Kies op maat

Inloggen Menu

Taal en Cultuur Nederlandse Gebarentaal (NGT)

Voor wie

Kom jij in je latere werk mensen tegen die slecht of niet kunnen horen? Sta jij straks voor de klas en wil je rekening kunnen houden met dove of slechthorende leerlingen? Of wil je je SPH-opleiding meer inhoud geven? Of lijkt het je om een andere reden leuk en zinvol om te leren communiceren in Gebarentaal ongeacht je opleiding? Dan is de minor ‘Taal en cultuur Nederlandse Gebarentaal’ iets voor jou.

Inhoud

Kunnen praten met anderen. Eigenlijk wil iedereen dat wel, ook doven en slechthorenden. Door hun beperking kunnen doven en slechthorenden zich soms geïsoleerd voelen. Door deze minor te volgen kun jij een brug slaan tussen horenden en niet-horende mensen. Tijdens je hoofdvak leer je Nederlandse Gebarentaal. Daarnaast volg je het vak Dovenstudies en Verdieping waarbij je meer leert over de dovencultuur.

Om een indruk van de minor te krijgen kan je de onderstaande video bekijken.

Cursussen

Nederlandse Gebarentaal
Tijdens dit vak wordt niet gesproken of geschreven. Zo maak jij je de Nederlandse Gebarentaal het snelst eigen. Je leert eenvoudige gesprekken te voeren.

Dovenstudies
Tijdens hoorcolleges leer je meer over de dovencultuur in Nederland. Daarna ga je aan de slag met opdrachten, zodat je het verband leert tussen de theorie en de praktijk.

Verdieping
Dove en slechthorende mensen krijgen te maken met veel verschillende dingen en tijdens dit vak kijk jij even mee. Zo leer je bijvoorbeeld meer over hoe oren precies werken, hoe je moet omgaan met schrijftolken en wat doofblindheid is.

Leerdoelen

Aan het einde van deze minor kun je:

  • dagelijkse woorden en zinnen in gebarentaal begrijpen
  • eenvoudige dingen over jezelf vertellen in gebarentaal
  • de relatie tussen dove mensen en de Nederlandse Gebarentaal beschrijven
  • de dovenwereld voor een groot deel begrijpen

Aanvullende informatie

Leerovereenkomsten kunnen tot en met5 juli (voor periode AB) en tot en met 6 december 2019 (voor periode CD) naar ons worden opgestuurd. Leerovereenkomsten die ná 5 juli of 6 december 2019 worden ontvangen, zullen niet in behandeling genomen worden.

Leerovereenkomsten worden in volgorde van binnenkomst afgehandeld. 

Ingangseisen

Er zijn geen bijzondere ingangseisen.

Toetsing

Er wordt gekeken of je Nederlandse Gebarentaal goed kunt begrijpen en gebaren. Daarnaast maak je tentamens en schrijf je een verslag over de opdrachten die je hebt gemaakt.

Literatuur

De volgende literatuur komt tijdens de minor aan de orde. Je ontvangt voor de start van het onderwijs een definitieve literatuurlijst.

  • De Nederlandse Gebarentaal, T. Schermer, C. Fortgens, R. Harder en E. de Nobel;
  • Grondbeginselen der sociologie, H. de Jager, A.L. Mok en P. Berkers;
  • Over doofblindheid, A. Balder.

Daarnaast heb je een online abonnement nodig op het NGT Van Dale Basiswoordenboek.

Rooster

Deze minor wordt als blokminor in periode AB (eind augustus t/m eind januari) en in periode CD (februari t/m half juli) aangeboden. De lesdagen voor de minor worden zoveel mogelijk geroosterd op twee dagen in periode A en in periode C, mogelijk op maandag en woensdag. En op drie dagen in periode B en in periode D, mogelijk op maandag, woensdag en donderdag. Er wordt naar gestreefd om deze dagen als vaste lesdagen te behouden, maar dit is geen garantie. Uitzondering is in ieder geval de onderdompelingsweek (eerste lesweek) waarbij jullie ondergedompeld worden in de Nederlandse Gebarentaal. Bij de roostering van de lestijden houden we er rekening mee dat studenten met een lange reistijd niet te vroeg starten noch laat klaar zijn. Houd er rekening mee dat de informatie met betrekking tot de roosters pas eind augustus c.q. eind januari duidelijk is.