve theorie en maatschappelijke context. Theorie en reflectie worden expliciet verbonden aan de praktijk van het maken. Beoordeeld wordt onder andere: integratie van theorie en praktijk, kritische reflectie, ethische en maatschappelijke positionering.
Aanvullende informatie
Meewerkende opleidingen of instanties: Werkveldpartners binnen kunst- en cultuureducatie, filmhuizen, kunstenaars en filmmakers (gastdocenten).
Locatie(s) waar de minor gegeven wordt: Kunstacademie Maastricht en externe locaties in de regio