Kies op maat

Inloggen Menu

Ontwikkelingsgericht Onderwijs (OGO)

In de minor Ontwikkelingsgericht Onderwijs (OGO) leer je betekenisvol onderwijs te geven. Je wilt de creativiteit van de leerlingen bevorderen, en de onderzoekende houding stimuleren in een rijke leeromgeving. Of je wilt het spel van je kleuters verdiepen. Kortom: je wordt OGO- specialist met een officieel ‘OGO’ certificaat van de OGO- Academie.

Er zijn 2 niveaus van afstuderen, die vermeld worden op het certificaat:

Deze minor van 15ec. leidt op tot niveau 1 ( certificaatoriëntatie) Dit vraagt naast de verplichte literatuur dat je één thema ontwikkelingsgericht uitvoert en onderzoekt hoe je hierbij kunt observeren met HOREB in vergelijking met een ander observatie-instrument.

 

Als ‘OGO-leerkracht’ stimuleer je je leerlingen om hun volledige persoonlijkheid te ontwikkelen. Dat bereik je door te thematiseren: je verbindt jouw bedoelingen met de betekenissen van kinderen in een thema, en je bemiddelt daar tussen. Bijvoorbeeld door rollenspelen te gebruiken, waarbij leerlingen zich leren verplaatsen in de ander en een probleem leren oplossen. Naast ontwerper en stimulator van spelactiviteiten, ben jij ook deelnemer: zo begeleid, verdiep en verbreed je hun ontwikkeling!

Leerdoelen

Tijdens de minor ‘OGO’:

  • ontdek je wat OGO precies inhoudt door specifieke OGO- literatuur te bestuderen;
  • ontwerp je één of meerdere OGO- thema’s en voert die ook uit
  • voer je actieonderzoek uit waarmee je je eigen OGO-praktijk verbetert
  • observeer je de ontwikkeling van de kinderen
  • ontdek je hoe je als leerkracht naast ontwerper en stimulator van leeractiviteiten, ook begeleider en deelnemer kunt zijn.

Ingangseisen

De minor ‘OGO’ bestaat uit 11 bijeenkomsten. 5 daarvan zijn door Viaa georganiseerd. De resterende 5 zijn (leerteam)bijeenkomsten, die je zelf plant. Daarnaast krijg je een klassenbezoek van een (OGO)docent van Viaa.

Toetsing

Tijdens de bijeenkomsten vertaal je de theorie over OGO naar de praktijk door opdrachten te maken en presentaties te geven. Ook maak je filmopnames waarin je laat zien hoe je leerlingen begeleidt die onderzoek doen of spelen. Daarnaast laat je met deze opnames zien hoe je zogenaamde ‘leerkrachtrollen’ in je (spel)begeleiding verwerkt.

Voor de afsluitende toets maak je een beeldjournaal als voorbereiding op een criteriumgericht interview.

Literatuur

Niveau 1 (certificaatoriëntatie):

Bakker, H. ( 2008) Oog voor OGO in het christelijk onderwijs. Dixit reeks, Buijten&Schipperheijn - Motief Amsterdam

Dobber, M , van Oers, B. (2018) Spelen en werken op de basisschool. Assen, van Gorcum

Minimaal 3 actuele artikelen uit Zone: eigen keuze van de studenten.

Onderbouw:

Janssen-Vos, F. (2008). Basisontwikkeling voor peuters en de onderbouw. Assen: Van Gorcum.

Bovenbouw:

Niveau 1:

De Koning, L. (2013). Vakken en vorming in onderzoek. Assen: Van Gorcum.

Rooster

De vaste zes bijeenkomsten vinden in september en oktober. De overige vijf (leerteam)bijeenkomsten plan je zelf in. Je docent geeft je hiervoor de benodigde informatie.