Kies op maat

Inloggen Menu

Werken in het jeugddomein (SKJ)

Voor wie

Wil je graag werken met kinderen, jongeren en ouders? Ben je geïnteresseerd in opvoeden? Wil je ouders en professionele opvoeders gaan begeleiden en leren hoe dat kan? Dan biedt deze minor je een mooie kans om aan je houding, kennis en kwaliteiten te werken die passen bij het werk van een jeugd- en gezinsprofessional in het jeugddomein. 

Ben je student Social Work en heb je niet voor het profiel Jeugd gekozen, maar wil je je toch kunnen registreren bij het SKJ? Dan is dit de minor die je daarvoor nodig hebt.

Deze minor kun je ook volgen als deeltijdstudent. Vraag de minorcontactpersoon naar de mogelijkheden.

Inhoud

Binnen deze minor leer je krachtgericht samen te werken met jeugdigen en hun ouders/opvoeders/ netwerk. Behalve de belangen van jeugdigen, spelen ook belangen van ouders of bijvoorbeeld een voogd altijd een rol; hoe ga je met deze soms strijdige belangen om? Dat vraagt lef. Je leert op welke manieren je jeugdigen en hun gezin/netwerk kunt ondersteunen bij een stagnerende ontwikkeling en opvoedingsvragen en –dilemma’s. Je weet daarbij de regie bij de jeugdigen en hun gezin te laten en werkt samen met andere professionals. Je leert je keuzes en interventies te onderbouwen aan betrokkenen en stemt je werkzaamheden af met jeugdigen, gezin en collega’s. De ontwikkeling van jouw kritisch-reflexieve en normatieve professionaliteit is in deze minor belangrijk.

De minor richt zich op werken in het jeugddomein voor Social Workers die zich - naast hun profiel Welzijn & Samenleving of Zorg - ook willen voorbereiden op en verdiepen in het werk van een jeugd- en gezinsprofessional. Een jeugd- en gezinsprofessional wordt ook wel een ‘generalistisch specialist’ genoemd en het werk is dan ook breed; van het voorkomen of verminderen van opvoedvragen tot opvoedingsondersteuning voor een bepaalde periode tot specialistische opvoedondersteuning in het kader van jeugdbescherming. 

Centrale thema’s

Binnen deze minor verdiep je je integraal in een drietal centrale thema’s:

  • Opvoeden & ontwikkeling in context – denk hierbij alledaags opvoeden en opgroeien, pedagogiek en pedagogische visies, ontwikkelingspsychologie, samenwerken met kinderen, jongeren en gezinnen, communiceren van baby tot adolescent en krachtgericht ondersteunen; 
  • Interprofessioneel samenwerken – denk hierbij aan samenwerken met verschillende professionals rond jeugdigen en hun gezin/netwerk, versterken van het netwerk, jeugdparticipatie en methodisch werken; en 
  • Ontwikkeling van de jeugd- en gezinsprofessional als normatief ethische professional – denk hierbij aan omgaan met opvoed- en interventiedilemma’s, ethische en normatieve vragen, relevante wet- en regelgeving.

Cursussen

De minor Werken in het jeugddomein bestaat uit 2 onderdelen van ieder 15 EC.

Blok 1: Ontwikkeling & opvoeden in context

In dit blok staan verschillende ontwikkelingsgebieden en het alledaagse opvoeden van jeugdige en gezin in de context centraal. Jeugdigen onderzoeken de wereld, nemen risico’s en verkennen grenzen in hun zoektocht naar zelfstandigheid. Ouders ontwikkelen zich in hun ouderschap, leren omgaan met hobbels in de ontwikkeling van jeugdigen en gezin en zoeken naar een balans tussen opvoedvragen en opvoedvaardigheden. De leeruitkomsten sluiten hierbij aan.Kernthema’s zijn: pedagogisch werkveld, pedagogische visies, leefwerelden, ouderschap en opvoeding, ontwikkelingspsychologie, jeugdparticipatie, basale kennis van kinderrechten en wetgeving.

Blok 2: Ontwikkeling & begeleiden in context

In dit blok verschuift het accent naar het begeleiden van complexe ontwikkelings- en opvoedvraagstukken die vaak complex zijn en verschillende levensgebieden raken. In situaties waarin veilig opgroeien en een optimale ontwikkeling (welbevinden) niet vanzelfsprekend zijn, wordt hulp geboden; integrale hulp op maat waarbij eigen kracht en zeggenschap van kinderen, jongeren en gezinnen in hun context centraal staan. De leeruitkomsten sluiten hierbij aan. Kernthema’s zijn: stagnerende ontwikkeling, ontwikkelingspsychopathologie, welbevinden en veiligheid, meervoudige loyaliteit, (v)echtscheiding, verwaarlozing, mishandeling, misbruik, jeugdcriminaliteit en jeugdinterventies.

Wanneer je na je diplomering als Social Worker nog een aanvullende 3e onderdeel van 15 EC volgt - Ontwikkeling & professioneel handelen - kun je je als jeugd- en gezinsprofessional laten registreren bij het SKJ.

Hoe ga je leren?

Op verschillende manieren werk je aan de leeruitkomsten van de jeugd- en gezinsprofessional:  

  • met behulp van themabijeenkomsten op het gebied van ontwikkeling en opvoeden/ begeleiden in context; 
  • in de praktijk van het jeugddomein: 16 uur per week op een leerwerkervaringsplek; 
  • in een begeleid leerteam waarin samenwerkend leren centraal staat. Je leert van en met elkaar op basis van feedback en interactie. Jouw pedagogisch handelen, kennis en kwaliteiten kunnen zo met elkaar verbonden worden. Jij bent eigenaar van jouw persoonlijke en professionele leerproces; 
  • door zelfstudie.

Je bouwt aan je portfolio met behulp van een leerplan, waarin je leeruitkomsten verbindt aan beroepsactiviteiten en verwerkingsopdrachten in de pedagogische praktijk.

Leerdoelen

Leeruitkomsten vinden hun basis in het Competentieprofiel HBO jeugd- en gezinsprofessional, aangevuld met competenties uit het profiel Social Work – Jeugd. Ook is er aandacht voor de Beroepscode Jeugd-en gezinsprofessional (BPSW).

Generieke leeruitkomsten voor de gehele minor zijn: De jeugd- en gezinsprofessional maakt en onderhoudt contact met een jeugdige en zijn gezin en/of netwerk. Aandacht voor zeggenschap van alle betrokkenen, onderzoeken van mogelijkheden, in gezamenlijkheid komen tot plannen en afspraken en de overtuiging alles bespreekbaar te willen en kunnen maken, zijn leidend in het handelen. De jeugd- en gezinsprofessional sluit in gedrag en houding aan bij achtergrond, cultuur, leefwereld en eigenheid van betrokkenen en oordeelt niet. De jeugd- en gezinsprofessional heeft oog voor en werkt samen met (professionals binnen) verschillende leefmilieus van de jeugdige en het gezin. De jeugd- en gezinsprofessional stemt continu verwachtingen over en weer met alle betrokkenen af. De reflexieve, normatieve jeugd- en gezinsprofessional maakt deel uit van een complexe samenleving en kijkt altijd naar het grotere geheel.

Specifieke leeruitkomsten blok 1

De jeugd- en gezinsprofessional staat naast jeugdigen en ouders en trekt samen met hen op vanuit respect voor wie zij zijn en waardering voor wat zij zelf kunnen. Dat vraagt om een open en bescheiden houding, uitgaand van mede-verantwoordelijkheid, waarbij het stellen van vragen, luisteren en samen onderzoeken kwaliteiten zijn die worden ingezet. De jeugd- en gezinsprofessional bemoeit zich niet zomaar met een jeugdige en zijn gezin en geeft geen ongevraagd advies, maar bespreekt juist samen met betrokkenen welke vragen en behoeften zij hebben, wat in het verleden voor hen heeft gewerkt, hoe het netwerk betrokken is of kan worden en wat in hun ogen (on)mogelijke oplossingen zijn. De jeugd- en gezinsprofessional geeft voldoende informatie om de regie concreet invulling te geven en beëindigt het contact op tijd en zodra dat kan.

Om naast jeugdigen en gezinnen te kunnen staan, is de jeugd- en gezinsprofessional in staat om goed te communiceren met zowel jeugdigen als ouders en gezinnen. De jeugd- en gezinsprofessional is op de hoogte van actuele pedagogische visies, leefwerelden, ouderschap en opvoeding, ontwikkelingspsychologie en jeugdparticipatie. De jeugd- en gezinsprofessional heeft zicht op het brede werkveld en beschikt over basale kennis van rechten van het kind (IVRK) en relevantie wetgeving op het gebied van jeugd. De jeugd- en gezinsprofessional weet zich als reflexieve professional te verhouden tot bovenstaande opvattingen, visies en werkwijzen.

Specifieke leeruitkomsten blok 2

De jeugd- en gezinsprofessional laat een breed scala aan handelingskwaliteiten zien in het contact met de jeugdige, zijn gezin en/of het netwerk, waaronder: weet zich ‘te gast’ in de leefsituatie van een ander c.q. anderen, stelt samen met jeugdige en het gezin de norm over wanneer er sprake is van een veilige opvoedomgeving, bespreekt wat wenselijk dan wel nodig is waarbij vertrokken wordt vanuit behoeften en mogelijkheden, heeft oog voor kleine stapjes voorwaarts, bemiddelt, vertaalt, evalueert regelmatig het plan, is transparant naar alle betrokkenen over het proces, maakt heldere afspraken over ieders rol en verantwoordelijkheid, biedt duidelijkheid wie eerste aanspreekpunt is voor jeugdige en gezin/netwerk, neemt een besluit over ‘regie deels/tijdelijk overnemen’ altijd in overleg met collega’s, verantwoordt besluiten naar jeugdige en gezin/netwerk en blijft in verbinding met jeugdige en gezin/netwerk.

De jeugd- en gezinsprofessional is op de hoogte van actuele opvattingen, visies en werkwijzen met betrekking tot:

  • Stagnerende ontwikkeling, ontwikkelingspsychopathologie, welbevinden en veiligheid, meervoudige loyaliteit, (v)echtscheiding, verwaarlozing, mishandeling, misbruik, jeugdcriminaliteit.
  • Jeugdinterventies, richtlijnen jeugdhulp, meldcode, werken in gedwongen kader.
  • Relevante wetgeving op het gebied van bescherming persoonsgegevens en kinderbeschermingsmaatregelen. De jeugd- en gezinsprofessional weet zich als reflexieve professional te verhouden tot bovenstaande opvattingen, visies en werkwijzen.

Aanvullende informatie

Ondertekende leerovereenkomsten kunnen tot en met 25 juni 2020 naar ons worden opgestuurd. Leerovereenkomsten die ná 25 juni worden ontvangen, zullen niet in behandeling worden genomen.

Leerovereenkomsten worden in volgorde van ontvangst door HU afgehandeld. Nadat ook HU de leerovereenkomst heeft ondertekend, heb je recht op een plek op de minor.

Ingangseisen

Met een propedeuse van de studies Social Work of een andere opleiding in het social domein (bijvoorbeeld Pabo) kun je meedoen aan deze minor. Deze minor kan ook gevolgd worden door studenten met een propedeuse MWD, CMV of SPH (zonder uitstroomprofiel jeugdzorgwerker).

Toetsing

Toetsing vindt aan het eind van blok 1 plaats met een tussen-assessment en aan het einde van blok 2 met een eindassessment. Een assessment is een gesprek op basis van je portfolio; je werkt aan je portfolio met behulp van een leerplan, waarin je leeruitkomsten verbindt aan beroepsactiviteiten en verwerkingsopdrachten in de pedagogische praktijk.

Literatuur

De literatuurlijst wordt ieder jaar vernieuwd en is vanaf juni beschikbaar. Enkele bronnen die zeker gebruikt zullen worden, zijn:

  • Bolt, A. (2017). Het gezin centraal: Handboek voor ambulant hulpverleners. Amsterdam: SWP
  • Spaander, M., Aptroot, E., Mulderij, K. J., & Franssen, Z. (2016). Relationele lenigheid: Jeugdzorg 3.0 vakmanschap. Amsterdam: SWP
  • Wijers, I. (2018). Jeugdrecht in de praktijk. Amsterdam: Uitgeverij SWP.

Rooster

Op maandag is er les. Leslocatie is Amersfoort.