Kies op maat

Inloggen Menu

Verslavingskunde 1

Iedereen gebruikt wel eens een potentieel verslavend middel. Dat kunnen legale middelen zijn zoals koffie, een sigaret of een glas wijn of bier, maar ook illegale middelen zoals een blowtje een pilletje XTC of een lijntje cocaïne. De meeste mensen kunnen verslavende middelen probleemloos, recreatief, gebruiken. Het zijn genotmiddelen. Een minderheid krijgt er problemen mee: de middelen worden dan misbruikt om problemen te ontvluchten, om je beter te voelen, of om meer zelfvertrouwen te krijgen. De voordelen van gebruik kunnen dan omslaan in nadelen: je raakt verslaafd.

Het gebruik van genotmiddelen is niet weg te denken uit onze samenleving. We hebben voordelen bij gebruik (een kop koffie maakt je alerter, een glaasje wijn verhoogt de gezelligheid, de schatkist profiteert van accijnzen op alcohol en tabak, sommige middelen zijn een vorm van medicatie). Maar er zijn ook risico’s: ruim 1 miljoen mensen in Nederland heeft het middelengebruik niet onder controle: men misbruikt het middel of men is verslaafd.

Misbruik en verslaving hebben invloed op de economie (ziekteverzuim, verminderde arbeidsproductiviteit), gezondheidszorg, schoolprestaties, verkeersveiligheid, relaties, opvoeding, enzovoort. De verslavingszorg in Nederland begeleidt en behandelt een deel van de mensen met middelenproblemen.

De minoren Verslavingskunde zijn ontwikkeld in nauwe samenwerking met regionale verslavingszorginstellingen, met de Raad voor Bekwaamheidsontwikkeling van GGZ-Nederland, met de School of Health Care en de School of Human Movements and Sports.

Leerdoelen

Minor Verslavingskunde 1 (Gevorderd Niveau)

De beeldvorming rond verschillende middelen wordt onder de loep genomen door speelfilms en ander beeldmateriaal kritisch te bekijken. Naast een neutrale kennismaking met de werking, het imago en de maatschappelijke positie van diverse middelen leer je ook wat de risico’s zijn en hoe verslaving zich kan ontwikkelen. Je krijgt lessen over middelenkennis, signalering, voorlichting, beloop van verslaving. Je leert hoe je verslaving bespreekbaar kunt maken, welke verwijsmogelijkheden er zijn en hoe motivatie in elkaar zit bij verslavingsproblematiek. Verder maak je kennis met diverse hulpverleningsmogelijkheden en oefen je met enkele (motiverende) gesprekstechnieken. Tot slot krijg je een overzicht van verschillende landelijke ontwikkelingen en nieuwe methodieken.

Je loopt geen stage, maar je maakt wel een beroepsproduct: je ontwerpt een innovatieve voorlichting en voert die ook daadwerkelijk uit in de praktijk. Hierbij wordt er nauw samengewerkt met de kenniskring van het lectoraat ‘Verslavingspreventie’.
De minor heeft een afwisselend programma: theoriemodules worden afgewisseld met practica en werkgroepen. Halverwege de minor is er een ‘zelfhulpgroependag’ waar diverse
zelfhulpgroepen zich presenteren.

Voor alle beroepsgroepen binnen het HBO, tot nog toe deden studenten uit de volgende richtingen mee:
Fysiotherapie, LO-sport en bewegen, PMT, LO-ICT, LO- Engels, SPH, MWD, Verpleegkunde, Gerontologie, CMV, LO-omgangskunde, HRM.

Ingangseisen

Nee

Toetsing

De minor bestaat uit onderdelen die allen met een voldoende afgesloten moeten worden om de 30 ECTS toegekend te krijgen.

Voorlichting/Preventie 
Theorie 1
Practicum 1
Beroepsproduct 2 Voorlichtingsactiviteit 2
Theorie 2 
Practicum 2
Roken 
Speelfilm en verslaving