Kies op maat

Inloggen Menu

Taal en Cultuur Nederlandse Gebarentaal (NGT)

Voor wie

In alle verschillende beroepenvelden kan je te maken krijgen met mensen die gebarentaal gebruiken. Wellicht sta jij straks voor de klas en wil je rekening kunnen houden met dove of slechthorende leerlingen. Of wil je je SPH-opleiding meer inhoud geven, studeer je logopedie en ben je geïnteresseerd in de communicatie met dove of slechthorende kinderen of volwassenen, of lijkt het je om een andere reden leuk en zinvol om te leren communiceren in gebarentaal ongeacht je opleiding.

Herken je je in één van de bovenstaande argumenten, dan is de minor Taal en Cultuur Nederlandse Gebarentaal iets voor jou.

Inhoud

De mens bezit van nature een grote communicatiebehoefte. Daarom praten we met elkaar. Maar voor doven en slechthorenden is de gesproken taal juist een belemmering. Door hun beperking kunnen zij zich soms geïsoleerd voelen. Door deze minor te volgen kun jij een brug slaan.

Van oudsher gebruiken doven gebarentaal. Het is aangetoond in taalkundig onderzoek dat gebarentalen volledige talen zijn, met een eigen woordenschat en grammatica. Tijdens je hoofdvak leer je Nederlandse Gebarentaal. Tijdens de gebarentaallessen is de voertaal Nederlandse Gebarentaal (NGT) zodat je op een natuurlijke manier de NGT verwerft. Daarnaast volg je het vak Dovenstudies, waarbij ingegaan wordt op de geschiedenis van Doven en de Dovencultuur. Hiervoor doe je ook verschillende praktijkopdrachten als kennismaking met de Dovengemeenschap.

Tot slot volg je het vak Verdieping dat door themabijeenkomsten wordt aangeboden. Onderwerpen die aanbod komen zijn: doofblindheid, omgaan met tolken/schrijftolken, logopedie en taalkunde. Na afloop van de minor ben je in staat om op redelijk niveau in de NGT te communiceren.

Om een indruk van de minor te krijgen kan je de onderstaande video bekijken.


Cursussen

Nederlandse Gebarentaal:
Binnen deze module worden de doelen van niveau A2 zoals beschreven in het Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen (ERK) behandeld. Het taalaanbod vindt volledig plaats in de Nederlandse Gebarentaal.

Dovenstudies:
Dovencultuur is een hoofdvak van onze opleiding leraar/tolk NGT. Taal is altijd ingebed in historische, maatschappelijke, sociale en culturele aspecten. De begrippen cultuur, dovengemeenschap, beeldvorming en culturele expressie worden vanuit cultureel antropologische en sociologische invalshoek bestudeerd.

Verdieping:
Door themabijeenkomsten over verschillende onderwerpen (doofblindheid, omgaan met tolken/schrijftolken, logopedie en taalkunde) aan te bieden zal de student meer inzicht krijgen over de dovenwereld.

Leerdoelen

Aan het einde van deze minor kun je:

  • dagelijkse woorden en zinnen in gebarentaal begrijpen
  • eenvoudige dingen over jezelf vertellen in gebarentaal
  • de relatie tussen dove mensen en de Nederlandse Gebarentaal beschrijven
  • de dovenwereld voor een groot deel begrijpen

Aanvullende informatie

Ondertekende leerovereenkomsten voor minoren in periode AB kunnen tot en met 25 juni 2020 naar ons worden opgestuurd. Leerovereenkomsten die ná 25 juni worden ontvangen, zullen niet in behandeling worden genomen.

Ondertekende leerovereenkomsten voor minoren in periode CD kunnen tot en met 19 november 2020 naar ons worden opgestuurd. Leerovereenkomsten die ná 19 november worden ontvangen, zullen niet in behandeling worden genomen.

Leerovereenkomsten worden in volgorde van ontvangst door HU afgehandeld. Nadat ook HU de leerovereenkomst heeft ondertekend, heb je recht op een plek op de minor.

Ingangseisen

Er zijn geen bijzondere ingangseisen.

Toetsing

De NGT modules NGT A en NGT BC1 worden getoetst op interactie, productie en begrip van de Nederlandse Gebarentaal.

Dovenstudies bestaat uit een multiple choice tentamen waarin theoretische kennis wordt getoetst wordt en een verslag van de praktijkopdrachten.

Verdieping wordt getoetst met een multiple choice tentamen over de inhoud van de themabijeenkomsten.

Voor alle toetsen moet minimaal een 5,5 behaald worden. De student heeft 2 kansen om het tentamen te behalen.

Literatuur

De volgende literatuur komt tijdens de minor aan de orde. Je ontvangt voor de start van het onderwijs een definitieve literatuurlijst.

  • De Nederlandse Gebarentaal, T. Schermer, C. Fortgens, R. Harder en E. de Nobel;
  • Grondbeginselen der sociologie, H. de Jager, A.L. Mok en P. Berkers;
  • Over doofblindheid, A. Balder.

Daarnaast heb je een online abonnement nodig op het NGT Van Dale Basiswoordenboek.

Rooster

Deze minor wordt als blokminor in periode AB (eind augustus t/m eind januari) en in periode CD (februari t/m half juli) aangeboden.

Lesdagen 
Tijdens de onderdompelingsweek (eerste lesweek) worden jullie ondergedompeld in de Nederlandse Gebarentaal. Deze kennismakingsweek start voor de blokminor in periode AB op donderdag 27 augustus 2020.

De minor wordt zoveel mogelijk geroosterd op twee dagen in periode A en in periode C: mogelijk op maandag en woensdag, en op drie dagen in periode B en in periode D: mogelijk op maandag, woensdag en donderdag. Er wordt naar gestreefd om deze dagen als vaste lesdagen te behouden, maar dit is geen garantie.

Lestijden
Bij de roostering van de lestijden houden we er rekening mee dat studenten met een lange reistijd niet te vroeg starten noch laat klaar zijn. Houd er rekening mee dat de informatie met betrekking tot de roosters pas eind augustus c.q. eind januari duidelijk is.