Kies op maat

Inloggen Menu

De kunst van inclusiviteit in grootstedelijke context

De thema’s voor deze minor zijn gebaseerd op historische ontwikkelingen, sociaaleconomische verdelingen en groepsvorming. We kijken specifiek naar hoe het discours van een groep of een plek (wijk/stad/dorp) is ontwikkeld, identiteitsvorming, de rol van en hindernissen bij maatschappelijke participatie (arbeid en armoede) daarbij, proces van formele en informele institutionalisering, welke immigratie en insluiting heeft plaatsgevonden en hoe deze zaken worden gerepresenteerd. Belangrijk aspecten daarbij zijn de rol en het gebruik van technologische ontwikkelingen, die ingezet worden voor communicatie en identiteitsbeleving. En hoe deze verhalen te herkennen zijn in theorie, media, of beleid. 

 

De twee leidende concepten in deze minor zijn communality (gemeenschapszin) en community art (gemeenschapskunst). Communality wordt in de minor uitgelegd aan de hand van drie gevoelens (senses), die Engelstalig worden gelaten bij gebrek aan adequate vertalingen:   

  1. Sense of place: De student leert hoe het beeld over en gevoel bij een bepaalde locatie tot stand is gekomen. Daarnaast wordt sociologische, psychologische en historische kennis aangereikt om de sense of place te begrijpen en te plaatsen.  
  1. Sense of success: De student leert kijken naar bekende en alternatieve vormen van succes die mensen ervaren en laten zien, maar niet altijd als zodanig worden herkend door de omgeving. Dit wordt benaderd door uitleg van het begrip symbolisch kapitaal van Bourdieu en Wacquant en de uitleg over voortschrijdende marginaliteit.   
  1. Sense of belonging: De student leert welke factoren en ontwikkelingen aan een ‘thuisgevoel’ bijdragen. Bijvoorbeeld de arbeidsmigratie uit Oost- en Zuid-Europa of de rol die transnationale gemeenschappen spelen bij lokale integratie. Ook de ontvangende samenleving wordt betrokken bij de beeldvorming over zichzelf en migranten. Bewoners delen hun zorgen, maar denken ook mee aan oplossingen hoe de integratie van alle groepen in de nieuwe samenleving vorm kan krijgen. 

 

Community art kent een breed scala aan definities, namen en interpretaties waarin gemeenschappen bij kunstvormen betrokken zijn: sociaal ontwerp, participatieve kunst, gemeenschapskunst. In deze minor gebruiken we het concept ‘community art’ en fungeert als de vierde sense: 

 

  1. Sense of action: Community art zien wij als interventie die leidt tot sociale verandering. Daarbij zijn de volgende kenmerken bij community art van cruciaal belang: 
  • Een artistieke dimensie, door de betrokkenheid van een professionele kunstenaar; 
  • Een culturele dimensie, die de cultuur en percepties/ervaringen van de doelgroep als uitgangspunt neemt; 
  • Actieve deelname van de doelgroep; 
  • Bewuste aandacht voor proces en product. 

 

Studenten doen onderzoek naar communality onder een bepaalde groep, al dan niet (in) een wijk en formuleren op basis van hun bevindingen een sense of action, waarmee mensen inclusiviteit in de Randstad beleven en vormgeven. Het onderzoek vindt plaats op basis van theorie, participerende observatie, participatieve kunstpraktijken, en gesprekken met de doelgroep. Tevens kiezen zij een politieke partner aan wie zij hun bevindingen kenbaar maken met de nadruk op verschillen in beeldvorming tussen de officiële kanalen en de beeldvorming van de doelgroep zelf. De doelgroep deelt haar zorgen maar denkt ook mee aan oplossingen hoe de integratie van alle groepen in de nieuwe samenleving vorm kan krijgen.  

 

In deze minor wordt het verzamelde beeld- en geluidsmateriaal middels tekstuele en visuele analyse uitgewerkt en weer opnieuw vormgegeven in een kunstzinnige presentatie (digitale expositie) voor de betrokken doelgroep. En zal worden gecombineerd met een dialoogbijeenkomst (dialoogtafel) waarin meervoudige partijdigheid centraal staat. Daarnaast schrijft elke student individueel een essay en een position paper. 

 

Onderdeel van de minor zijn verschillende trainingen, zoals trainingen in dialoog voeren en in kunsttechnieken en een inclusiviteitstraining die is ontwikkeld door het lectoraat Inclusive Education. 

Leerdoelen

Leerdoel 1: De student demonstreert (toepassen) in het contact met betrokkenen een passende sensitieve houding- en communicatievaardigheden in te zetten. 

Leerdoel 2: De student analyseert (analyseren) de maatschappelijke positionering (positionality) van de gekozen doelgroep op een methodische, reflectieve en respectvolle wijze. 

Leerdoel 3: De student toont aan (toepassen) proactief en respectvol te kunnen samenwerken met betrokkenen in het behalen van de gestelde doelen. 

Leerdoel 4: De student ontwerpt (synthetiseren) een eindproduct vanuit een diepgaande, gefundeerde en gedragen visie waarmee de positie van de gekozen doelgroep wordt gerepresenteerd of verbeterd. 

Leerdoel 5: De student identificeert (kennen) de maatschappelijke positionering van doelgroepen binnen de grootstedelijke context en relateert (begrijpen) hoe community art bijdraagt aan inclusie. 

Ingangseisen

Studenten zitten in hun 3e jaar van Social Work of een vergelijkbaar niveau bij een andere opleiding. Bij aanmelding hoort de student te beschikken over de propedeuse en heeft het 2e jaar doorlopen. 

Literatuur

Reader en artikelen via BlackBoard 

Rooster

Onderwijsmethoden 

Hoorcolleges, interactiecolleges, trainingen, projectgroep en veldwerk 

 

15 HC (inclusief 4-6 gastcolleges) 15 x 1,5 uur = 22,5 uur 

12 IC (inclusief 4 gastcolleges) 12 x 1,5 uur = 18 uur 

24 PG (bijeenkomst van 45 minuten) waarvan 12 begeleid door docent 12x 0,75 uur = 9 uur 

Trainingen (inclusief denken) in totaal 13,5 uur 

Veldwerk 100 uur 

 

Contacturen: 163 uren 

Toetsing

Essay 30%; digitale expositie 30%, dialoogtafel 30%; en position paper 10%, (een logboek is voorwaardelijk). Essay en position paper zijn individuele opdrachten, de digitale expositie en dialoogtafel zijn groepsopdrachten.