Kies op maat

Login Menu

Internationaal Bedrijfsleider grote bedrijven

Deze minor is vooral geschikt voor studenten die graag aan de slag willen op een primair agrarische bedrijf en die niet direct na het afstuderen thuis in het eigen bedrijf aan de slag kunnen, of (nog) geen eigen bedrijf hebben. De (tijdelijke) functie van bedrijfsleider is een zeer goede tussenfase/opstap naar het eigen zelfstandig ondernemerschap. Internationaal is er veel vraag naar bedrijfsleiders. Bij gebleken geschiktheid is tevens de beloning in deze functie goed (bedrijfsleider wordt in deze minorbeschrijving onzijdig bedoeld de functie is zowel voor vrouwelijke als mannelijke kandidaten).

De manager/ bedrijfsleider werkt op, naar Nederlandse begrippen, groot primaire productie bedrijf  (TA en DV) waar dan ook in de wereld. Dit zijn bedrijven van bovengemiddelde omvang (> 800 melkkoeien, > 1000 ha akkerbouw, etc.) en met meerdere personeelsleden (> 8, exclusief de ondernemer en familieleden). 

Hij is, naast de eigenaar/ondernemer, de eerst verantwoordelijke voor het dagelijkse productie proces en de bijbehorende personeelsinzet op dit bedrijf. Hij vormt samen met de eigenaar/ondernemer en eventueel andere afdelingshoofden het management team. Bij een (zeer) groot bedrijf met meerdere locaties, heeft de bedrijfsleider op zo’n zelfstandige unit zelfs de eindverantwoordelijkheid van deze vestiging. De eigenaar volgt het bedrijf in zo’n situatie meer op afstand door middel van regelmatige schriftelijke en mondelinge rapportages van de bedrijfsleider.

Naast “meewerkend” voorman en “voorbeeld” voor de andere personeelsleden in de dagelijkse praktijk is de bedrijfsleider verder in staat het personeel effectief aan te sturen en te motiveren. De bedrijfsleider stuurt bovendien op operationeel-technische en tactisch financiële kengetallen. Waar deze “meetlatten” in het bedrijf ontbreken is de bedrijfsleider in staat deze managementinstrumenten zelf te ontwikkelen (1000 koeien = niet 10 x 100).

Afhankelijk van de afspraken, die met de eigenaar gemaakt worden, is de bedrijfsleider meer of minder verantwoordelijk voor de financiële bedrijfsresultaten en strategisch ontwikkeling. Indien de (assistent) bedrijfsleider nog weinig ervaring heeft (zoals de pas afgestudeerde CAH-ers waar deze minor voor bedoeld is) zal er een senior bedrijfsleider / eigenaar-ondernemer aanwezig zijn die een groot deel van de eindverantwoordelijkheid heeft en waaraan de (assistent) bedrijfsleider verantwoording aflegt. Bij gebleken geschiktheid kan de assistent bedrijfsleider zeer snel doorgroeien.

Doelgroepen:

  • Dagstudenten Aeres Hogeschool; Domein V&G
  • Deeltijd: huidige (ex) deeltijdstudenten
  • Ex Aeres Hogeschool -ers, Alumni (voorheen CAH)
  • Internationale studenten met de juiste vooropleiding en praktische ervaring

Leerdoelen

  1. Kan zich snel inwerken in een nieuwe situatie
  2. Is operationeel “De Vakman”
  3. Geeft leiding aan personeel (De personeelsmanager)
  4. Is “Voorbeeld” voor anderen (operationeel), vertoont “voorbeeld gedrag” (meewerkend voorman)
  5. Kan operationeel tactische kengetallen in de bedrijfsvoering analyseren en prognosticeren/plannen
  6. Weet bedrijfs-/ondernemersdoelstellingen te realiseren (plannen, uitvoeren evalueren)
  7. Is zich bewust dat de hierna volgende zaken en eigen houding belangrijk zijn bij het functioneren als bedrijfsleider:
    • Heeft oog voor de culturele en sociale context in het land waarin hij werkt
    • Is bereid de taal van het land, waarin hij werkt, te leren en te spreken
    • Heeft durf, doorzettingsvermogen en is flexibel
    • Geen “9 tot 5” mentaliteit, weet van aanpakken
    • Dwingt door eigen handelen kennis en respect af
    • Weet om te gaan met specifieke middelmanagement positie
    • Kan team vormen met o.a. eigenaar/ondernemer

In principe kan de student door het volgen van deze 30ects minor alle 10 Aeres Hogeschool competenties zeker 2 keer op het 3e niveau bewijzen. De belangrijkste competenties van deze minor worden hierna uitgebreidere beschreven. 

Competentie 1: Leiding geven
Coacht de ontwikkeling van medewerkers en vertoont voorbeeldgedrag; houdt in complexe situaties het overzicht, neemt het initiatief om op strategische momenten richting aan veranderingsprocessen te geven en gebruikt daarvoor de passende leiderschapsstijl (mede-/eindverantwoordelijk, deskundige doelgroepen in buitenland, sturing geven vorm geven). 

Competentie 6: Organiseren
Plant en voert activiteiten uit, zet daarbij mensen en middelen effectief in, bewaakt de voortgang, stuurt zo nodig bij en bereikt het beoogde resultaat (mede/eindverantwoordelijk, verschillende taken, transfer binnen verwante sectoren)

Competentie 7: Zelfsturen
Heeft inzicht in eigen gedrag en geeft richting aan de eigen ontwikkeling zodat het eigen functioneren en de werkomgeving op elkaar aansluiten.

Competentie 8: Ondernemen
Ziet kansen en zet deze voor eigen risico om in het beoogde resultaat (situaties met onvoorspelbare, voortdurend veranderende, omstandigheden).

Competentie 10: Globaliseren
Ziet de wereld als werkterrein en functioneert in een internationale omgeving. Heeft interesse in de culturele context waarin hij werkt en weet hier zorgvuldig mee om te gaan en zich hieraan aan te passen (sturing geven vorm geven, Pro actief handelen, voorop lopen, ontwerpen, culturele context begrijpen en inpassen).

Ingangseisen

De studenten die de major AO, DV of TA of de minor Ondernemerschap met goed gevolg hebben afgesloten zullen voor deze minor een voldoende beginniveau hebben.

Het is een pre dat studenten die willen deelnemen aan deze minor de volgende ervaring en/of kennis meenemen:

  1. Werken op een agrarisch bedrijf in het buitenland (vooraf een stage in buitenland).
  2. Werken met technische en financieel economische kengetallen.
  3. Praktische en vaktechnische kennis en vaardigheden op minimaal 1 of 2 onderdelen in operationele zaken zoals: klauw bekappen, melken, oogsten, veredeling, spuiten. Liefst op een redelijk hoog niveau (de Vakman).

Studenten van buiten de Aeres Hogeschool moeten op basis van EVC’s laten zien dat ze competent genoeg zijn om deze minor te kunnen volgen.

Voor deze minor zal met alle studenten een intake gesprek worden gehouden.

Toetsing

Onderdeel: AIBS1.1
Studiepunten: 2
Naam: HRM
Examen: Presentatie / opdracht
Periode: T2
Literatuur: Reader / black board

Onderdeel: AIBS1.2
Studiepunten: 2
Naam: Engels en instructiegeven
Examen: Portfolio / opdracht
Periode: T2
Literatuur: Reader / black board

Onderdeel: AIBS1.3
Studiepunten: 2
Naam: Multiculturele Communicatie
Examen: Presentatie / opdracht
Periode: T2
Literatuur: Sociaal competent

Onderdeel: AIBS1.4
Studiepunten: 1
Naam: Business etiquette
Examen: Praktijk opdracht / Presentatie 
Periode: T2
Literatuur: Sociaal competent

Onderdeel: AIBS1.5*
Studiepunten: 2
Naam: Melkwinning / huisvesting
Examen: Presentatie / opdracht
Periode: T2
Literatuur: Robotic milking

Onderdeel: AIBS1.6*
Studiepunten: 2
Naam: Veevoeding
Examen: Examen / rapportage
Periode: T2
Literatuur: Cow signals checkboek

Onderdeel: AIBS1.7*
Studiepunten: 2
Naam: Voederwinning
Examen: Examen / rapportage
Periode: T2
Literatuur: Reader

Onderdeel: AIBS1.8*
Studiepunten: 2
Naam: Jongvee opfok en reproductie
Examen: Examen
Periode: T2
Literatuur: Fertility From calf to heifer

*Studenten uit de landbouw sectoren akker-tuinbouw en intensief volgen voor de onderdelen AIBS  1.5 -1.8 een op hun sector gericht vergelijkbaar kennistraject. (hier is alleen de melkveehouderij invulling beschreven)

Onderdeel: AIBS2.1
Studiepunten: 2
Naam: Investering selectie
Examen: Examen
Periode: T3 (Internat.)
Literatuur: Reader / Basisboek bedrijfseconomie

Onderdeel: AIBS2.2
Studiepunten: 2
Naam: Risico management
Examen: Examen
Periode: T3 (Internat.)
Literatuur: Reader

Onderdeel: AIBS2.3
Studiepunten: 6
Naam: Praktijk trainingen
Examen: Verplichte deelname (>90%)
Periode: T3 (Internat.)
Literatuur: Documentatie Blackboard

Onderdeel: AIBS2.4
Studiepunten: 5
Naam: 2e placement buiten Nederland
Examen: Stage contract / werkvisum / onderzoeksopdracht
Periode: 2e semester
Literatuur: Documentatie Blackboard

*Studenten uit de landbouw sectoren akker-tuinbouw en intensief volgen voor het onderdeel AIBS  2.3 een op hun sector gericht vergelijkbaar vaardigheidstrainingstraject. (hier is alleen de melkveehouderij training beschreven)

Literatuur

Wordt tijdens de cursussen aangegeven.

Rooster

Zonder vast rooster, in blokken.
Mogelijk betreft dit een jaartraject. Cursussen, trainingen, stages en scriptie kunnen in het kader van deze minor gedaan worden.

In principe geldt voor deze minor 15 studiepunten. In geval van een jaartraject is het mogelijk om 30 studiepunten te behalen.

Indien gecombineerd met stage en scriptie: 60 studiepunten.