Kies op maat

Login Menu

Wervelkolom

De minor wervelkolom is bedoeld voor studenten die na een basisdeel wervelkolom meer kennis en vaardigheden willen opdoen rondom problematiek aan de wervelkolom(SIG, LWK, TWK en CWK). Deze minor sluit dan ook goed aan als je na je opleiding verder wil studeren voor manueeltherapeut.

 

Leerdoelen

De volgende leerdoelen staan centraal:

  • Competent te zijn op het gebied van anatomie, fysiologie en artrokinematica (SIG, LWK, TWK en CWK). Specifieke aandacht gaat uit naar functionele anatomie.
  • Competent te zijn in het regionaal en segmentaal onderzoeken van wervelkolom gerelateerde klachten en pathologieën. (pijn, mobiliteit & instabiliteit)
  • Competent te zijn in het regionaal en segmentaal behandelen van wervelkolom gerelateerde klachten en pathologieën (pijn, mobiliteit & instabiliteit)
  • Competent zijn om vanuit een RPS-formulier een adequaat onderzoek uit te voeren evenals het opstellen en uitvoeren van behandelplan.
  • Competent zijn in het opzetten, maken en presenteren van een case study (samenwerking & inhoud)
  • Ervaring hebben opgedaan in de vorm van miniklinieken (9 studenten) bij cliënten met wervelkolom gerelateerde problematiek.
  • Kennis, inzicht en ervaring opdoen met echografie in relatie tot motorcontrol van de rompmusculatuur.
  • Opgedane kennis om te zetten naar functionele anatomie en mogelijke consequenties voor het bewegend functioneren voor de wervelkolom te begrijpen dmv snijzaalopdrachten.

De leerdoelen van de minor WK sluiten aan bij de toetsing.

Aanvullende informatie

Deze minor is interessant voor studenten die na de opleiding fysiotherapie verder willen studeren voor manueeltherapeut.

Ingangseisen

Je beheerst de basismodule wervelkolom waarin het (regionaal) 1D onderzoek en behandelen van de wervelkolom (SIG, LWK, TWK en CWK) aan bod is gekomen. Je bent bekend met de richtlijnen a-specifieke lage rugpijn, PO LSRS en whiplash evenals de triage van Waddell. Tot de eerder verworven competenties hoort ook kennis en kunde van klinimetrische instrumenten Bekendheid in het gebruik van het RPS formulier is een ‘must’.

Toetsing

  • Performence Assessment: Aan het einde van de minor. Het klinisch redeneren en de vaardigheden worden aan de hand van een casus/RPS formulier getoetst.
  • Case study: Het eindproduct van deze minor. 

Literatuur

Er is geen verplichte literatuur voor deze minor.

Op het blackboard omgeving van de minor WK zijn artikelen geplaatst die relevant zijn aan de onderwerpen die besproken worden.

De volgende literatuur kan worden geraadpleegd ter verdieping:

  • K.A. Olson (2009), Manual physical Therapy of the Spine
  • C. Cook (2010) Orthopedic Manual Therapy; An evidence-based approach
  • A. van der El (2008), Manuele diagnostiek van de wervelkolom
  • L. Ombregt et al (2009) A System of Orthopaedic Medicine
  • KNGF/NVMT Richtlijn lage rugpijn manuele therapie

Verder kun je voor de minor WK je basisliteratuur (Anatomie / fysiologie, Pathologie e.d.) uit eerdere jaren van de opleiding gebruiken. Daarnaast word je gevraagd zelf aanvullende literatuur cq. artikelen te zoeken in gevalideerde databases.

Rooster

De minor WK loopt over 2 periodes van 10 weken.

Periode 1: Het accent ligt op de LWK en SIG problematiek.
Periode 2: Het accent ligt op de TWK en CWK problematiek

In deze gehele minor heb je in totaal ongeveer: 

  • 32 uur college
  • 58 uur vaardigheidslessen
  • 44 uur onderwijsleergesprekken
  • 6 uur minikliniek
  • 1 dag snijzaal

Er wordt tijdens deze minor geen stage gelopen.

Tot het rooster uitkomt (meestal 1-2 weken voor aanvang van de minor), kan er nog niet worden gemeld op welke dagen er les wordt gegeven. Er zijn verschillende docenten actief in deze minor. Welke en hoeveel docenten op de minor worden gezet is afhankelijk van het aantal studenten die zich hebben aangemeld voor de minor. Pas als bekend is welke docenten zijn ingeroosterd, zijn de dagen bekend omdat de docenten op wisselende dagen aanwezig zijn.
Indien mogelijk, houden we rekening met de externe studenten. Er wordt dan gekeken welke groep/klas het meest compacte rooster heeft (meerdere lessen op één dag en daardoor minder dagen in de week) en in deze groep worden jullie dan ingedeeld.