Kies op maat

Inloggen Menu

Creating Creativity

Creativiteit wordt regelmatig genoemd als een van de belangrijkste eigenschappen van de mens in de 21ste eeuw. Het wordt gezien als een eigenschap die niet snel door computers en AI’s zal worden overgenomen. Maar wat is creativiteit en hoe kom je er aan? En wat is jouw creativiteit en hoe verbreed en verdiep je creativiteit?

De een denkt bij creativiteit aan artisticiteit, aan tekenen of schrijven, aan theater of muziek. De ander denkt aan het oplossen van wicked problems, aan ondernemerschap, of aan sociale creativiteit in groepsprocessen. Wat de insteek ook is, elke vorm van creativiteit vraagt nieuwsgierigheid, eigenzinnigheid, ruimdenkendheid, verbeeldingskracht en lef. Hoe kun je daar beter in worden?

De minor bestaat uit een ‘schooling’ en een ‘unschooling’ deel.

De ‘schooling’ is een serie driedaagse workshops, waarin je aan de hand van werkcolleges en opdrachten vertrouwd raakt met bestaande methodes en inzichten, over creativiteit in de hersenen, over creativiteit in fasen en over creativiteit in groepen.

Daartegenover staat ‘unschooling’, waarin we creativiteit beschouwen als nog onbekend terrein. We verwachten dat je de vrijheid neemt om jouw deel van dat terrein in kaart te brengen. Dit vereist interne motivatie, een belangrijk aspect van creativiteit. We verwachten dat je daar al een goede dosis van meebrengt naar de minor, maar we gaan ook uitgebreid in op blokkades die ieders creatieve proces in de weg staan.

Studenten en docenten vormen een kleinschalige creatieve community, interdisciplinair, met studenten van binnen en buiten de kunstopleidingen, waarin de docenten de rol van aanjager en mede-onderzoeker nemen en waarin dat ook van de studenten wordt verwacht.

 

Leerdoelen

Na de minor ken je je eigen creatieve proces, je stimulansen en blokkades, en je hebt manieren en methodes om daar mee om te gaan; je hebt kennis over creativiteit in groepen en hoe je je daarin kunt bewegen; je hebt kennis van de neurowetenschappelijke kijk op creativiteit en je weet deze kennis in te zetten voor het stimuleren van je eigen creativiteit en die van groepen; je kent diverse technieken voor divergeren en convergeren en je kent werkvormen om dit te stimuleren bij jezelf en bij groepen, je kent de aandachtspunten met betrekking tot creativiteit bij verschillende groepen (bijvoorbeeld bij neurodiversiteit en in leeftijdsgroepen);  je hebt zicht op mogelijke (beroeps)perspectieven waarbij je jouw (kennis van) creativiteit kunt inzetten.
Na de minor ben je in staat om creatieve processen vorm te geven en uit te voeren; je kunt tekstueel en visueel werken combineren, je bent in staat creatieve processen en resultaten te verbeelden in diverse vormen van presentatie (tekst, beeld, human presence); je kunt effectief omgaan met feedback van medewerkers, sparringpartners, begeleiders en opdrachtgevers; je kunt navigeren tussen enerzijds intrinsieke motivatie en autonomie en anderzijds externe motieven en toepasbaarheid; je kunt effectief opereren binnen experimentele en ongewisse processen; je kunt samenwerking met professionals, organisaties en belanghebbenden tot stand brengen en tot resultaat brengen.

Ingangseisen

Er zijn geen specifieke ingangseisen voor het volgen van de minor Creating Creativity. Echter is een  (online) toelatingsgesprek onderdeel van de toelatingsprocedure. Tijdens het gesprek worden je motivatie en plannen voor de minor besproken 

Je aanmelding wordt pas in gang gezet nadat de getekende leerovereenkomst is ontvangen door ArtEZ.  

Let op: De minor hanteert een maximum van 16 studenten per semester. Dit gaat op volgorde van complete inschrijving. Bij teveel inschrijvingen hanteren we een wachtlijst.  

Literatuur

Er is geen verplichte literatuur. wel worden er diverse bronnen gebruikt waar je uit kunt putten, zoals:
Byttenbier, I. (2002). Creativiteit. Hoe? Zo! Tielt: Lannoo.
Cameron, J. (2006) The Artist’s way. Zeist: Indigo.
Kelley, D. & Kelley, T. (2014). Creative confidence. London: Harper Collins.
Vos, K. de (2014). Brainstormen: 50.000 ideeën per dag. Amsterdam: Pearson. 

Rooster

De lessen en workshops zijn elke twee weken op maandag, dinsdag en woensdag. In de overige tijd werk je aan je eigen proces en projecten, individueel of met anderen.

Toetsing

De minor wordt getoetst op basis van een verslag (de vorm bepaal je zelf) en een presentatievorm (lezing, expositie, workshop, …) van jouw minorproces.