Kies op maat

Login Menu

Science

De leerstof van de eerste module  behandelt basiskennis over onderzoeksmethodologie en klinimetrie. In deze module maakt de student basiskennis eigen over de empirische cyclus, de fasen van onderzoek, het beoordelen van de kwaliteit van onderzoek, het beoordelen van de kwaliteit van meetinstrumenten, de kenmerken van twee verschillende paradigma’s binnen wetenschappelijk onderzoek (kwalitatief dan wel kwantitatief onderzoek) en implementatie. Wat betreft kwalitatief onderzoek komt aan bod: de kenmerken van kwalitatief onderzoek, kwalitatieve methoden (phenomenology, hermeneutics, grounded theory, naturalistic/constructivistic inquiry), ethiek en kwaliteitscriteria. Wat betreft kwantitatief onderzoek komen kenmerken van kwantitatief onderzoek, kwantitatieve designs en kwaliteitscriteria aan bod.

De module statistiek en SPSS binnen de minor Science heeft betrekking op statistische kennis en vaardigheden. Het accent ligt op de beschrijvende statistiek en er wordt een inleiding gegeven over toetsende statistiek (beschrijven van verbanden tussen twee variabelen, systematiek van het toeval, principes van statistische toetsen, toetsen van twee gemiddelden en verdelingsvrije statistiek). Met behulp van het programma SPSS worden onderzoeksgegevens geanalyseerd en geïnterpreteerd.

Bij de laatste module (mini-onderzoek) maakt de student de keuze om verder te differentiëren in kwalitatief dan wel kwantitatief onderzoek. De deelmodule kwalitatief onderzoek stelt de student in staat om een kwalitatieve probleemstelling te formuleren die relevant is voor de beroepspraktijk, een onderzoeksvoorstel te schrijven voor de zelf gekozen probleemstelling, een (bescheiden) onderzoek uit te voeren, de verzamelde gegevens te analyseren en schriftelijk te rapporteren.  De deelmodule kwantitatief onderzoek stelt de student in staat om een kwantitatieve probleemstelling te formuleren die relevant is voor de beroepspraktijk, een onderzoeksvoorstel te schrijven voor de zelf gekozen probleemstelling, een (bescheiden) onderzoek uit te voeren, de verzamelde gegevens te analyseren en schriftelijk te rapporteren. Verder worden verdiepende werkcolleges over onderzoek aangeboden (ongeacht de keuze kwalitatief/kwantitatief onderzoek).

Aanvullende informatie

Geen aanwezigheidsplicht, echter voldoende aanwezigheid en participatie is vereist om de stof eigen te maken, voldoende diepgang te bereiken en hoort bovendien bij de professionele ontwikkeling van de student. De student wordt, indien nodig, aangesproken op diens participatie.  

Ingangseisen

Doelgroepen: gezondheid, zorg, social work.

De propedeuse moet behaald zijn.

Toetsing

Introductie onderzoeksmethoden 5Ec. Kennis rondom onderzoeksmethodologie en de vaardigheid om onderzoeksmethodologie juist in een artikel te herkennen en te benoemen wordt getoetst. De inhoud omvat de genoemde doelstellingen (zie beschrijving minor).

Statistiek en SPSS 4,5Ec. De inhoud zoals deze wordt beschreven bij de doelstellingen van de submodule wordt getoetst.

Mini-onderzoek kwalitatief of kwantitatief 5,5Ec. De toepassing van kennis en vaardigheden rondom kwalitatieve of kwantitatieve onderzoeks­methodologie wordt getoetst door uitvoering, rapportage en presentatie van een mini-onderzoek.

Voldoende participatie is een voorwaarde voor het verkrijgen van de EC’s voor alle submodules

Literatuur

Geen bijzondere kosten. Lesmateriaal ongeveer: 50 euro (boek statistiek en SPSS), andere literatuur is digitaal of in studielandschap beschikbaar; kosten hangen af van eigen voorkeur wat betreft aanschaffen, kopiëren en uitprinten.

Enige literatuur in Engels

Rooster

Onderwijscontacttijden: voor module 1 (onderzoeksmethodologie) is er totaal over 7 weken 40 uur docentafhankelijke tijd, voor de module 2 (statistiek en SPSS) is er totaal 34,5 uur docentafhankelijke tijd in 10 weken en voor module 3 (mini-onderzoek) is er totaal 23 uur docentafhankelijke tijd in 8 weken.
Onderwijs is geconcentreerd op de maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag.

Er is een mix van onderwijsvormen: onderwijsgroepen (werkgroepen), waarin opdrachten worden voorgesproken en nabesproken volgens het PGO-systeem, en daarnaast zijn er hoorcolleges, werkcolleges en projectgroep bijeenkomsten waarin de voortgang van het mini-onderzoek wordt besproken. Studenten dienen daarnaast zelfstudie a.d.h.v. opgegeven literatuur te verrichten.